ambities

online casino game developers association

Mijn jongste kindeke is bijna 22 maanden oud. 2 jaar komt eraan. Dan 2,5 jaar en daarna is ’t al bijna tijd om ze naar school te sturen.
Het plan is dat als de kleinste naar school gaat, moeder terug gaat werken. Wij leven helaas niet van de hemelse dauw gelijk sommige mensen wel eens durven denken. Een geldkoei hebben wij ook niet. Laat staan een ezel of een kip met gouden eieren. Hah!
Rekeningen, díe hebben wij wel. Ik heb al gedacht om het stickertje “geen ongeadresseerd reclamedrukwerk aub” uit te breiden met “…noch geadresseerde rekeningen,”  maar ik acht de postbodes wel in staat om ze dan gewoon op den dorpel te gooien. Langs den andere kant… deurwaarders hoeven hier van mij ook geen vrienden des huizes te worden.
Het stickertje blijft dus ongewijzigd en we schrijven “braaf” het geld over naar de betreffende instanties.

Maar dus.
Dat werk. Nog veraf eigenlijk maar in mijn hoofd behoorlijk dichtbij en dat zorgt voor een stresske. Want kijk… ik maak het mezelf alweer niet gemakkelijk.
Het zou nochtans gemakkelijk kunnen zijn. Ik beschik namelijk over een diploma “leerkracht kleuteronderwijs.” Dat zou solliciteren worden en gaan werken.
Schooluren. Iets waar de helft van de bevolking van droomt.

Ik heb voorlopig niet de behoefte om een eigen kleuterklas te hebben. Heelder agenda’s samenstellen met de ontwikkelingsdoelen in het achterhoofd… ik heb daar precies geen goesting in.
Wat me ook enorm tegenhoudt aan die job als kleuterjuf is het vele werk ná de uren. Ik heb nog wel mijn eigen gekweekte kleuterklas na de schooluren hé!

Zodus breek ik alvast mijn hoofd over wat het wél zal worden als de tijd daar is.
Ik kan véél. Maar echt…
Met dat nadeel dat ik van de vele dingen die ik kan niks goed genoeg kan om er geld mee te verdienen.

Voorlopig zijn de opties:
– gaan werken in het onderwijs
– bijscholen
– zelfstandig worden en helemaal toegeven aan mijn eigenwijs karakter

Dat laatste klinkt het meest aanlokkelijke al besef ik dat dat de minst evidente weg zal zijn.

Maar vóór we zover zijn broeden we nog op een vers projectje. En wie weet borduren we daar tegen werkentijd wel op verder als het aanslaagt.
Meer daarover als de tijd rijp is!

 

30

’t Is bijna zover. Binnen minder dan 14 dagen word ik 30 jaar.
30 MAAT! Dat is er toch vér over? Géén twintiger meer.

Ja, ik heb daar last van.
Het valt niet meer te ontkennen dat we ouder worden. De ‘eeuwige’ jeugd lijkt voorbij met een 3 ervoor.
Alles met een 2 ervoor mag zot doen en jong zijn. Vanaf die 3 verschijnt zijt ge onontkomelijk volwassen.
Ge kunt nog zot doen, daar niet van.  Maar de kans dat ze u nog ‘meisje’ noemen is ondertussen toch wel zeer klein tot onrealistisch geworden.
Alles wijst er ook op dat het leven voorbij raast. Een vader die 58 wordt, een grootmoeder van 81, een wederhelft die 36 wordt…
Die leeftijden zijn nogal confronterend van tijd tot tijd.

Ook: wat ooit mijn wens was, verwens ik soms.
Ik wilde mijn kinderen voor mijn 30ste. Jong moeder zijn enzo…. Ik zou voor geen geld van de wereld mijn moeder nadoen en nog een kind krijgen op 38,5 jaar.
En kijk… ik ben daar wonderwel in geslaagd. Vier kinderen voor mijn dertigste.
Alleen voelt het nu alsof ik mijn tijd gehad heb, terwijl in mijn naaste omgeving lustig kinderen worden geboren uit 30+ moeders.
Kom, ik ben toch nog vitaal genoeg om kinders te krijgen zekers? (En ik had er altijd graag 5 gehad.)
4 vlotte zwangerschappen met al even vlotte bevallingen en met als resultaat 4 gezonde varkens kinderen. Het klinkt bijna ondankbaar. Al voelt het alsof ik zot ben dat ik niet verder doe. Goei broedmachines moeten renderen, toch? 😉

Gisteren had ik het er nog over met wat toffe (voornamelijk) -30-ers. “Dat het leven meer was dan alleen kinderen krijgen.” Ah ja! Dat weet ik ook wel. Ik bén geen broedmachien hé.
Maar dat is niet de essentie. Dat doet er ook niet toe.
Ik weet dat we ons quotum al ruim overschreden hebben qua ecologische voetafdruk.
Ik weet dat elk kind een eigen portie aandacht nodig heeft.
Kinderen kosten geld, hebben plaats nodig,… Noem het!
Mijn huishouden draait nu al vierkant.
Enfin, mijn verstand werkt nog naar behoren hoor.  Wat dus duidelijk níet wil zeggen dat ik altijd content ben met die rationaliteit.
Dat afscheid nemen van kleine boelekes in huis en de zachtroze babyvellekes valt me behoorlijk zwaar.

Voorts van de rest leek de invulling van mijn twintigerjaren heel duidelijk en vanzelfsprekend. Afstuderen, werk zoeken én vinden, ne goeie vent aan den haak slagen, kinderen krijgen, kinderen zorgen, sociale engagementen,…

De aankomende dertigerjaren lijken op ’t eerste zich heel wat minder verwachtingsvol. De zekerheden die we hebben zijn: goei vrienden, een lief waarmee ik getrouwd ben, een hoop kinderen, een huis, familie.
Maar zeg nu zelf, dat klinkt toch behoorlijk eentonig om de komende tien jaar mee te vullen? Enfin… ge snapt wat ik bedoel. Niet dat ik dat niet boeiend vind hé.

Er wordt hier nagedacht over gemaakte keuzes. Of ze al dan niet de goeie waren. En over ’t algemeen ben ik content met die gemaakte keuzes, al durf ik mezelf soms afvragen of ik niet gelukkiger had geweest met andere keuzes.

Het afgelopen half jaar dienden alvast om te wennen aan het idee ’30’. Het komende half jaar zal waarschijnlijk dienen om weer wat harmonie te vinden in het leven.
Tijd om de twijfels te herleiden tot evenwicht.

Kinderopvang

Als ik m’n kinderen echt zou moeten uithuis sturen, dan het liefst naar zoiets.

Beter nog, ik heb ooit met het idee gespeeld om zelf een kinderopvang te beginnen en dan had het ook zoiets moeten worden.
Misschien ooit, als ik eens een startkapitaal vind en mijn kinderen gaan naar school, dan misschien…