Vandaag. Bij het overschouwen van mijn huishouden vol krijsende kinderen, stapels was en het gebrek aan een auto waar we met z’n allen in passen bedacht ik me dat ik niet de wereldverbeteraar ben die ik had willen zijn.

Opgegroeid in een huishouden met vijf kinderen… dat maakt dat ik wel wat gewoon ben.
Stapels was, ruziënde kinderen, ouders die zot werden soms, ook al eens zonder auto waar we met z’n allen in pasten.

Bij ons thuis verdween er regelmatig eens iets. Zomaar. Vanzelf. En niemand had dat ooit gedaan. Kwijt. Gezocht tot in den treure.
Dat gebeurde. En voorwaar, we dachten bekanst dat er kwelduivels met ons gerief vandoor gingen.

Anno 2004 trad ik uit het ouderlijke huis en ging onder de kerktoren wonen met mijn lief. Gezellig, knus, zelden iets verloren. Als er al eens iets verloren ging dan was dat gemakkelijk in zijn schoenen te schuiven. Hij is een georganiseerde sloddervos.

Anno 2013 snap ik het. Vandaag tijdens dat overschouwen ’s mijnens leefwereld welde er een soort compassie met mijn ouders op.
Er verdwenen hier al wel eens kleine dingen of papieren. Of sleutels waar ge dan heel uw kot voor overhoop haalt (en mijn kinderen spelen dan nog geeneens Fort Boyard!) Een sloefke of een sandaal, dat speelden wij ook al wel eens kwijt in ons huis.
Maar sinds een tweetal weken is mijn keerborstel verdwenen. De stok is terecht. De borstel… ik zweer het! er zijn kwelduivels mee aan de haal. De kinderen weten van niks. Zeggen ze.
Hij viel vandaag, mijn frank. Kinderen zijn kwelduivels als het gaat over orde en netheid.
Binnenkort, als ze denken dat alles wat van mij is ook van hen is, dan gaat het hek van de dam zijn. Ik neem alvast afscheid van mijn persoonlijke eigendommen. Er komt een tijd dat ik ze niet meer ga terugvinden.
Mijn huishouden is geen haar beter dan dat van mijn ouders!

 

PS: Sorry moeke en voke, dat nietjesmachien dat ik eens heb geleend toen mijn slaapkamer zich nog boven jullie woonkamer bevond, dat is werkelijk goei gerief. Als ge het zoekt, het zit hier in het schuifke “nietjesmachine.”