Parking van de plaatselijke Delhaize. 14u30.
Twee tachtigers met een kar met boodschappen, een rollator (zo’n looprekske) en een auto.

Een tafereel zonder veel beweging speelt zich af terwijl mensen kijken en passeren.
Zij kromgebukt van ouderdom bij de winkelkar. Hij frullend met het rollatordink bij de open koffer.

Ik vraag of ik kan helpen en ik zet mijn mand met versch winkelwaar neer.
Ze hoort waarschijnlijk niet goed want ze kijkt alleen maar vriendelijk terug. Hij mompelt dat hij het al honderd keer gedaan heeft.
Ik vraag hoe het moet maar hij kan daar niet op antwoorden. De gewoonte zit in zijn handelingen, niet in zijn taal.
Het rode hendeltje openklipsen en het spel bijeen vouwen zo blijkt.
Als ge nen buggy met één hand kunt openvouwen, krijgt ge ook wel een rollatorke bijeen geplooid hé.

Zijn oude handen pakken de rollator beet. Het moet in de koffer. Ik neem de andere kant en leg het er netjes mee in.
Hij is niet meer de sterke man die hij ooit geweest moet zijn. “Gij zijt een vrouw van aanpak sé.”

Dat de koffer nu vol zit en de boodschappen er zeker niet meer bij geraken…
Ik help gauw. Eén doos op de rollator en één op de achterbank.

“Merci!” zeggen ze en met “graag gedaan” heb ik vandaag alweer mijnen hemel verdiend.
Jammer voor al de mensen die voorbijliepen. Het kan zo deugddoend zijn om te helpen.