Dit weekend zal ’t een jaar zijn dat wij hier wonen.
Dat wil zeggen dat wij al een jaar een eigen huis hebben om in te werken (en te wonen uiteraard!) en nen hof om in te werken en te spelen en te genieten.
En den hof… daar wil ik het nu efkes over hebben se.

De wederhelft hoort dat niet graag, -hij mag bij deze zijn vingers in zijn oren steken (zijn ogen dichtknijpen of zijn mond houden)- maar ik vind dat wij niet zo’n grote tuin hebben.
We hebben niet te klagen, dat weet ik ook wel weer. Zo’n 400m² voor een rijhuis in ’t mídden van ’t dorp… het kan slechter!
Dat neemt echter niet weg dat ik eigenlijk droomde van een boerderij met een goei lap grond aan. En dat moet trouwens in de familie zitten blijkbaar, want zo ook mijn zus en mijn oudste broer! (Die twee jongere broers laten we efkes buiten beschouwing. Die hebben nog niks te zoeken op de woningmarkt en wonen nog onder de ouderlijke vleugels.)

Maar goed. Aangezien het geen optie is om buren uit te kopen en/of weg te jagen, doen we het met wat we hebben. Ne mens moet nu eenmaal leren dankbaar zijn om wat hij wél heeft.

Ongeveer 400m² hof dus.
Daarin bij oorsprong:
a) een terras(ke)
b) een stukske braakliggende grond vlak achter de achterbouw
c) een galet gras
d) links en rechts een border van pakweg 1m20(?) breed
e) een grote berkenboom
f) een esdoorn (die met zijn voet eigenlijk bij de buren staat)
f) een tuinhuis met de nodige ouderdomsverschijnselen

Het voorbije jaar werd er al ’t één en ’t ander ondernomen in onze hof.
De schommel/klimtoren voor de kinderen werd gezet (een erfstuk)
De linkse border werd voor de helft ontdaan van begroeiing en aarde en werd een zandbak.
Er werd een konijnenren gezet, evenals een -vrij recente- kippenren.
Voor elk kind werd er een boom/struik aangeplant. Zo hebben we voor Fien een appelboom (die al twee keer mee verhuisde en dit jaar voor ’t eerst appeltjes zal dragen), voor Klaas een kerselaar, voor Trijn een hazelaar en voor Mitte een vlierstruik.

Bessen en frambozen staan sinds vorige lente geplant en zullen een fruithaag(je) vormen.

’t Grootste werk was het aanleggen  van het groentenhofke.
Vorig najaar gestart met het leggen van karton en bladeren.
In ’t voorjaar heel den boel toch maar omgespit en zaden besteld.

Behoorlijk veel werk, dat schuppen… Gelukkig leerde ik jaren geleden van mijn grootmoeder hoe ge tegoei moet spitten (eerst een root uitschuppen en elke nieuwe root in de vorige voor kappen), anders had ik nóg bezig geweest.
Enfin, veel groter moest de groentenhof dit jaar niet worden want ’t heeft zo al wéken geduurd vooraleer alles zaaiklaar lag. Mijn vier kinderen en het bijbehorende huishouden hebben geen pauzeknopke, ziet ge.

Ondertussen is ’t grootste deel gezaaid en ingeplant. Nog juist wat suikermaïs, courgette, pompoen en zonnebloemen uitplanten binnenkort. Nieuwzeelands Spinaziezaad is nog onderweg van hier. Vermoedelijk heeft meneer facteur al schoon kiemen in zijnen hof staan, want de vorige poging kwam niet aan!

Verder moet ik nog eens langs Sanguisorba gaan voor wat extra dingen en inspiratie. Er is nog werk en nood aan verbetering alhier. Ik ben nog niet content van het opzet.
’t Zal een kwestie van creativiteit worden gok ik. Ik ben niet content van de benutte ruimte. Er valt volgens mij meer uit te halen. Ik zie mogelijkheden over ’t hoofd.
Dat wordt dus zoeken en uitvlooien…

Een aardbeientoren bijvoorbeeld, dat lijkt me veel nuttiger dan een bed vol aardbeien. Een projectje om op de lijst te zetten dus!

En zo blijven we verder zoeken naar toffe ideeën en goeie tips om op een relatief kleine oppervlakte ecologisch, extensief en eetbaar te tuinieren. Om ook de biodiversiteit niet uit het oog te verliezen, houden we als het even kan ook rekening met de Vlaamse rode plantenlijst en het Vlaams levend erfgoed.