Eigenhandig

Lui-er-zakske

Eerder dit jaar maakte ik eens een luierzakje voor een neefke.
Van de achterkant trok ik toen geen foto’s. Die was immers niet naar mijn goesting. Ik heb daar nogal mee zitten kullen (knoeien/frutsen).

Een paar weken geleden pakte ik nog eens wat papier ter hand en een potlood om een nieuw modelleke te schetsen.
‘k Moet toegeven dat ik meer gedacht heb dan getekend.
Enfin, ontwerp af, uitgetekend, op stof gezet en uitgeknipt.

Het ineen zetten moest wachten tot we thuis waren van verlof. Met mondjesmaat gebeurde dat in veel te late uurtjes. En zie… na wat gesukkel is het klaar.

Gesukkel ja, want er liep ’t één en ’t ander niet volgens plan.
1) Als ge een stuk stof in twee knipt waar dat niet de bedoeling is, dan zijt ge a) moe of b) een lompe koe. Om er toch nog de optie ‘…maar inventief’ aan toe te voegen, maakt ge u dus gauw een paspelke waarmee ge die twee stukskes stof terug aan elkaar zet. Ah ja! Met restjes stof begint ge niet zomaar opnieuw hé.

2) Ge denkt u er gauw vanaf te maken door heel het stoffenspel onder uw nieuwe overlock door te trekken? Mheup! De mijne verteerde dat ritske niet goed. En zo kunt ge een naald vervangen en de rest van de avond één van uw draden inrijgen omdat die er steeds uitspringt. Dráád dat ge daarmee verspeelt… én geduld. Gelukkig restte er mij net genoeg geduld om het spel geen trap te geven. (Ik geef toe, ik had ook het lef niet… Dat ding heb ik welgeteld een maand in mijn bezit en werd mij met veel liefde voor mijn 30ste verjaardag geschonken.)
Er werden hulpdiensten ingeschakeld om mij weer te doen overeenkomen met het masjien in kwestie.

3) Als ge te lui zijt om uw stoffen aan elkaar te spelden of te driegen, moet ge ni komen bleiten dat het vanboven precies toch niet helemaal accordeert.

4) Het vakske langs buiten om iets extra in te steken is wel héél groot als ge helemaal en overal tussen de binnen- en de buitenstof kunt. Dat ineengestikt zakje onder de naald van mijn stikmachien krijgen om het compartiment af te bakenen verliep niet geheel ‘vloekeloos’.

Er zijn voordelen ook, dat wel.
Kom… toch minstens eentje.
De naald van het stikmachien stond in voor alle steekskes. Geen enkele werd door mijn hand geleid.
De rits! Hét handigste draaigat ooit.

En ja, ge ziet dat goed! Daar zit een luier in. Wegens gebrek aan pampers namelijk.
Sinds ik geen goesting heb om geld uit te geven aan pampers (die hier enkel ’s nachts werden gedragen of op luie momenten) en de jongste geen nachtvoedingen meer krijgt (en zich bijgevolg niet voorbij plast ’s nachts), stelt Mitte het enkel met luiers.

Vandaar ook deze versie en niet deze, want in die laatste wringt ge niet zomaar een stoffen luier. 😉

In ’t wit

Dan is het Pinksterfeest op school en moeten alle kindjes in ’t wit gekleed naar school komen.
Voor alle kindjes was er nog wel ’t één of ’t ander wit  te vinden in de kleerkast. Enkel Fien had nog iets nodig. Het schoon wit kleedje van vorig jaar is definitief te klein.
En omdat moeder weinig goesting had om met vier kinderen naar de winkel te tenen, besloot laatstgenoemde om een lapke stof tot iets draagbaars te verwerken.

Zoals een moeder van vier die ‘goed’ georganiseerd is het betaamt, deed ik dat niet twee weken geleden. Dat zou erover zijn! Véél te goed gepland enzo. Neenee, twee dagen geleden legden we een stofke op tafel en bedachten we een plan.
Een cirkelrokske zou het worden.
Het zou veel te simpel zijn met een schoon uitgetekend patroon, gemeten en gemaakt op de dochter haar lijf. ’t Zou ook gewoon teveel van mijn vermoeide hersens vragen. En trouwens… de dochter lag in bed!

Hoe doet een luie moeder dat dan?
Men neme een cirkelrokje uit de verkleedmand, plooit dat in vier en men tekent de omtrek daarvan op papier. Vwala. Patroon getekend.

Omdat wit ook maar wit is, zette ik er een boord aan. Ook in ’t wit, maar met een broderieke erop. Dat maakt het nét iets feestelijker. (Pinksterfeest, weet u.)
En eigenlijk was er het plan om er nog een onderrokske onder te maken. Wit schijnt nogal door, vandaar. Dus Riet suggereerde om het bovenaan niet te breed te nemen zodat dat onderrokske niet mee zou rimpelen en het geheel niet volledig zou opblazen.
Maar gisterenavond begon de tijd te dringen en werden er knopen doorgehakt. Geen onderrokske. Het kon me al niet meer schelen dat het zou doorschijnen. ’t Is ook maar een kind en ni dat het zó’n doorzichtig stofke is.

Nachtelijk werk met een vermoeide kop is niet ideaal. Zo bleek de elastiek toch wel wat losjes te zitten rond Fien haar middel. Enfin, los… niet spannend genoeg is misschien juister. (Ja, ik haalde het kind uit haar slaap om rap efkes te passen.)
Maar kom, ook daar zijn oplossingen voor hé. Aangezien de elastiek was vastgestikt op het rokske, werden het twee gaatjes in de boordstof om een koordeke door te trekken.

Ze gaat dat rokske nog lang kunnen dragen! Lang genoeg. Breed genoeg. Zwierig genoeg.

Maar als ik had kunnen voorzien dat ik deze nacht maar 4u zou slapen, ik had tóch met mijn vier kinders naar de winkel gelopen denk ik.

Plannen. Wilde.

Het eerste plan is om een kiekeskot te zetten voor die kip die gouden eieren legt.

Vervolgens kan ik misschien de rest van mijn plannen eens ter uitvoering brengen.
Zoals daar zijn;

– Een schuurtje bouwen. Helemaal vanachter in onze hof. Het tuinhuis dat midden op drassige grond staat en in de winter  kan doorgaan als overdekt plonsbadje (overdreven…) mag plat en den beton verwijderd.

– Het kippenhok mag deels ondergebracht worden in het nieuwe schuurtje.

– Aan onze achtergevel mag een afdak geplaatst worden. Liefst met zo’n schoon houten balken en een pannendak.
Dat zou zo handig zijn om onze fietsen onder te zetten.

– De groentenhof moet aangelegd en ingezaaid worden. Nog een beetje tijd daarvoor en de voorbereidingen zijn genomen. Maar ik voel dat er te weinig tijd gaat overschieten om het te doen zoals ik het in mijn hoofd heb.

– Oh… een schaap zou zo geweldig zijn. Maar da’s ni haalbaar op 400m² zekers?
Ik heb daar ook een wederhelft in tegen…

–  Een wild binnenplan: ik wil een weefgetouw! Dus als ge iemand kent die zijn/haar weefgetouw wegdoet voor een prikske… Ik. Wil.
(Ja Tom… als gij zoveel draden moogt, wil ik ook. Elentrik of stof, zoveel verschil is dat niet hé. 😉 )
’t Is geleden van toen ik pakweg 15-16 jaar was en ik weet niet of ik die kettingdraden nog zonder handleiding zou kunnen opzetten, maar kom. Ik heb er wel goesting in!
Een groot weefgetouw zou tof zijn, maar met zo één zou ik al heel content zijn:

Verder zijn er nog veel andere plannen. Minder wild, dat wel. De volledige woonkamer schilderen, inclusief plafond… dat moet dit voorjaar nog gebeuren.
Het houtwerk in de achtergevel moet afgeschuurd en herschilderd worden. Noodzakelijk kwaad.

Wilde plannen zijn toffer. 😉

Zjapanees

Een hele tijd geleden liet ik mijn zus een Japans patronenboek meebrengen uit Julija’s shop.
Dat lag hier bijgevolg al een hele tijd te liggen.

En omdat ik het nodig vond om mijn huishouden wat te laten dansen, ging ik een hemdje maken voor Klaas. Uit dat boek welteverstaan.
Patroon overgetekend, stof genomen. En bij dat laatste wrong het schoentje. Stukje te kort!
Dat stukje is bijbesteld ondertussen en moet hier heel dra in de bus vallen, maar daarmee was mijn naaihonger nog niet gestild.

Een rokje voor Fien dan maar.
En echt, ik versta geen lap van dat Japans!  Dus ik heb naar de betreffende werkbeschrijving zitten gapen gelijk een koe naar een voorbijrijdende trein. Ik geloofde immers nauwelijks dat het zo simpel moest zijn.
Twee lappen stof en wat boordekes. That’s it!
Er viel geen patroon over te nemen, want dat zat er simpelweg niet bij! Een hoop afmetingen en leeftijden, da’s al.

Voor Fien ging dat zo: twee lappen stof van 70 breed op 30 lang (zonder naadwaarde hé), een stuk stof om de taille af te werken à la biais (de lengte van Fien haar tailleomtrek + wat centimetertjes speling extra) en twee zelfgemaakte linten om daar onderdoor te trekken.

Ik weet niet of ik het zo goed moet vinden. Het staat zo pofferig. En inderdaad, vooraan hangt het wat lager dan vanachter, al steek ik dat op haar poep (die ze van haar moeder erfde ocharme).
Al ben ik wel content dat ik de lengte heb aangepast en niet de voorgeschreven 38cm heb gebruikt.

Ik twijfel nog of ik na dit proefrokje nog eentje zou maken in een duurder stofje.
Gemakkelijk was het wel, daar niet van!

De overtrek

(Patroondelen digitaal te verkrijgen op vraag.) (Patroondelen te vinden via deze link.)

Toen kampeerden we in het ziekenhuis. En wat doet ne mens daar als inslapende ouder buiten zorgen voor het arme dutske?
Boekskes lezen, de gazet uitpluizen, tv gapen, duimen draaien,… of -zoals ik- wat handwerk afwerken.

Zo gebeurde het dus dat de maxi-cosi overtrek af geraakte.
Wat mij nog restte was de handleiding te schrijven.

Uhu! Een handleiding. Ik. Degene die liever alles uit haar mouw schudt dan zelf handleidingen te volgen. Ik schreef écht een handleiding.
Vraag is of ze bruikbaar zal zijn. De proefpersonen mogen mij dat achteraf laten weten!

Enige opmerkingen van mijnentwege:
Ik vind de stof aan het voeteneinde nogal krap. Misschien stikte ik de elastiek niet gespannen genoeg?
Ik twijfel om ze onderaan vast te zetten met drukknopen aan de originele hoes.

Als het voetenzakkenweer voorbij is, zet ik er hoogstwaarschijnlijk nog wel een applicatie op. Zo alles in ‘tzelfde stofke is een beetje teveel van ’t goeie.

Tot slot alhier de handleiding:
Om een printbare versie te downloaden, klik je simpelweg op onderstaande foto’s.
(Klik rechts en kies ‘openen in nieuw tabblad’ om u veel miserie en geklik te besparen.)

Met dank aan Lieselot wiens oude overtrek ik uit elkaar mocht frutsen.

snapshot

De kerstvakantie is bijna ten einde. Een vakantie waarin niet alleen de kinderen thuis waren, maar ook de wederhelft.
Ik ging dus veel kunnen doen.
Was bijwerken. Helaas, die komt altijd maar weer.
Kent u het liedje “maar die kat kom weer, die kon niet langer wach, die kat kom weer, die volgende dag…”
Volgens mij hebben die Zuid Afrikanen zich vergist van woord en moet dat “die was kom weer” zijn.

Mislukt dus. 😀

Maar kom, buiten de was… ook nog wat naaiprojectjes afwerken. Deels geslaagd. Oef!
Het luierzakje van Viktor (ons kindjes hun verse neefje) is oa klaar geraakt.

Het huzarenstukje wat maxi-cosihoes heet, daar wordt nog op gezweet. Een bestaande hoes uiteen taren, dat is poepsimpel. Een nieuwe in elkaar flansen, dat is euhm… minder vanzelfsprekend. 😉
En er is blijkbaar interesse.
Sja… Als ik een werkbeschrijving klaarkrijg, moogt ge de patroondelen gebruiken. Zonder beschrijven en zonder voorbeeldhoes kunt ge beter de processie van Echternach eens lopen.

Maar wat ik u eigenlijk wilde vertellen (want het bovenstaande is weinigzeggend);
Ik trok zonet een behoorlijk coole foto.
Eén foto waarop ge het huis van onze overburen ziet én een deel van ons interieur.

Geen idee wat u ervan vindt, maar ik vond dat een behoorlijk tof beeld.

Onder de kleuterklasboom

En toen zaten we met vier zieke kinderen.

Het maxi-cosiproject? In nog steeds dezelfde fase en aan de kant geschoven.

Als Fien gauw genezen geraakt, moet ze een cadeautje mee naar school nemen om onder de kerstboom te leggen. Een cadeautje dat voor een jongen of meisje moet dienen tussen 3 en 6 jaar.
En wat doet een moeder wiens kinderen naar een school gaan waar kopen een alternatief is van zelf maken? Juist ja, iets uit haar mouw schudden en aan het werk geslagen.

Er werd een vermiljoenstofke uit de stapel stof gevist, een vogelpatroon gevonden en tenslotte genaaid. Dat vogelpatroon had ik zelf kunnen tekenen uiteraard, maar ik had nu niet de tijd om dat onderste pand te zitten uitvozen.

Hup! Fien heeft een cadeautje om mee te nemen. Nu enkel nog inpakken.

Project Maxi-Cosi

Een nieuwe maxicosihoes in wording. Benieuwd of het zal lukken…
Wat extra tijd en wat minder kinderen zouden goed zijn voor de productiviteit. 😉

Laatavondwerk = laatavondfoto’s

Popje

Nee, ik ben géén tante Hilde die met poppen tovert alsof het niks is. Maar toen de peuterjuf enkele ouders zocht om Sinterklaas een handje te helpen, zei ik niet nee. Dat is namelijk wel plezant, zo popkes maken.

Er waren popjes nodig waarmee de peuters konden spelen en die ook dienst konden doen bij een poppenspel.
3 maandagavonden vanaf 20u.

De eerste avond sjauwelden we en staken we het hoofdje in elkaar. Jaja! 2 lange uren voor één hoofdje.
Wol kaarden, kopke vullen, kopke afbinden, gezichtslijnen trekken, kopke overtrekken en de twee uren waren foetsjie.

De tweede maandagavond maakten we een lijfje aan het hoofdje. Onderaan in dat lijfje een zandzakje zodat het ding stabiel staat.  Verder een hoop ijzerdraad in de juiste richtingen geplooid om het popke in wording van armen te voorzien.

Na maandag #2 ging het popje mee naar huis. Er restte ons immers nog maar één maandag om dat spel af te krijgen. En dat dat zou lukken, dat zaagt ge (zag je) van hier!
Moeha! Alsof daar thuis wél tijd voor was om daar aan te werken zekers?
De armpjes kreeg ik omwikkeld met wol en ik begon aan het velleke van de armen te naaien.
Niet om over naar huis te schrijven dus!

Maandag #3: De armpjes werden verder dichtgenaaid, het begin van het manneke zijn ondergoed werd gemaakt. En ja… toen was ook die avond alweer voorbij!
Sommige mama’s gaven de hoop al op om hun popje af te krijgen tegen donderdagmiddag. En ik? Sja, ik zou wel wat minder slapen eventueel.
En zo werd er dus naaiwerk verricht tot mijn ogen erbij toe vielen.  Met als resultaat dat ik woensdagavond en donderdag toch een beentje bij heb moeten zetten. Da’s handwerk hé maat! Zo’n popke steekt ge niet gauw onder uw stikmachien.

Het huishouden danste, de was swingde, de kinderen aten geen warm eten, maar het popke ging klaar geraken!

Woensdagavond kreeg het kleinood een weelderige haarbos, ogen en een mondje en een vestje. Donderdagvoormiddag staken we een paar lapkes stof onder  het stikmachien om een bloesje en een broek te maken. Om ook dát nog met de hand te naaien, restte mij gewoon te weinig tijd.

Het is op tijd op school geraakt. Al had het gewoon thuisgebleven als het aan Trijn had gelegen. 😉