Vorig jaar fietsten wij nog zo rond:

Na de zomer fietsten we niet meer samen. Ik verkocht de bakfiets.
Hij stond voor onze deur. Een rijhuis, weet wel…
Zijn tweede winter stond voor de deur. Ook letterlijk voor de deur.

Een winter langs een gewestweg met kilo’s strooizout en bakken regen, ik heb het hem bespaard. Onze stalen ros zag daar verschrikkelijk van af.
Niet de beste kwaliteit helaas en een tweede winter buiten zou nefast zijn voor de gezondheid van het fietsding.

Hij verhuisde naar het verre West-Vlaanderen.

Sindsdien kunnen we nergens meer met z’n allen per fiets naartoe.
In de winter valt dat mee, maar vanaf dat het wat beter weer wordt, slaagt dat al eens dik tegen.

Er werd dus nagedacht over een nieuwe fietsoplossing. Een extra fiets bijvoorbeeld, extra fietsstoeltjes, wat peper in het gat van mijn kinderen zodat die drie meisjes gauw zouden kunnen fietsen,…
Na veel denken en afwegen werd het geen van bovenstaande opties. Een nieuwe bakfiets zal het zijn. Een degelijke en geen waar je liever een trekpaard voor zou hangen.

Dat het duur ging zijn, dat wisten we. Kwaliteit betaal je nu eenmaal. Dus gooien we een auto buiten. Ineens een extra motivatie om consequent te fietsen.
Dat de auto zou buitenvliegen was min of meer beangstigend. Zal dat wel lukken met die vier kinderen? Ik kan “nooit” nog ráp eens langs de mémé of last minute naar de colruyt om maar iets te zeggen.

Maar het idee went. Met de bakfiets kan ik ook tot in Deurne rijden. Toch zeker als ’t goei weer is. En hoe deed ik dat toch weer voor ik zelf een auto onder mijn gat had zo’n 3 jaar geleden? Juist! Met de bus.
Ik moet nu zelfs geen voituren meer meesleuren. Vier kinderen op de bank en het kleinste stapperke in de draagdoek als we afstappen. Akkoord, ik moet geen hele inboedel beginnen meesleuren.

Meer nog! Het brengt eigenlijk ook wat rust. Ik ga wat meer moeten plannen, maar plannen is goed en duidelijk.
Een verplichte dagelijkse portie buitenlucht, fietsen door de velden, wijzen naar de pinksterbloemen die bloeien, de verse lammekes tellen langs onze weg,… Ik kijk daar ongelofelijk hard naar uit.
Enfin, we gaan dat allemaal niet te hard romantiseren want er volgt hier gegarandeerd nog een postje waarin ik alle heiligen uit de hemel vloek omdat het kraakt dat het vriest, omdat het al héél april en héél mei regent, enz.

De elektronische trapondersteuning zal mijn redder in nood zijn. Het “duwtje in de rug”.  Dát wat de stap naar een (moeder)auto wegdoen minder groot maakt.
Ik leef dus in hoop. In de hoop dat het er volgende maand weer zo kan uitzien (maar dan een jaartje ouder en in een andere bakfiets)

Ja, mijn kinderen mochten ook in pyjama meerijden.

Stien! Ik hoop dat we over twee jaar nog even content zijn als gij. 🙂