Stel u voor!
Ge zit  ’s nachts met uw zoon van 14 op spoed. Hij heeft een appendicitis en mag dus blijven.

Na twee uur moet ge eens naar ’t toilet en hoort ge op de gang uw naam roepen. Ge draait u om en merkt dat er mensen zijn die ge kent. Ze hebben net één van uw andere kinderen binnengebracht. Nog een zoon op spoed. Die van 20, vol bloed.
Jezus wordt ervan verdacht op water gelopen te hebben, God van de wateren der Rode Zee te splijten. De 20-jarige zoon dacht straffer te doen en zijn handen door ’t glas van een raam te steken om één of andere kerel te imponeren die amandelhockey stond te spelen met zijn ex-liefje. Venen over in arm en hand met sloten bloed tot gevolg.

Dat had ge niet verwacht en al helemaal niet gehoopt! Familiebijeenkomsten op spoed zijn per definitie niet tof.

De 20-jarige loopt na verzorging nogal graag met zijn billen bloot, hangt het zotteke uit en speelt dokterke in den box van de 14-jarige.

Uiteindelijk mag de 14-jarige naar zijn kamer. Hij wordt morgen geopereerd.
Moeder gaat mee met de jongste. Den andere wil ook wel mee maar dat is buiten de waard gerekend! Moeder én de verpleging van de spoedafdeling vinden dat geen goed idee. Hij moet met zijn zotte blote kont niet door de gangen lopen en zéker niet op zo’n onchristelijk nachtelijk uur.

Na de 14-jarige geïnstalleerd en ondergestopt te hebben op pediatrie, trekt ge weer naar die andere paljas.
Wat ge vindt op spoed in de betreffende box: een slapende 20-jarige op het bed.
Om 3u ’s nachts rijdt ge naar huis met een verpakte zoon. Hij mag zijn roes gaan uitslapen thuis.

Vrijdag de 13de, lijkt het u wat?
Mijn moeder vond het maar niks!