shampoosurrogaat

Eind februari startten we 40 dagen zonder vlees. Die 40 dagen zijn ondertussen vrij succesvol gepasseerd. Maar eind februari gaf ik ook mijn persoonlijk shampoogebruik op en dat experiment was ongelimiteerd in tijd. Tijd dus voor een update daarover.

Sinds eind februari was ik mijn haren overwegend met natriumbicarbonaat. Overwegend… want het durft al eens gebeuren dat ik  de bus kindershampoo ter hand neem en daar algauw mijn haren mee was.

Het voordeel van natriumbicarbonaat is dat mijn haar er veel zachter van wordt.
Helaas lukt het me verder niet om mijn haren minder dan om de twee dagen te wassen. Het had schoon geweest maar helaas. Het macheert niet. Wat dat betreft is het niet beter dan shampoo. Na twee dagen móet dat haar gewoon terug gewassen worden.

En nee, ik ga echt niet langer dan drie dagen wachten om die vettigheid zichzelf te laten oplossen. Serieus, dan durf ik niet meer buitenkomen!

Zodus ben ik er niet helemaal uit of ik het in ‘t vervolg bij de baksoda op mijn hoofd houd of toch nog maar eens een bus bioshampoo aanschaf. Zou de ecologische voetafdruk van dat eerste echt zoveel lager liggen dan van dat tweede?

Getest en besteld

Vorig jaar fietsten wij nog zo rond:

Na de zomer fietsten we niet meer samen. Ik verkocht de bakfiets.
Hij stond voor onze deur. Een rijhuis, weet wel…
Zijn tweede winter stond voor de deur. Ook letterlijk voor de deur.

Een winter langs een gewestweg met kilo’s strooizout en bakken regen, ik heb het hem bespaard. Onze stalen ros zag daar verschrikkelijk van af.
Niet de beste kwaliteit helaas en een tweede winter buiten zou nefast zijn voor de gezondheid van het fietsding.

Hij verhuisde naar het verre West-Vlaanderen.

Sindsdien kunnen we nergens meer met z’n allen per fiets naartoe.
In de winter valt dat mee, maar vanaf dat het wat beter weer wordt, slaagt dat al eens dik tegen.

Er werd dus nagedacht over een nieuwe fietsoplossing. Een extra fiets bijvoorbeeld, extra fietsstoeltjes, wat peper in het gat van mijn kinderen zodat die drie meisjes gauw zouden kunnen fietsen,…
Na veel denken en afwegen werd het geen van bovenstaande opties. Een nieuwe bakfiets zal het zijn. Een degelijke en geen waar je liever een trekpaard voor zou hangen.

Dat het duur ging zijn, dat wisten we. Kwaliteit betaal je nu eenmaal. Dus gooien we een auto buiten. Ineens een extra motivatie om consequent te fietsen.
Dat de auto zou buitenvliegen was min of meer beangstigend. Zal dat wel lukken met die vier kinderen? Ik kan “nooit” nog ráp eens langs de mémé of last minute naar de colruyt om maar iets te zeggen.

Maar het idee went. Met de bakfiets kan ik ook tot in Deurne rijden. Toch zeker als ‘t goei weer is. En hoe deed ik dat toch weer voor ik zelf een auto onder mijn gat had zo’n 3 jaar geleden? Juist! Met de bus.
Ik moet nu zelfs geen voituren meer meesleuren. Vier kinderen op de bank en het kleinste stapperke in de draagdoek als we afstappen. Akkoord, ik moet geen hele inboedel beginnen meesleuren.

Meer nog! Het brengt eigenlijk ook wat rust. Ik ga wat meer moeten plannen, maar plannen is goed en duidelijk.
Een verplichte dagelijkse portie buitenlucht, fietsen door de velden, wijzen naar de pinksterbloemen die bloeien, de verse lammekes tellen langs onze weg,… Ik kijk daar ongelofelijk hard naar uit.
Enfin, we gaan dat allemaal niet te hard romantiseren want er volgt hier gegarandeerd nog een postje waarin ik alle heiligen uit de hemel vloek omdat het kraakt dat het vriest, omdat het al héél april en héél mei regent, enz.

De elektronische trapondersteuning zal mijn redder in nood zijn. Het “duwtje in de rug”.  Dát wat de stap naar een (moeder)auto wegdoen minder groot maakt.
Ik leef dus in hoop. In de hoop dat het er volgende maand weer zo kan uitzien (maar dan een jaartje ouder en in een andere bakfiets)

Ja, mijn kinderen mochten ook in pyjama meerijden.

Stien! Ik hoop dat we over twee jaar nog even content zijn als gij. :)

Tuinprogressie

Eind februari zeiden we vaarwel tegen de imposante berk in onze hof. Dat was de eerste stap van het nieuwe tuinplan. Vervolgens volgde de aanplant van verschillende oude fruitrassen.

Half maart was het groentenhoftijd en werd de daarvoor voorziene ruimte omgefreesd door -jawel-  mezelf.
Het was niet helemaal de beste zet ooit. Dat zevenblad in onze hof zag door de freessessie immers de kans om compleet uit de bol te gaan. Elk klein stukje wortelstok vindt het immers nodig om blad te ontwikkelen en zich dus op de meest absurde plaatsen te manifesteren.
Ze moeten er dus uit, die zevenbladjes. Mijn groenten verdienen ook een kans!

Eind maart maakte ik bedden en paadjes in de nieuwe moestuin. Niet symmetrisch… en dat was de bedoeling. Kwestie van het langesmalletuingevoel wat te doorbreken.

Begin april werden de rode ajuinen vakkundig de grond in geduwd door zoonlief. De gewone ajuinen en sjalotten nam ik voor mijn rekening.

Het bakske zaad werd bovengehaald en er werd een lijst opgesteld van wat er nog was en wat er besteld moest worden.
De nodige zaden werden besteld aan ‘t einde van ‘t dorp.  Omdat de bestelling niet van de eerste keer volledig was en ik er ongeveer 3 keer langsreed, haalde ik meer plantgoed in huis dan oorspronkelijk de bedoeling was. Ik moet er zelfs nóg eens langsgaan. Oh, wat vind ik dat erg! (not)

Een deel van de groenten geraakte toch al ingezaaid.
Dit jaar probeer ik trouwens alles ineens in volle grond te zaaien. Er moet wel wat langer gewacht worden met zaaien en er zal uitgedund moeten worden enal, maar dat neem ik er graag bij.

Om de groei van mijn groenten te bevorderen heb ik alvast een lijst samengesteld van welke planten elkaar helpen en best bij elkaar geteeld kunnen worden. Vorige jaren deed ik dat ook al, maar dit jaar heb ik het nog wat verder doorgedreven.
Ik vraag me nu al af of de sjalotten in het kolenbed groter zijn dan de sjalotten op een ander (verder nog leeg zijnde) bed omwille van die samenstand van sjalot en kool.

De gaten in de aardbeientoren werden gevuld en vandaag bedekte ik de bodem onder de plantjes met stro.
Er werden oorwormenpotjes omhooggehangen. Er werden frambozenstekken uitgestoken en verdeeld onder gegadigden.   Er werden -ondanks het freeswerk- zaailingen aangetroffen van twee plantjes die ik vorig jaar in de groentenhof zette. Mosterdblad en oesterblad. Dat is nu eens echt het plezier van tuinieren zie.

  

Rucola heb ik nog niet zien verschijnen tot hiertoe. Nochtans heeft dat plantje ook de neiging zichzelf elk jaar vanzelf opnieuw te laten zien.

Naast al die groenten blijft den hof natuurlijk ook kinderterrein. Klaas maaide met zijn aerobie al menig tulp af. Sinds de paasvakantie staat er hier dus standaard een vazeke met afge-aerobie-de tulpen.

Het kinderrijk (dat tot op heden nogal schraal was) werd uitgebreid met een keukentje in kosteloos tuin/bouwmateriaal.  Het is nog maar het begin van wat het moet worden maar ze hebben zich al rot geamuseerd in hun nieuw stukje territorium. Het idee is gepikt op Pinterest uiteraard. ;)

En weet ge wat er gebeurt als ge teveel in uwe hof zit en teveel foto’s trekt?
Dan zit ge met een wasoverschot. Ahum.

 

En als z’ons willen pesten, dan draaien we z’in de soep.

Zevenblad in onze hof. En ik besloot dat wij hier niet al te veel gras gingen afrijden toen we hier kwamen wonen.
Ik vrees dat ik dat dit jaar toch wat ga moeten herzien. Dat zevenblad breidt zijn territorium immers gestaag uit. Als ik het laat doen staat binnen de kortste keren gewoon half onze hof vol.


En ik ben nu tolerant maar er zijn grenzen. Wie buiten die grenzen treedt, vliegt in de soep!
Zo geschiedde vandaag.

Waren nodig:
- 2 ajuinen
- 2 tenen look
- een dikke bussel gespoeld zevenblad
- kruiden
- 1 dikke patat
- (ballekes want dagen zonder vlees zijn voorbij en af en toe mogen mijn kinderen ballekes in hun soep)

Terwijl mijn eten in de oven stond dacht ik nog wat te oefenen om de gemaakte soep op de gevoelige plaat te krijgen. Kei improvisoir want zo gaat dat hierthuis. En rap, dat ook.
Met een keukenhanddoek als ondergrond en een proper onderhemdeke van Trijn uit de wasmand als reflectiemateriaal.

 

Rap zei ik toch hé? Want als kindjes honger hebben, pikken ze gewoon uw onderwerp weg voor uwe neus!

 

De soep werd gesmaakt.
Volgende keer vliegt er echter nog een prei in. Dat kan die soep wel gebruiken.

Ik denk alvast na over waar we dat zevenblad nog gaan indraaien.

Knepen van het vak

Gisteren volgde ik een workshop foodfotografie die werd gegeven door Photo-Copy.
In Gent! en ik ging met de trein en de bus. Ge moogt dat namelijk wel weten dat ik er geen fan van ben om over de Antwerpse ring te rijden. Als het écht moet ja… maar liever toch niet.
Zodus vertrok ik een uurke vroeger en kwam ik 10 minuten te laat aan. Een kwartier later dan de planning van De Lijn. Trisjaars!

Allee, zet ik mij daar tussen een bende flink luisterende deelnemers en kreeg ik gelijk een hoop informatie, do’s en don’ts van Ann (over foodfotografie uiteraard, niet over de regels van die dag hé!)
Serieus… tijdens die uitleg dacht ik “ah ja, tuurlijk”,  “moh, wat een goeie tip” en “allee, keigoei idee” maar wat verder dacht ik ook “Katrien, wat komt ge hier in godsnaam doen, ge kent uw fototoestel ni genoeg om dat allemaal te doen.”

En dus dacht ik dat ik misschien nog rap kon gaan lopen mor ‘t was te laat… We konden alvast aan onze eerste opdracht beginnen.
Een slaatje fotograferen.
Ik zag mensen zwoegen op de compositie óp hun bord. Ikzelf heb dat iets platvloerser aangepakt. Wat kleuren uitgezocht, véél gedacht dat wel en met een rommeltje begonnen.
Aangezien het geen kookworkshop was vond ik het zo zelf geen probleem om boertige talloren te fotograferen. Ook díe zijn immers moeilijk te trekken als ge alle nieuwe tips wilt toepassen.

Alhier mijn talloor boertigheid.

 

En de verfijndheid die ik van iemand anders fotografeerde.

 

Achter de schermen ging dat zo

 

…om iets gelijk dit te verkrijgen.

 

Soep fotograferen was opdracht 2. Dat ging niet gemakkelijk zijn en zowaar… ik heb gevloekt!

 

En omdat ik graag dingen fotografeer zoals ze zijn, kon ik het niet laten om buiten de foodlijntjes te kleuren.

   

Voila. Katrien krijgt vanaf nu virtuele kletsen van Ann bij het posten van slechte foodfoto’s.

Weet ge trouwens wat het extra toffe was van die dag? Het tof volk! Eens dat ijs zowat gebroken was, was dat daar een gezellige boel. Oh… en goei eten man!

En voorts van de rest was ik content dat ik met de trein ben gegaan. Heerlijk aan niks denken terwijl ze u naar huis brengen. Mijn hoofd zat nogal vol na een dag opletten en concentreren.

Klasfoto’s

Dit jaar trek ik de klasfoto’s in onze school. Dat kunt ge zo hebben met een school waar er een hoog ouderparticipatieniveau heerst. Ik ging dat wel kunnen dacht ik zo toen ze mij dat kwamen vragen.

Gisteren trok ik de kleuterklasjes, morgen doe ik de lagere school. Voor het middelbaar bestaat er nog geen planning.

Maar dus! Klasfoto’s. En ‘t was nogal koud gisteren. Met een bende kinderen buiten gaan staan zonder jasjes om foto’s te trekken leek ons niet zo’n goed idee. Binnen dan maar.
Goed gelachen! Het licht in de kleuterklassen is niet om over naar huis te schrijven. Ik geef u een indruk.

Geen keigrote ramen tot op de grond dus. Gezellig licht, dat wel, maar minder gezellig om groepsfoto’s te trekken.

Ik botste als het ware op mijn gebrek aan specifieke technische  kennis. Diafragma-opening, sluitertijd en vooral het verband tussen de twee. Het was niet gemakkelijk!
Ge moet zo immers wel een kleine 20 snoetekes scherp op foto krijgen! En ze moeten allemaal zien, dat ook liefst.
Laten we stellen dat ik meer bedreven ben ik spontane foto’s trekken.

Nog over dat licht. Elza-D pleit voor (blog)foto’s zonder flits en ik kan ze niet meer dan gelijk geven. Wij trokken de voorbije winter al onze foto’s zonder flits. Bij gebrek aan… wegens defect. En ge leert daaruit, al is er ook Lightroom om foto’s wat bij te trekken natuurlijk.
Ik trok echter wél foto’s met flits gisteren. Niet allemaal (gelukkig!) maar ik heb het lichtspel toch nodig gehad.
En eigenlijk is foto’s trekken met een flits geen schande. Ge moet dat alleen tegoei doen. Niet dat ik dat dan goed kan, maar ik wéét dat dat wel tegoei zou kunnen als ge er verstand van hebt.
Enfin, ik deed mijn best en ik daag u uit om te zeggen welke van onderstaande foto’s met en welke zonder flits getrokken werden.

1.

2.

3.

Dju, het gaat te duidelijk zijn hé. :) Maar ik kan niet veel andere foto’s tonen wegens teveel smoeltjes op.
En nee, ge moet ni in de exif-data op Flickr gaan snollen. Ik trok met cactussen en dat geeft precies niet de juiste metagegevens. ;)

Morgen deel twee van de klasfoto’s dus. En helaas, alweer geen schoon weer voorspeld! Dat wordt weer zweten op instellingen óf de kinderen van de lagere school toch naar buiten jagen zonder jas.

Elza, hoe zit dat met die workshop voor gevorderden jom!?

Stateless

Mijn laatste jaar leiding in de Chiro stond ik samen met twee andere toffe mensen (ondertussen onze buren) bij de aspiranten. Voor de Chiroleken: de aspi’s zijn de oudste leden. 17-18 -jarigen dus.

Enfin, bij het begin van het Chirojaar werden wij gecontacteerd met de vraag of wij iemand  wilden opnemen in de Chiro die relatief nieuw was in ons land en nood had aan nieuwe contacten en activiteiten. Uiteraard wilden wij dat doen! Onze eigen initiatieven om migranten en vluchtelingen te betrekken in onze werking draaiden veelal op niets uit. Zelfs met steun van Chiro Nationaal bleven de vluchtelingenkinderen en andere migranten onbereikbaar.

Maar toen was er Majd. Een slimmerik van 21 jaar die zich verveelde.

Ondanks zijn leeftijd lieten we hem aansluiten bij de aspi’s. Hij had immers een andere culturele achtergrond, kende de Chiro niet en zijn Nederlands was (toen al heel goed maar) nog niet wat het nu is.

Een jaar lang draaide hij mee als lid in onze Chiro. We zorgden ervoor dat hij mee op weekend en mee op kamp kon. Voor hem was dat immers veel moeilijker te regelen dan voor eender welk autochtoon lid in onze Chirogroep.

We zagen Majd groeien dat jaar. Het cultuurverschil was duidelijk. Maar er was respect en plezier.
Het was leerrijk voor iedereen. Een moslim tussen een bende aspirantenmeisjes (er waren dat jaar geen jongens)… We voelden meer dan eens grenzen en verschillen. Niet dat het deerde, het was eerder een leren omgaan met.

Majd werd leiding, ging studeren in Leuven en nog niet overdreven lang geleden kreeg hij verblijfsrecht in ons land. Hij straalde toen hij het vertelde! En terecht. Hij heeft er voor moeten vechten.

Majd toefde de voorbije tijd vijf maanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.  “Op zoek naar dromen van vrijheid en geluk van gewone mensen, arbeiders, dokters, boeren, activisten, jongeren, imams, priesters, professoren, vakbondsleiders, journalisten, politici,…. We willen de mensen achter de revoluties leren kennen en hun dromen delen met Europa. We peilen achteraf naar de reactie van Europa.”

Het was geen evidente en een emotionele reis.
Ik geef graag de link door naar twee blogberichten die geschreven werden tijdens de reis.
Over reizen als staatloze en over hun aankomst in Tel Aviv.

Zaterdag 21 april en zaterdag 28 april krijgen we eindelijk de synthese van zijn reis te zien op Canvas. Vranckx, daar is het te doen.

Ik ben alvast kei curieus!

Verhuisd

En zo is de verhuis eindelijk rond. Nog wat kleine dingen hier en daar, maar daar heeft de lezer normaalgezien niet zo’n last van.

Het was geen gemakkelijke verhuis en dus mag ik mijn liefste Inferis heel dankbaar zijn voor het prutswerk en de tijd die hij er instak.

Het enige wat de mensen die hier soms eens komen meelezen moeten doen is deze nieuwe stek in hun feedreader aanpassen.

Schrijfselkes bereidt voor

… een digitale verhuis. En nu voor écht.

De aannemer is aangesteld. Niet dat ik ver moest zoeken. Hij metst al jaar en dag met codes die vooral pijn aan mijn ogen doen en waarvan ik nog steeds weinig tot niks begrijp.
Maar ik moet nog wat keuzes maken. Over de straatnaam bijvoorbeeld en de voorgevel.

Ik was het hier al meer dan een jaar beu in mijn ouderwets nest. Tijd echter blijkt vaak een probleem. Toegegeven… hoog op het alledaags prioriteitenlijstje staat zo’n verhuis dan niet natuurlijk.

Binnenkort dus: dezelfde inboedel, andere plaats.

Goulash zonder vlees

Omdat het goei eten was vanavond en omdat het zonder vlees was zal ik het met jullie delen. Ik had namelijk geen goesting om te koken en recepten te zoeken. Wie weet kunt gij ook nog wa inspiratie gebruiken?

1 ajuin in stukken gaarstoven, 1 koffielepel bruine suiker toevoegen en goudgeel laten bakken. 2 geperste tenen look toevoegen evenals 3 eetlepels paprikapoeder, de boel goed door elkaar mengen en enkele minuten laten intrekken.

3 paprika’s in blokjes, 1 pastinaak in blokjes, een 200-300gr jonge wortelen overlangs doorgesneden bijvoegen en goed mengen met wat er al in uw pan lag.

Voeg 800gr tomaten in blokjes (uit blik) en 300ml rode wijn toe. Eigenlijk mag er ook nog 300ml water bij maar dat heb ik niet gedaan. Er stond genoeg vocht in alhier.

De boel laten garen tot de groenten net gaar zijn. Dat duurt zo’n 30-45minuten.

Ondertussen hebt ge tijd om de bulgur klaar te maken.
Terwijl ge aan uw groenten bezig zijt, zet ge ook alvast 300gr bulgur onder water.
Als uw groentenpan staat te sudderen kunt ge de bulgur in een zift (zeef) kappen en er het overtollige water uit drukken.

Snijd 1 citroen in fijne stukjes en bak in een pan. Nadien voeg je 2 geperste tenen look toe en 2 à 3 eetlepels gemalen komijn en zwarte gemalen peper. Uiteindelijk meng je de uitgeperste bulgur eronder en laat je dat nog 5 minuten op ‘t vuur staan onder begeleidend geroer in de pan.

Als de groentengoulash klaar is, kap je er nog 400gr uitgelekte kikkererwten (uit blik dus) bij en kruid je af met zwarte peper uit de molen. Nog 5 minuutjes op het vuur alvorens de pan naar de tafel te verhuizen.

Eventueel te serveren met een kwak zure room.