Mét en zonder schuldgevoel:

– mét schuldgevoel:
Bij het openduwen der voordeur de buggy met twee van uw bloeikes loslaten. Een luttele seconde later uzelf omdraaien als ge de deur hebt opengeduwd en zien dat de buggy zijn eigen gang gaat en erover denkt de straat over te steken.

Ik kan u garanderen dat uw hart een paar keer over slaagt.
Wij wonen dan wel midden in ’t dorp, maar wél aan een gewestweg. Niet dat het hier autoluw is dus!

En ja, ik ben achter de buggy gesprongen en de aankomende auto -die niet te snel reed- week uit en kon stoppen en ik schoof uit en zat verdwaasd op mijn gat achter de geredde kinderen.

Maar ge kunt ni geloven hoe slecht ik mij voelde achteraf! Zomaar het dierbaarste wat ge hebt, loslaten om de voordeur open te duwen, wetende dat het voetpad afhelt aan de garage van de buren. Te weten dat ge dat eigenlijk nooit doet omdát dat niet te verantwoorden valt daar.
Slécht moedermoment, jawel! Gewoon omdat ge aan ’t denken waart over ’t vervolg van de dag en de verdere praktische beslommeringen.

Ik heb getwijfeld om het met u te delen, maar kijk… ge moogt gerust weten dat ik een kip ben. Eentje met véél geluk!

– zonder schuldgevoel:
Dat kind 3 blijft liggen in haar bedje terwijl kind 1 en 2 worden opgehaald van ’t school. ’t Is iets wat ik eigenlijk niet aan iedereen moet vertellen, want ik heb al blikken gekregen van “gij onverantwoorde moeder, ge verdient niet dat ge kinderen hebt.”
Ik ben minstens 40 minuten de deur uit. Met wat pech zelfs bijna een uur.

Het kind van 2 vliegt op maandag en woensdag om 12u in haar bed. Ze heeft dan vaak al een uur lopen jengelen “moe” “bedje”. Dus ze krijgt haar bed na nog een boke.
Dat wil zeggen dat het kind gerust kan slapen en ikzelf gerust twee andere kinderen kan gaan halen. (Mitte gaat uiteraard altijd mee.)

“Maar als uw huis ontploft, of als het in brand vliegt?” “Stel dat er een camion uw huis ramt?” “Gene schrik dat er een meteoriet door het dak gaat slagen?”
Nee, ik lig daar niet zo van wakker. De kans is immers klein dat zoiets gebeurt, óók als ge thuis zijt.

“En als ge zelf iets tegenkomt? Hebt ge een papierke in uwe portefeuille zitten?”
Nee, geen papierke. De wederhelft weet dat als ze er niet bij is, ze thuis in haar bed ligt.
En als ik iets tegenkom? Dan ben ik al zeker dat zij niks heeft!

Tot zover de bezorgdheid van anderen. Mijn bekommernissen waren van de aard “hoelang slaapt het kind, kan ze uit haar bed, kan ze uit haar kamer.”
Aangezien op die vragen een bevredigend antwoord kwam passende in de betreffende situatie, leek het mij opportuner om het kind haar slaap te gunnen.
Tegen dat ik thuis ben, heeft ze nog een uur slaap te gaan.

Vanaf de moment dat er iets verandert in het slaap/schoolpatroon, zal ook het alleen thuis slapen veranderen.