… zet je klompjes bij ’t vuur. Moeder bakt pannenkoeken en het meel is zo duur…

’t Was vader deze keer. Vader bakte pannenkoeken en de familie kwam ze opeten. Lichtmis met volk in huis is immers zo gezellig.

 

Pannenkoeken met suiker of siroop of (en dat was een fantastische ontdekking bij Joen en Lot) appeltjes met rozijnen en kaneel.
Ik was nooit pannenkoekenfan. Toch niet van de zoete varianten. Wegens… uhu, te zoet.
Maar gebakken appeltjes met kaneel en rozijnen, daar wil ik met graagte meer dan twee pannenkoeken van naar binnen schuiven!

 

Oh, en wij genoten van het zonneke dat door het raam naar binnen priemde. Zalig, zo wat licht aan het einde van een donkere periode.
Al schrijft de druivelaar vandaag “Schijnt met Maria Lichtmis de zon door de toren, dan komt er nog net zoveel kou als tevoren.”
Bon, beste weerspreuk, ik hoop dat het een bakerpraatje is want ik zit niet persé te wachten op nog twee weken vriezen dat ’t kraakt.

Het waterige winterzonneke doet aardig haar best om een flinke lentezon te worden. Nog efkes en den donkere mag er zijn bijltje bij leggen. Het is begot al meer dan een uur langer licht dan bij het begin van de winter. Heerlijk vinden wij dat!
Wist ge trouwens dat die schoon gouden pannenkoeken symbool staan voor  de zon?
En ook… naar ’t schijnt werden er vroeger vanaf Lichtmis weer werklui tewerkgesteld op ’t land. Dat vonden ze de moeite om het deeg in de pan te kappen en een feestje te bouwen.

En zo sloten wij de lichtfeesten af die begonnen met Sint Maarten en brandden we (figuurlijk) de kaarsrestjes van deze periode op.
Wij willen naar buiten! Op zoek naar de eerste lentebodes, een frisse lentebries die ons ’s avonds doet besluiten om het raam stiekem open te schuiven en te luisteren naar het vogelgekweel bij valavond.