De lente is in ’t land en mijn handen jeuken om den hof in te duiken alhier.  Vorige maand werd den helft van ons gras ondersteboven gehaald om een kapotte rioolbuis te vervangen en naar een verstopping te vissen. Gevolg: zand in bergskes en puttekes. Weg gras.
De dals staan tegen de muur nu ipv schoon op de grond te liggen. Hier en daar liggen er steenresten in het zand…

Ik moet me werkelijk bedwingen om dat gewoon te laten liggen. Het zou immers nogal bij z’n haar getrokken zijn om hier nog een schoon hofke te verwezenlijken. Over anderhalve maand zijn we hier weg. Met ander woorden: andere katten te geselen!

Maar… de lente zit in mijn hoofd en naast de lente had ik het plan opgevat om daar nog een geveltuintje bij te proppen.
Een hoofd vol lente en geveltuintjes (zéér simplistisch, want de rest van het hoofd doet zijn werk nog).

Ik mailde naar de gemeente om te vragen of er gemeentelijk bepalingen waren omtrent geveltuintjes. Aan ons nieuwe huis zou dat wel leuk zijn… mettertijd.
Njet! Geen gemeentelijke bepalingen. “Wat versta je onder geveltuintjes, kan je je wat verduidelijken? We hebben daar nog nooit van gehoord.”
Sja, dat hebt ge als ge in een landelijke gemeente woont zekers? Keuterboerkes!
Dus stuurde ik opnieuw een mailtje met daarin de links naar de gemeentelijke bepalingen omtrent geveltuintjes uit Gent, Kortrijk en Antwerpen. Als in “de pap in de mond geven”.
Ik gaf hen de afmetingen van ons toekomstig voetpad door met zelfs de rekensom van huidige breedte min een eventueel geveltuintje.

Vandaag kreeg ik een mail terug “Het wordt intern besproken, mijn collega mailt u terug.

Ik ben curieus wat het zal worden. En ook… stel dat het mag… heb ik dan een voorbeeldfunctie binnen de gemeente? Ga ik dan over een paar jaar over de lippen als “die één met dat onkruid voor haar deur waar ge ni kunt passeren”? 😉