Ons Fien had een goei twee weken geleden het lef gehad om aan mijn grootmoeder te vragen of ze een prinsessenkleed wou maken.
De mémé (zoals we mijn grootmoeder noemen) ging dat wel doen. Mémé is naaister geweest bij de kleermaker in Zele. Ze kan dat dus.
Het menske wordt over een paar maanden 80. Kwiek is ze nog wel, maar die draden in die naalden krijgen, dat gaat toch allemaal nimeer zo vlot als vroeger. En zo zit ze dus bij mijn tante (één van haar drie dochters) die ook best een stukske kan naaien. Zij maakt elk jaar kostuums voor een balletvoorstelling. ’t Schijnt heeft ze zelfs ne keer een jurk gemaakt met een hoepelrok. Niet zomaar eentje, ’t was er ene waar een danser op stelten in moest kunnen, waar een stuk of tien kinderen onder moesten en waarvan de voorkant met touwtjes open moest gaan.
Enfin, die twee mensen werken dus nu aan een kleedje voor Fien.

Ik kreeg net telefoon van die tante om wat maten van Fien door te geven. Van de nek tot in de lenden, van de nek tot op de grond, de breedte van de rug, de breedte van de borst, de lengte van haar schouder,…

Ik voel me redelijk leek op naaivlak nu!
En ik ken alvast een meisje hier in huis dat dolgelukkig zal zijn met haar verjaardag!