Aan het begin van de vakantie…

Ik ruilde mijn huismoederbestaan om voor het huismoederbestaan + betaalde halftijdse job.
Ik werd overdonderd door chaos en tijdstekorten.
Ik werd meer dan eens geconfronteerd met de lange werkdagen van de wederhelft.

Ik ben chronisch moe, krijg grijze haren en wallen.
Ik ben blij dat de vakantie begint. Het voordeel van werken in het onderwijs.

Maar ondanks de vermoeidheid en de chaos was er ook plezier en het fijne gevoel van bij te dragen aan een groter geheel. Niet dat ik het gemist heb, maar ‘t was wel tof om dat nog eens te ervaren.

Ik heb genoten van kleine kindergelukjes. Voor een keertje niet die van mijn eigen kinderen.


Ik heb ook de vaste werktijden wel eens vervloekt. Een kleutertje dat moe is en geen rustdagje kan nemen omdat moeke moet werken, dat pikt voor zowel moeder als kind als haar klasjuf.

Werken op de school waar ik zelf school liep en waar mijn kinderen zitten, het had ook niet beter kunnen zijn natuurlijk. Ze hebben geen enkele keer in de voor- of naopvang moeten blijven omdat ik moest gaan werken. Dat is pure luxe.

En zo beginnen we straks aan een lange grote vakantie. Eentje met vier kinderen in huis. Eentje om de varkensstal terug om te toveren naar een redelijk en aanvaardbaar en bewegend huishouden.
Eentje om te genieten, om dankbaar te zijn voor alle tijd die ik al bij mijn kinderen heb kunnen zijn. Om te fietsen, te spelen, te slapen. Om na drie jaar nog eens op vakantie te gaan.

Na de vakantie starten de vier kinderen weer op school en blijft moeder thuis.
Aan het begin van het nieuwe schooljaar zijn er geen kleuterlestijden op overschot.
Dus nemen we het werk in de vers opgerichte vennootschap van de wederhelft en mezelf erbij. Wie weet volgt er dan later nog wel hier of daar een onderwijsuurtje. Rustig wordt het toch nooit meer. ;)

Een weekendochtend in december

Als ze wakker zijn, zijn ze niet te stuiten. Ze hebben honger en willen warme thee. Ze moeten hun kleren aan, willen stempelen, bouwen, tekenen,…

Mijn oren zijn nog niet goed wakker. Een opkomende verkoudheid sluimert door mijn hoofd waardoor alles wat ‘vozer’ lijkt dan anders. Ik hoor enkel “Moeke. Moeke. Moeke.” De rest ontgaat me wat. Ze willen vanalles, zoveel is duidelijk. Ik probeer te focussen, bind schortjes voor, kuis handjes af, help met houtlijm en een sergeant. Ik ruim de tafel af, bel met de jarigen van de dag.

Als ze allemaal hun bezigheid hebben, zet ik mij efkes neer. Eens bloggen… dat is alweer lang geleden.
Het duurt geen twee minuten of er zit een kind op mijn schoot en eentje vraagt om hulp.
Ik hoor gerommel in de keuken. Bekertjes, lepeltjes, water, diepvries, ijskast, grenadine. Wat en hoe, dat weet ik niet. Zolang er niks klettert en ze niet huilen laat ik ze maar even.

Zo’n doodgewone ochtend in december.

 

Maxi-cosi. De overtrek.

Ik opende zonet mijn blog nog eens. Een horde nog niet toegelaten reacties stonden te wachten. 42 om precies te zijn. De meerderheid daarvan is een reactie op dit postje. Mensen zijn blijkbaar naarstig op zoek naar een patroon voor een maxi-cosihoes.
Omdat ik niet de tijd heb om iedereen terug te mailen, omdat ik ook niet iedereen wil blijven mailen, gooi ik het patroon gewoon in de lucht.
Vanaf heden vindt Jan en Alleman dat patroon dus gewoon hier. (De link werd bijgewerkt op 27 juni 2014 en werkt normaalgezien weer.)

Ik doe een poging om te rekenen op uw eerlijkheid. Voor persoonlijk gebruik! Het kan niet de bedoeling zijn om hier een handeltje rond op te zetten. En wees aub even vriendelijk en zet in ruil voor het gebruik van dat patroon even een reactie. Dat ik mensen blij maak, dat is goed voor mijn gemoed. :)

Werken in ‘t straat

Onze straat maakt deel uit van de N116, een gewestweg.
Een gewestweg door het hartje van ons dorp. Dat staat gelijk aan veel verkeer en gevaarlijke situaties. Auto’s razen ’s avonds aan ongeziene snelheid door de straat, vrachtwagens donderen met hun zware vrachten  over het wegdek, tractors en uitzonderlijk vervoer komen met hun zware banden gevaarlijk dicht bij het voetpad.
Mijn kinderen mogen onder geen beding op de baan fietsen. Ik zou ze graag nog zien opgroeien. Vijf minuten staan wachten om over te kunnen steken is trouwens geen uitzondering. Met vier kleine kinderen en maar twee handen wacht ik ook liever net iets langer dan risico’s te nemen.

Op 21 oktober jl startte men met de heraanleg van het wegdek. Eindelijk. De keren dat we werden wakker gedonderd door aanhangwagens of vrachtwagens die door de putten in het wegdek heen en weer werden gerammeld, zijn niet meer op handen te tellen. In ons huis trouwens 12 handen… we geraken al ergens als we tellen.
Er is dus al een beetje verbetering op komst. Een schoon egaal wegdek. In de drie jaar en half dat we in deze straat wonen, zal dat de eerste keer zijn.
We worden zelfs getrakteerd op fietssuggestiestroken en een zebrapad ter hoogte van de Delhaize! Hopelijk verhoogt het de veiligheid van de zwakke weggebruikers wat.

En toch blijven we dromen van minder verkeer door onze mooie dorpskern.
Tijdens de werken mochten we ervaren wat dat met mensen en de buurt doet, zo minder verkeer. Mensen komen buiten op straat, kinderen fietsen heen en weer, er worden ijsjes gedeeld met elkaar,…
Ons kinderen speelden met andere kinderen uit de straat. Kinderen waar ze de afgelopen drie jaar het bestaan niet van wisten. Kinderen van hun leeftijd, perfecte speelgenootjes.


Ik hield mijn kinderen in ’t oog. Onze straat was immers geen speelstraat maar een werf en de kinderen zijn jong. Bijna stond ik patatten te schellen aan de voordeur.
Met de voordeur open, een paar laarzen aan ’t straat en genoeg passerend volk om van sociale controle te kunnen spreken, werden de patatten toch maar binnen gescheld.
Bij etenstijd ging ik op straat staan, zette ik mijn handen rond mijn mond en klonk er een “Fien, Klaas, Trijn en Mitteeeeuh! Komen eten!” door de straat waarop mijn kroost verzameld richting nummer 19 sjokte om hun bord leeg te eten om daarna zo rap als tel weer buiten te kunnen spelen.

Ouders volgden kinderen naar buiten. Groepjes mensen, voorbijgangers die bleven staan om een babbeltje te slaan, buren die hun hoofd uit het raam staken, spelende kinderen.
Wij proefden van een sociale buurt. We zagen mensen die hun auto moesten verlaten om hun kinderen tot aan de muziekschool te brengen, mensen die te voet naar de bakker gingen,…

Het sociale leven zou zoveel schoner zijn zonder al dat autoverkeer.
Met één auto die we noodgedwongen een stuk verderop parkeerden en een bakfiets voor de deur, zouden wij deze verkeerssituatie goed gewoon kunnen worden.
Maar voor nu, op naar een veiligere straat!

Verboden te zwemmen?

Ik had geen goesting in de zee.
Akkoord, het was warm… en met zo’n hete binnenlandse temperaturen is het aan de zee meestal wat koeler.
Maar dan nog. Ik had er geen zin in. Geen schaduw, geen rustige plaatskes tenzij ge uw zagende kroost ver door het zand sleurt.

Ik vroeg op facebook naar leuke zwemplekjes aan onze Vlaamse waterlopen. Niet omdat ik Vlaanderen beter vind dan het zuidelijk landsdeel, wel omdat ik  het erg vind dat ik mijn eigen streek niet genoeg ken wat dat betreft.
En ook omdat ik eigenlijk gewoon rap ter plaatse wil zijn. Liefst met de fiets zelfs.

Ik heb gedacht aan kreken of andere plassen maar dat leek me uiteindelijk niet ideaal gezien het gevaar op infecties met de aanhoudende hitte. Een rivierke moest het dus worden.
Maar eigenlijk weet ik niet of dat wel mag, zo de Witte van Zichem-gewijs een rivierke induiken. Dat van bruggen boven kanalen en diepere rivieren springen niet mag, dat lijkt me duidelijk. Maar zo rivierkes waar ge kunt staan… mag dat?

Uiteindelijk reden we zo’n 180km richting Rendeux omdat we vrij zeker waren dat er daar aan de Ourthe wel een plekje zou zijn om te spelen. Niet direct voldaan aan de dicht-bij-huis-eis, wel aan de schaduw en waterkant-eis, ver weg van de koppenlopendrukte.

Een plekje aan de Ourthe dus, waar af en toe een kayak of een kano voorbijkwam, waar ons kinderen ongehinderd in hun blootje konden spelen, waar er viskes tussen onze tenen glipten, waar het heerlijk toeven was in de schaduw van de bomen.

Ik maakte op google maps alvast een kaartje aan met mogelijk zwembare plaatsen (misschien is dat kei illegaal, wie weet!)
De link vind je hier. Aanvullingen doorsturen mag!

De criteria zijn:
- proper water
- toegankelijk  met kleine kinderen
- een “strandje” om veilig in het water te geraken is een meevaller
- veilig (qua diepte en stroming)
-  …

 

 

Chaos in mijn hoofd en in mijn huis

…en in dit blogberichtje. Eentje van den hak op den tak. Omdat chaos zich niet zo rap laat temmen.

Stilletjes hier, nietwaar? Dat gebeurt. Alhier. Niet bij ons thuis.
De stilte hier is meestal rechtevenredig aan de drukte in ons huis. Héél druk was het in de Praetershoek. Ik had nochtans gehoopt op een rustpuntje, een dagje “allee, nu weet ik precies ni goe wat doen vandaag.”

Anderzijds is al die drukte op zich ook wel de moeite waard geweest.
Wij vierden feest begin juni. Een feest waar véél tijd in gekropen is, veel organisatie… Veel geploeter in ons huishouden om dat allemaal rond te krijgen. Maar ze is gevierd, onze 7-jarige en ze genoot. Wij content dus.

Tussen het georganiseer door trok ik de klasfoto’s op school. Last minute in de planning gewrongen. Zo gaat dat nu eenmaal bij ons op school. Tom zwierde ze online met een paswoord enal zodat er vanaf dit jaar online klasfoto’s besteld kunnen worden. Olé!

Door al de drukte en het vele slechte weer dit voorjaar groeit het gras hier welig. De enkele keren dat de zon scheen of het droog bleef, was ik uithuizig OF was het zondag/feestdag waardoor ik het gras niet kon afrijden.
Nu laten wij altijd wel een stukje van den hof zijn gang gaan, maar dit jaar is het extreem.
De groentenhof daar ben ik dit jaar niet toe geraakt. 2 courgetteplanten heb ik staan. That’s it. De rest? Gras, zevenblad, boterbloemen, gras, en vooral gras en nog wat kruidjes hier en daar.

Zodus teende moeder de vrouw naar de stelendraaier. Een zeis zou ze kopen!

Een zeis met een versgeslepen blad, afgesteld op mijn grootte dat kost zo ongeveer een rib uit uw lijf. Een zwevende maar, maar kom. Ik kon niet betalen daar bij den draaier. Want het geld voor een zwevende rib had ik niet contant op zak en het toeval wil toch wel dat den draaier geen kaske heeft staan om uw kaart in te douwen zekers? Een ritje over en weer naar het dorp dus om vervolgens wederom naar het dorp te rijden mét zeis.


Alhier mijn hof in ‘t midden van ‘t dorp. Den hof van een burgershuis. Gras tot aan uw knieën. Te verslaan mét de zeis!
En hop! daar ging Katrien. Zeisend door den hof. Zoekend naar de juiste beweging. Pijn in haar armen en aan haar tussenribspieren ‘s avonds. Want eerlijk… dat is arbeiden jong, zo zeisen.
De door velen gesuggereerde bosmaaier had gemakkelijker en rapper geweest. Maar ik hou ervan om de ouderwetse boerin uit te hangen in mijnen hof. Zonder lawaai en zonder benzinegeur.
Hoera voor de fysieke arbeid en de kleine ecologische voetafdruk!

Ik beken dat ik niet heel den hof in één ruk omlegde. Elke keer een stukske lijkt me redelijk. De kinderen vinden hoog gras trouwens de max om in te spelen.
Eén deel dus.
Een deel waar ik achteraf braaf het lange gras ging keren en nog eens keren en nog eens keren. Om dan vanmorgen in alle vroegte, nog voor de regen en voor het ontwaken ‘s mijnens kinderen alles op te laden en vanachter te gaan gooien.
Alleen vroeg ik me af hoe ze in godsnaam vroeger hun hooi bonden om dat bij te houden, zo zonder tractors die hooipakskes kakken.
Iemand een idee?


Tussen de soep en de patatten maakte ik voor de ouders van de eerste klas een handleiding “maak eens een fluitzak van het breiwerk van uw kind in 22 stappen”.
Ik keek alle 22 breiwerkjes na en voorzag ze van enkele persoonlijke “camoufleer de fouten van uw kind”-instructies.

De vlierbloesems riepen mij. Aldus trok ik ze met groot genoegen van hun struiken. Propte ik ze in grote getalen in een glazen pot, samen met wat appelsien en citroen.

 

De aardbeien riepen nog harder en dus haalde ik (ja, ik ben een kieken) 8kg in huis. Goed voor ongeveer 28 potten confituur.
8kg aardbeien op een dag waarop ge 4 bloemenkroontjes voor uw kinderen moet vlechten. Wetende dat één bloemenkroontje toch alrap drie kwartier in beslag neemt… *klopt zich voor het hoofd*

Eén van mijn lectoren op de hogeschool besloot ooit eens dat ik misschien moest proberen om wat minder te slapen. Ik draaide met mijn ogen indertijd. Heksentoeren uithalen en honderdenéén dingen combineren, ik ben daar allang een krak in.
Voor minder dan 8u slaap ging ik niet, dat hield ik toen niet vol.
Ondertussen ben ik een getrainde moeder en worden mijn hersenen minder gepijnigd dan in mijn studententijd. Minder slapen is ondertussen mijn redding om alles gedaan te krijgen.

Alzo. Ik haal dan nu rap de was van den draad want drash zegt dat het gaat regenen straks. Daarna zoek ik mijn bed op want 6u slapen blijft pijn doen.
 

 

Gastblogje – “Plots ben je dan een geboortemoeke”

Misschien herinnert u zich deze nog… een half jaar geleden.
De moeder van het kind heeft wat gesjiekt op een stukske tekst om hier als gastblogje te plaatsen.
Bij deze dus Greet aan het woord;

Vandaag exact 6 maanden geleden beviel ik van mijn Fantastische dochter. Ik deed dat niet alleen, ik deed dit met mijn dochter haar geboortemoeke (zo noemen we haar).

Hoe gaat dat dan een geboortemoeke worden?
Je beslist om mama te worden, en dan besef je, ik ga moeten bevallen… bijzonder.
Je beseft dat je dit niet alleen wil doen en dat je een bepaalde nuchterheid, rationaliteit nodig hebt om dat te doen die je zelf niet in je hebt.
Niet alleen voor de dag zelf maar het hele proces daar naartoe. Je kijkt rond in je netwerk en denkt eigenlijk maar aan één iemand. Iemand die een duidelijke mening heeft over de dingen, niet altijd mijn mening. Iemand die een bepaalde hardheid heeft maar daar tegenover zeer zorgzaam is. Iemand die op dit vlak zeker rationeler en volwassener is dan ik!

En dan komt er schoorvoetend een vraag, een viske, een walrus die op het strand aanspoelt en de vraag “wil je er dan ook voor me zijn” en oef ze zei ja!

We belden voor en na vroedvrouwbezoekjes. Bij nieuwe vragen, bedenkingen, planningen, één keer bij een vals alarm…
We gingen samen op bezoek in de klinkiek waar ik poliklinisch ging bevallen.

Ik ging volle twee weken overtijd maar hield me wel aan de afspraken : niet als het sneeuwde en niet op de geschenkenbeurs van de school ;).

Het werd dus een inleiding. We kampeerden samen de nacht voordien al in de kliniek. Mijn ‘kleine’ broer zette me af en de vroedvrouw wachtte ons op.  Gezellig, hoe gek dat het ook klinkt, was het!

We maakten daar ons nestje -een vrouwennestje- waar nog geen 24uur later een ‘kleine’ pruts in zou geboren worden.

Die nacht gebeurde er niets, die ochtend gebeurde er niets, en maar sjauwelen met zen drietjes…
Toen kwam de baxter. Een uurtje werd er nog gesjauweld en dan was het letterlijk en figuurlijk zware arbeid.

Katrien gaf washandjes, zette de douche aan, gaf tips, at rustig een boke ;) , gaf handen om in te knijpen, trok mooie foto’s, tilde me mee in en uit bad, zei lieve dingen, moedigde op de juiste momenten aan en zei ook op de juiste momenten niets.

En na een spannende en vermoeiende dag knipte ze de naveslstreng door!
Ze kon als eerste mee genieten van het kleine wondertje dat we vanaf nu in het echt koesteren.

Meter en Peter werden gebeld, familie en uiteraard ook Tom. Iedereen ff binnen en buiten en als de nacht er weer was kwam Tom zijn Katrien weer halen, die heel even van ons was geweest. We sloten de intenstse  24 uur van mijn te gek leventje nu met zijn 4 tjes af en het klopte, het was genieten!

dus Moeke,
nog eens een ongelofelijke  dikke merci (en mss doen we het nog een keer ?!)  :)

 

Lentedropje

Het was ons allerlaatste dagje thuis met z’n tweetjes. Een kort dagje, want maandag is een halve dag school bij ons.
We gingen naar de winkel. Te voet en mét paraplu. Volgens de wil van het kind.

Thuis klommen we naar de zolder en zochten we een paar laarsjes. We wroetten in de doos en vonden een paar sloefjes.
In de kist zochten we naar het peuterklastasje.
En morgen brengen we ze voor ‘t eerst naar school mét sloefjes en laarsjes in haar tasje.

Dat wil dus zeggen beste mensen, dat ik na 7 jaar nonstop moederen een rustpuntje zie.
Ik ga gewoon terug in mijn bed kunnen kruipen als de kinderen naar school zijn. Hah! Steluvoor!
Ik ga een momentje tijd hebben om eens naar de winkel te gaan voor mezelf.
Ik ga héél mijnen hof kunnen omspitten. Heen en terug en nog eens voor de lol.
Er gaat hier nooit nog was liggen te wachten op een lift naar de betreffende kleerkast.
Het eten gaat altijd voorbereid zijn tegen dat de kinderen thuis komen van ‘t school.
Altijd verse lakens op de bedden.
Geen kruimels meer onder tafel.
Geen verfrommelde appels mee naar school geven, maar van die schoon stevig opgeblonken exemplaren.
Ik ga eindelijk de perfecte huismoeder worden! En ge moogt allemaal een jat koffie komen lurken want ik ga nimeer beschaamd zijn om volk in mijn kot binnen te laten. ;)

 

Oooh… mijn moederhart kraakt jom. Da’s dus wel de laatste hé en ze is nog zo klein.

 

Premature brandnetelsoep

Ziet. Het water in de teil is nog niet ontvrozen of de brandnetels laten al zien wie er de baas zal zijn in den hof dit jaar.
Ik dacht “laat ik ze voortijdig een kopje kleiner maken” en “ik draai ze in de soep.”

Zodus liet ik me vangen door de zon die al later ondergaat en kroop ik eigenlijk te laat den hof in om brandnetelkopkes uit te pitsen.

Een hele trizee vol en ik moest er niet eens moeite voor doen. Dat belooft nog…
…een helse wortelstokkenuitrekkenactiviteit te worden.

Soep dus. Nogal prematuur. Want van groene jonge scheuten is maar amper sprake.

Het was lang geleden dat ik dat nog eens maakte. Lang. Als in héél lang.
De vorige keer plukte ik brandnetels aan een schapenwei. De soep vond ik toen niet lekker want ik vond dat er een schapenkakgeurtje aan hing.
En ja… vandaag rook ik toch ook weer een zweem van schapenkak. Echter geen schapen hier in onze hof.
Maar met een hoop gestoofde ajuin, een klets blauwe kaas en het lekske room dat nog overschoot van de quiche vervaagde het geurtje.

Geen slechte soep, maar behoorlijk straf van smaak. Wacht dus zelf gerust nog wat tot de brandnetels beginnen puberen. Uw kinderen die eigenlijk graag brandnetelsoep lusten zullen u dankbaar zijn.

 

Altijddurend

Donderdag zat er plots een gat in mijn drukke weekplanning. Zo’n afspraak die wegviel, dat leek een opluchting voor mijn huishouden.
Een huishouden dat kreunt onder de engagementen van moeder. Want heus, een spik en spanhuishouden dat krijgen toch alleen huismoeders klaar die buiten winkelen en kinderen brengen/halen niet buitenkomen?

Och, een lousy excuus voor het ongestructureerd leven dat ik leid waarschijnlijk…
De berg was is sinds donderdag enkel nog gegroeid. Dat wassen en drogen valt nog mee, maar voor strijken en plooien moet ik toch altijd wat extra motivatie zoeken. En zodus vulde ik mijn donderdag met vanalle andere belangrijke bezigheden dan plooien en strijken.

Vervloekt zijt gij, altijddurende was!
Ik vind er niks romantisch aan, aan mijn waskot waar menige hoop pogingen onderneemt om de Zwarteberg of de Kemmelberg zo goed mogelijk te imiteren.