Ziet. Het water in de teil is nog niet ontvrozen of de brandnetels laten al zien wie er de baas zal zijn in den hof dit jaar.
Ik dacht “laat ik ze voortijdig een kopje kleiner maken” en “ik draai ze in de soep.”

Zodus liet ik me vangen door de zon die al later ondergaat en kroop ik eigenlijk te laat den hof in om brandnetelkopkes uit te pitsen.

Een hele trizee vol en ik moest er niet eens moeite voor doen. Dat belooft nog…
…een helse wortelstokkenuitrekkenactiviteit te worden.

Soep dus. Nogal prematuur. Want van groene jonge scheuten is maar amper sprake.

Het was lang geleden dat ik dat nog eens maakte. Lang. Als in héél lang.
De vorige keer plukte ik brandnetels aan een schapenwei. De soep vond ik toen niet lekker want ik vond dat er een schapenkakgeurtje aan hing.
En ja… vandaag rook ik toch ook weer een zweem van schapenkak. Echter geen schapen hier in onze hof.
Maar met een hoop gestoofde ajuin, een klets blauwe kaas en het lekske room dat nog overschoot van de quiche vervaagde het geurtje.

Geen slechte soep, maar behoorlijk straf van smaak. Wacht dus zelf gerust nog wat tot de brandnetels beginnen puberen. Uw kinderen die eigenlijk graag brandnetelsoep lusten zullen u dankbaar zijn.