15 oktober. De dag dat ik zou gaan werken. Twee dagen in de week naar Antwerpen tot het einde van het schooljaar.
De ‘zou’ in de tweede zin verklapt veel. Ik heb het niet gedaan.
De eindbalans helde te negatief over. Ik kan het hier allemaal voor u opsommen. Allemaal kleine futtebagatellen die op zich positief opgevangen kunnen worden. Maar ik bespaar mezelf de moeite. Ik heb de knoop begin oktober al doorgehakt.

Toch geen extra kilometers dus. Geen extreem vroege vertrektijden. Geen… nog veel meer…
De rust in mijn hoofd keerde weer.  Het huishouden werd weer huishouden in plaats van puinhoop. Die puinhoop was rechtevenredig met de puinhoop in mijn hoofd.

Dus blijf ik nog efkes thuis om te zorgen. Blijf ik vervangjuf op de vrijdagen dat er een jufke ziek valt bij ons op school. Blijf ik geëngageerde ouder.

Nog efkes tijd om dat creatief project deftig uit de grond te stampen.

Och, ik heb geen spijt dat ik nee zei.

Onze bankrekening had het tof gevonden… en dat is dan meteen het enige nadeel want zo’n momenten met de kinderen zijn goud waard.