Eind september vertrokken wij op reis voor twee weken. Eén weekje met de vrienden en daarna nog een weekje met ons gezinnetje alleen.

’s Avonds bij het inladen van de auto, had ik niet echt iets om me ginder bezig te houden. Haakwerk, boeken,… ik had niks voorzien.
Totdat ik mij afvroeg of er nog een plaatske was om mijn stikmachien mee te nemen. En ja, zo geschiedde dat tijdens het inladen van de auto ook nog gauw het stikmachien werd ingeladen, de schuif met garen werd leeggeschud, wat stoffen bij elkaar werden geschaard en een Ottobre werd meegepakt.

Niet dat er op verlof met vier kindjes (waarvan eentje slechts 1,5 maand oud) veel tijd is om te zitten naaien, maar kom. Ik maakte toch twee mutskes voor Mitte en eentje voor het petekind (dat ook mee ging de eerste week).
Verder begon ik aan een tuniekje voor Trijn. Met de stofjes die ik dus had meegeschaard. En laat dat nu niet meteen de meest herfst-winterkleurige stofjes zijn.
Zo werd het dus een tuniekje met lichtgroene ruitjes en bloemetjes.

Deze week geraakte het eindelijk afgewerkt. Het was immers ergens op de naaitafel verzeild geraakt die ondertussen overdekt werd met plastiek (werken in huis).
Maar deze week pleurde ik het ding toch maar vanonder de plastiek, samen met het stikmachien om er nog het halsbiesje op te zetten en de knoopjes aan te zetten.

En toen gisteren het zonneke efkes door het wolkendek kwam priemen, zag ik mijn kans schoon om het kleinood op de gevoelige plaat te zetten.

Nu is ’t enkel maar de vraag of ik Trijn dit lentekleurig ding deze winter ga aandoen, of toch maar zal wachten tot het voorjaar…