Mijn moeder studeert terug. Haar tweede en (hopelijk) laatste jaar nu.
Het verplicht haar om met een computer meer te doen dan te werken met de programma’s op haar werk.

Ze heeft een emailadres. Operationeel en al! Héél af en toe komt daar dan eens een mailtje van binnen in stijve schrijftaal. Dan denk ik “allee, gij zijt mijn moeder, schrijft da nu toch eens gewoon.”

Vandaag was één van die zondagen dat wij met z’n allen samen eten in “d’Abelebaan.”
“Ik heb uwe mail gelezen” zei ze mij. Ik kon al niet goed volgen. Ze bedoelde het laatste postje op kindjes.net. Over Fien die al eens verandert in een hysterische furie.
Zover is ze dus nog niet mee in heel dat internetgegeven. Maar het blijkt dus dat ze nu toch ook het kindjesdagboek kan/wil lezen.

“Just gij hé…” Dat het leek alsof ze zoveel jaar terug in de tijd werd gekatapulteerd. Want ik deed dat ook, zo woedend worden. En ik trok aan mijn haren en ik gooide met vanalles en ik bonkte met de deuren en… en…
“Mor ze kruipt toch nog ni op het dak.”
“Ah nee moeder, ze is nog geen 14 hé”  diende ik haar van repliek.

Ik voelde puberale opstand en verzet opwellen.  Het onbegrepen kind dat eerst bijna een stuk van z’n tong bijt alvorens in overdrive te gaan.
Een schuldgevoel. Over hoe moeilijk ik het haar wel niet gemaakt heb. Over mijn slechte kantjes. Over mijn kuren als kind en als puber.

Ik sta daar ongetwijfeld te lang bij stil. Allicht bedoelde ze enkel dat ook zij daardoor is gemoeten. En dat is toch ook toffe gespreksstof zo aan een overvolle tafel.
Maar kijk… mijn moeder en ik, wij zitten niet altijd op dezelfde golflengte. Sjans dat ik ze graag zie of ik had mijn gezicht nog eens op aloude wijze in mijn eten geduwd.