’t Is bijna zover. Binnen minder dan 14 dagen word ik 30 jaar.
30 MAAT! Dat is er toch vér over? Géén twintiger meer.

Ja, ik heb daar last van.
Het valt niet meer te ontkennen dat we ouder worden. De ‘eeuwige’ jeugd lijkt voorbij met een 3 ervoor.
Alles met een 2 ervoor mag zot doen en jong zijn. Vanaf die 3 verschijnt zijt ge onontkomelijk volwassen.
Ge kunt nog zot doen, daar niet van.  Maar de kans dat ze u nog ‘meisje’ noemen is ondertussen toch wel zeer klein tot onrealistisch geworden.
Alles wijst er ook op dat het leven voorbij raast. Een vader die 58 wordt, een grootmoeder van 81, een wederhelft die 36 wordt…
Die leeftijden zijn nogal confronterend van tijd tot tijd.

Ook: wat ooit mijn wens was, verwens ik soms.
Ik wilde mijn kinderen voor mijn 30ste. Jong moeder zijn enzo…. Ik zou voor geen geld van de wereld mijn moeder nadoen en nog een kind krijgen op 38,5 jaar.
En kijk… ik ben daar wonderwel in geslaagd. Vier kinderen voor mijn dertigste.
Alleen voelt het nu alsof ik mijn tijd gehad heb, terwijl in mijn naaste omgeving lustig kinderen worden geboren uit 30+ moeders.
Kom, ik ben toch nog vitaal genoeg om kinders te krijgen zekers? (En ik had er altijd graag 5 gehad.)
4 vlotte zwangerschappen met al even vlotte bevallingen en met als resultaat 4 gezonde varkens kinderen. Het klinkt bijna ondankbaar. Al voelt het alsof ik zot ben dat ik niet verder doe. Goei broedmachines moeten renderen, toch? 😉

Gisteren had ik het er nog over met wat toffe (voornamelijk) -30-ers. “Dat het leven meer was dan alleen kinderen krijgen.” Ah ja! Dat weet ik ook wel. Ik bén geen broedmachien hé.
Maar dat is niet de essentie. Dat doet er ook niet toe.
Ik weet dat we ons quotum al ruim overschreden hebben qua ecologische voetafdruk.
Ik weet dat elk kind een eigen portie aandacht nodig heeft.
Kinderen kosten geld, hebben plaats nodig,… Noem het!
Mijn huishouden draait nu al vierkant.
Enfin, mijn verstand werkt nog naar behoren hoor.  Wat dus duidelijk níet wil zeggen dat ik altijd content ben met die rationaliteit.
Dat afscheid nemen van kleine boelekes in huis en de zachtroze babyvellekes valt me behoorlijk zwaar.

Voorts van de rest leek de invulling van mijn twintigerjaren heel duidelijk en vanzelfsprekend. Afstuderen, werk zoeken én vinden, ne goeie vent aan den haak slagen, kinderen krijgen, kinderen zorgen, sociale engagementen,…

De aankomende dertigerjaren lijken op ’t eerste zich heel wat minder verwachtingsvol. De zekerheden die we hebben zijn: goei vrienden, een lief waarmee ik getrouwd ben, een hoop kinderen, een huis, familie.
Maar zeg nu zelf, dat klinkt toch behoorlijk eentonig om de komende tien jaar mee te vullen? Enfin… ge snapt wat ik bedoel. Niet dat ik dat niet boeiend vind hé.

Er wordt hier nagedacht over gemaakte keuzes. Of ze al dan niet de goeie waren. En over ’t algemeen ben ik content met die gemaakte keuzes, al durf ik mezelf soms afvragen of ik niet gelukkiger had geweest met andere keuzes.

Het afgelopen half jaar dienden alvast om te wennen aan het idee ’30’. Het komende half jaar zal waarschijnlijk dienen om weer wat harmonie te vinden in het leven.
Tijd om de twijfels te herleiden tot evenwicht.