familie

http://praetershoek.be/fruit-machine-roms-download-deutsch/

Mijn moeder studeert terug. Haar tweede en (hopelijk) laatste jaar nu.
Het verplicht haar om met een computer meer te doen dan te werken met de programma’s op haar werk.

Ze heeft een emailadres. Operationeel en al! Héél af en toe komt daar dan eens een mailtje van binnen in stijve schrijftaal. Dan denk ik “allee, gij zijt mijn moeder, schrijft da nu toch eens gewoon.”

Vandaag was één van die zondagen dat wij met z’n allen samen eten in “d’Abelebaan.”
“Ik heb uwe mail gelezen” zei ze mij. Ik kon al niet goed volgen. Ze bedoelde het laatste postje op kindjes.net. Over Fien die al eens verandert in een hysterische furie.
Zover is ze dus nog niet mee in heel dat internetgegeven. Maar het blijkt dus dat ze nu toch ook het kindjesdagboek kan/wil lezen.

“Just gij hé…” Dat het leek alsof ze zoveel jaar terug in de tijd werd gekatapulteerd. Want ik deed dat ook, zo woedend worden. En ik trok aan mijn haren en ik gooide met vanalles en ik bonkte met de deuren en… en…
“Mor ze kruipt toch nog ni op het dak.”
“Ah nee moeder, ze is nog geen 14 hé”  diende ik haar van repliek.

Ik voelde puberale opstand en verzet opwellen.  Het onbegrepen kind dat eerst bijna een stuk van z’n tong bijt alvorens in overdrive te gaan.
Een schuldgevoel. Over hoe moeilijk ik het haar wel niet gemaakt heb. Over mijn slechte kantjes. Over mijn kuren als kind en als puber.

Ik sta daar ongetwijfeld te lang bij stil. Allicht bedoelde ze enkel dat ook zij daardoor is gemoeten. En dat is toch ook toffe gespreksstof zo aan een overvolle tafel.
Maar kijk… mijn moeder en ik, wij zitten niet altijd op dezelfde golflengte. Sjans dat ik ze graag zie of ik had mijn gezicht nog eens op aloude wijze in mijn eten geduwd.

Junisprint

Mijn kinderen hebben hun eerste dag verlof al achter de kiezen. Al voelt het voor mij niet aan alsof het al vakantie is.
Wat vooral in mijn hoofd steekt, is dat mijn zus zaterdag trouwt.

Dat wil zoveel zeggen als: zorgen dat alle kleren in orde zijn (én in huis), dat mijn tekst als getuige in orde is, dat er eten in huis is voor de kinderen voor zaterdagavond, dat het logeergerief van Klaas klaarstaat, dat het mee te nemen kindergerief klaar staat,…
En eerlijk… dat klinkt nu toch niet bijster veel en vermoeiend? Maar jawel, ík heb daar een vol hoofd van.

Een hoofd dat overloopt van de to do’s. Zoals hier eens iets komen schrijven bijvoorbeeld. Inspiratie genoeg!
Echt waar… dan heeft ne mens geen tijd om veel te schrijven en zijn er dingen te over om neer te pennen. Tegen dat het hier weer wat rustiger is, weet ik weer niet wat schrijven. 😉

Het huishouden Jan Steent wat verder terwijl ik mij daar zo min mogelijk druk in probeer te maken. Al hou ik wel mijn duimen gekruist dat er hier niemand onbekend moet binnenstappen.
Mijn kinderen krijgen nog eten, er is nog elke dag proper ondergoed om aan te doen (al antwoord ik de wederhelft ’s morgens al eens met ‘kijk eens in de mand met plooiwas’),…
Het zou nóg erger kunnen dus.

Maar kijk… terwijl ik hier zo zit te wachten tot mijn feedbackchinesevrijwilliger mijn getuigentekst heeft nagelezen, geef ik u alvast een bloemlezing van wat mijn geheugen nog onthouden heeft.
Ik maakte vorige week 3 bloemenkroontjes. Ons kinderen vierden Sint Jan op school.
Niet zo schoon als die van vorig jaar, maar ik kon het niet opbrengen om aan elke kroon 1u bezig te zijn. Deze versie kostte mij een half uur per kroon.

Vrijdagavond knalden er in Borsbeek vreugdeschoten voor de zus en haar toekomstige. Ik was daar ook uiteraard!

Een dag later voegde ik me bij de leeftijdsgroep van de 30’ers.
Mét een feestje en mét cadeautjes!
Mét slecht weer ook! Ik heb verjaardagsfeestjes gegeven toen ik 6, 16, 21 en 30 jaar werd. En serieus, die drie laatste keren was het slecht weer! Al die jaren tussenin was 25 juni een stralende dag. Dat is toch hemeltergend??
Maar enfin, we mogen niet klagen. Ik heb genoten van mijn verjaardag. Echtig waar!
En toffe cadeaus jong! Twee goed voorbereide vriendinnen gingen voor het persoonlijk geschenkje (waarvoor oprecht dank!) Al de rest droeg zijn centje bij aan het last-minutevoorstel van mijn teerbeminde.
Zo gebeurde het dat ik afgelopen zaterdag een groot pak in ontvangst mocht nemen.

Ik vind dat zot! Ook daar: oprechte dank! Ik ben met mijn gat in de boter gevallen. 😉

Dinsdag trouwde mijn zus voor de wet.  (Die foto’s staan nog ergens ruw en raw te wezen. Vooralsnog geen toonbaar bewijsmateriaal daarvan tot op heden.) Wij brachten de dag door bij de schoonbroer zijn familie met lekker eten en goed gezelschap. Stinkend en plakkend van ’t zweet zijn we ’s avonds thuis gekomen.

Woensdag werd in de klas van Fien en Klaas afscheid genomen van de “grootjes” ofte de kinderen die in september naar de eerste klas gaan. Traditioneel volgt daarop het jaarlijks afscheid voor de grote vakantie waarop alle ouders  (van de klas) zijn uitgenodigd. Om half twaalf stonden we dus paraat op school.
Als prettige vakantiewens gaven ons kindjes een cd’tje aan hun juf met daarop de foto’s die wij dit schooljaar trokken. In het hoezeke uiteraard een schoon tekening van het oudste kind.
Volgend schooljaar komen onze kinderen gewoon terug bij dezelfde kleuterjuf in de klas.
Ik zou hier nu een boompje kunnen opzetten over al die (zelfgemaakte) geschenken die menig juf/meester vandaag heeft gekregen, maar ik hou het daar kort over. Kleine persoonlijke geschenkjes: super! Al die andere geschenken waaruit zou lijken alsof ouders hun eigen kunnen willen tentoonspreiden: dat zal met de beste bedoeling gemaakt/gekocht zijn. Maar bedenk nu toch eens dat ge elk jaar 25 à 30 cadeaus mee naar huis sleurt…
Zoals dat in dat ene liedje gaat: …zie je dan dat klein gebaar, veel meer moet dat niet zijn …

Zo, de vakantie is dus begonnen. Nog efkes mijn schoenen verder inlopen en eens checken of de Chinese vrijwilliger al een reactie liet, dan zijn we ook voor zaterdag klaar!

Noot achteraf: Ik wil mijn ongenuanceerde woorden precies toch iets of wat verduidelijken vooraleer ik hier de kak van heel handwerkend blogland over mij krijg.
Wat ik bedoelde is vooral dit; Zolang er kinderhandjes aan te pas komen, is alles een fijn cadeau.
Iets wat enkel door moeder- of vaderhanden vervaardigd werd, dat vind ik precies zo’n gemiste kans…  Tenzij het je bedoeling is om enkel als ouder de juf/meester te bedanken natuurlijk.
En nee, u hoeft het absoluut niet eens te zijn met mij. 😉

Plat

Vorig weekend trok ik naar de vrijgezellendag van mijn zus.
Te laat… want we zaten met een ziek Mitteke. Eentje die aan de derde dag 40°C koorts bezig was en waar ik alras mee naar de dokter van wacht trok.

Ik nam -hoe kan dat ook anders- de camera mee, kwestie van wat leuke foto’s te hebben ter ondersteuning van het geheugen van de vrijgezellige.

Bij aankomst lag het vrouwelijk publiek op een matteke helemaal doef en wazig van een onstpannende yogasessie. Goed! Want zo kon niemand gaan lopen van de lens.

Maar na de eerste foto had ik het al in ’t snuitje. De batterij was “oep”/plat/leeg. Dik balen dus.
Strafste van al, ik had dat moeten weten want de vorige dag had ik al gezien dat de batterij “in de pries” moest.

Wat volgde was mompelgevloek, geschud met de batterij (in de hoop er toch nog iets uit te krijgen) en nog een stuk of 8 foto’s.

Bijgevolg heeft de zus amper foto’s van haar vrijgezellenfeestje. Ah ja, de andere aanwezige camera had nu toch ook geen platte batterie zekers?
Hopelijk heeft de wijn van die dag haar geheugen niet al te hard aangetast, want met de 10 foto’s die er zijn, zal ze ’t moeten stellen.

Mor och, van den 2de juli gaat ze foto’s genoeg hebben. Dan komt Melissa de foto’s trekken.

Ons Heer Hemelvaart

Plan!
Een kalender aan de muur (of ergens digitaal) en plannen maar.
We houden ruimte voor onszelf, proppen afspraken in lege kalendergaatjes, zuchten van opluchting als er eens enkele dagen niets gepland staat en puffen bij het begin van een volgepropte dag.

Planning van de komende tijd: veel verjaardagen, waaronder ook de mijne. 30 jaar!
We plannen een feestje. 30 wordt ge niet alle jaren.
Een vrijgezellendag van/voor de zus.
De laatste voorbereidingen voor de trouwerij van laatstgenoemde.
Een doopfeest.
Pinksterfeest en Sint Jansfeest op school.
Onze kalender vult zichzelf wel.

Naast de geplande toestanden durft het leven u ook al eens overvallen met onvoorziene omstandigheden. Die werkt ge dan ook schoon weg in de bestaande planning. Eventueel wat gekrabbel en geschrap, maar ertussen zal het passen.

Op mijn vaders werk kunnen ze op zoek naar een interim voor alvast een maand.
Wij plannen ziekenhuisbezoekjes in.

Maar we zijn dankbaar. Dankbaar omdat we nog op bezoek kúnnen gaan.
We kussen ons twee pollekes! Al trillen die nog wat na. Hij deed ons serieus schrikken.

Wachten op een ambulance duurde nog nooit zo lang. Machteloosheid maakte plaats voor opluchting bij het horen van de sirenes.

Ondertussen is hij nog even zot als vóór dat hartinfarct. In zijn hoofd is er alvast niks mis!
We duimen dus dat hij er verder ook zonder al te veel kleerscheuren vanaf komt en dat hij snel naar huis mag.
Want thuis wacht hem de zweep en een ongenadige blik van zijn kinderen en kleinkinderen.
Hij zal van de sigaretten mogen afblijven en die sloten koffie… daar mag hij om te beginnen alvast de suiker eens uitlaten.

Ik vind dat kinderen soms ook het recht hebben om hun ouders de wetten te lezen nog voor ze dement zijn.

Van Deurne naar Broechem en terug

Dinsdag. Ze belt, maar ik mis haar oproep omdat ik Mitte in bed aan ’t leggen ben.
Ik kijk naar de telefoon achteraf. Gemiste oproep: mémé.

Ik doe verder met het huishouden. Als ik haar terugbel, hang ik minstens een half uur aan de telefoon.
Wat later… telefoon. “Dag mémé”…
Ze vraagt of ze kan langskomen, maar eigenlijk past het mij niet zo goed. Om 17u moet ik immers alweer ergens zijn.
We sluiten af met “Tot morgen!”

Woensdag. Enkele minuten na tien. Ze staat voor mijn deur. Trijn en ik doen de deur open.
Ze heeft haar ‘net’ bij zich. Haar net, dat is zo’n stevige tas van den Delhaize waarin ze zelf een zijzakske stikte. Met een koordje en een ringeske hangt daar haar huissleutel aan.
De zak van den delhais heeft haar doordeweekse handtas vervangen. Sinds ze enkele jaren geleden brutaal haar handtas liet ontnemen en daarbij lelijk ten val kwam, creëert ze zo toch een soort van veiligheidsgevoel.
Die sleutel hangt erin sinds ze zichzelf eens buitensloot.

In haar net vandaag: Een brood van bij haar bakker. Haar schort. Haar eigen strijkijzer. Haar eigen zeemvelleke. Haar eigen schuurcrème….

Ze zet haar net opzij en hangt haar jas aan de kapstok. Ze doet haar schort aan en vraagt waarmee ze kan helpen.
Tgoh…
Ze veegt de kruimels vanonder de tafel, ze dweilt de woonkamer en de keuken, ze veegt het terras, ze doet de keuken blinken,…
Ik maak soep, zorg voor de kindjes, geef bokes en borst, rommel aan het wasmachien, ga kindjes halen op school, maak eten, zet kinderen op ’t wc, haal kinderen uit elkaar,…

En voor ge ’t weet is de dag om. Maar ze eet niet mee. Ze neemt de bus naar huis. Dat koteletje moet vandaag op, want anders is ’t slecht. Ze neemt haar net weer mee, met daarin wat vodden die ze tegen morgen zal wassen. Ze draagt ook een potteke zelfgemaakte pruimenconfituur mee naar huis. Dat gaf ik haar mee omdat ze die ’s middags zo lekker had gevonden.

Donderdag. Om half elf staat ze voor onze deur.
Ze veegt de kruimels in de keuken. Ze dweilt de betontegels van het terras met een sopke van gisteren. Dat is immers te zund om zomaar weg te gieten. Daar bleken de tegels trouwens schoon van met de zon.
Dat dweilen doet ze trouwens niet met een aftrekker! Gewoon de dweil aan haar handen en voorover buigen, liefst met gestrekte benen.

’s Middags zitten we samen aan tafel. Ik zet koffie voor haar. De thee van gisteren vond ze niet zo lekker.
Ze haalt haar eigen brood erbij. Ik haal er even het hemdje-in-de-maak-voor-Klaas bij en stel haar een vraag.  Zó moet ik dat doen.
De mémé weet dat. Ze was vroeger naaister bij de meester kleermaker in Zele. Dat ze kostuums maakten op maat vroeger. Hoe ze leerde werken met een open vingerhoed en dat ze hem zelfs niet meer kan missen om een knopke aan te zetten.

Ik hang aan haar lippen als ze vertelt over vroeger. Over haar broers en zussen, haar moeder die vroeg stierf, over haar stiefmoeder, over het harde werk als kinderen van een aannemer, over hoe de karren getrokken door paarden op den hof kwamen gereden en die karren vol stenen moesten afgeladen worden, over hoe ze wist wie er geld uit de schuif pikte en hoe ze dat oploste met draadjes, over het grote huis waarin ze als kind opgroeide, over hoe ze haar zus opving die door haar stiefmoeder het huis werd uitgezet, over haar huis op de Durmenbaan, over haren hof die 80m diep was.

Ik haal google maps erbij en vraag haar of ze me kan tonen waar ze woonde. Het lukt haar niet. Er is zoveel veranderd.
Uit haar geheugen vertelt ze wie er naast haar woonde, dat er dan een gat was en wat verder weer wat huizekes. Achter den hof was den hof van een fabriek. Daar hebben ze ooit eens stookvier gemaakt en ze is toen gaan reclameren dat dat uit moest. Ze had immers nen hele witte was ophangen (of op den bleik liggen?) en ’t kon ni zijn dat die naar de stook zou stinken!
In Durmen moest ze naar de waag, naar Zele moest ze over een groot kruispunt.
In haar geheugen weet ze het nog perfect.

Ik weet ook waar ze woonde. Ik heb me er een héél beeld van gevormd en ’t gaat een teleurstelling zijn als ik het ooit in ’t echt zou zien. In mijn hoofd is ’t er altijd zomer.

Na ’t eten kamt ze haar haren en steekt dat schuiverke weer schoon. Ze moet er immers toch wat ‘voornaam voorkomen’ als ze ’t straat gaat vegen.

Als ’s namiddags de kinderen thuis zijn, is de straat allang schoon. Ze schilt appeltjes voor hen en terwijl mijn twee oudsten staan te duwen om eerst te zijn, legt zij hen -met veel geduld- het spreekwoord “geduld is een schoon deugd” uit.

Wat later in den hof motiveert ze Klaas om zijn kruiwagen vol takskes te laden. Takjes die ik normaalgezien ergens aan een kant zou gooien -ecologisch tuinieren, weet wel-, maar voor de gelegenheid en de goeie vrede laat ik ze begaan.
Klaas is dolenthousiast. Takken breken! Whoa!
Achteraf helpt hij ze in de groene bak te kappen en krijgt hij uitgebreide complimenten van zijn overgrootmoeder.

Deze avond eet ze wel mee. Pasta met kerstomaatjes, sjalotjes en fetakaas. Ik hoop dat ze het lust. Het is immers niet de goeie boerenkost waarvan zij meesterkok is.
En ja, hoera! Het menske had nog nooit fetakaas gegeten. Geitenkaas en schapenkaas behoren tot haar favorieten en zo dus ook de fetakaas. Dat het haar smaakte en dat ik haar bord nog eens vulde.

Later die avond zette ik haar af aan de bushalte alvorens ik zelf richting Lier reed.
Na een dikke kus liet ik een gelukkige vrouw achter aan de bushalte.
Ze had haar achterkleinkinderen gezien en had haar kleindochter kunnen helpen.

En serieus waar. Ik ben haar dankbaar!

Prinsessenkleed II

Heeft ze dat niet goed gedaan, mijne mémé? 😉

De stof die voor de rok gebruikt werd, komt uit haar stofkesoverschotten. ’t Was jááá-ren geleden bedoeld geweest als kleed voor één van haar dochters. De stof was geknipt en de patroonbladen waren er netjes opgedriegd. Dat heeft ze allemaal losgeprutst om deze rok te maken.
De voilekes en het stofje van het bovenstuk komen uit de collectie van mijn tante. Overschotjes.

Een kleedje met een zieltje. 😉

Die foto’s krijg ik van geen kanten goed blijkbaar. Ach! ’t Is wel duidelijk zekers?

’t Zijn lappen!

Stel u voor!
Ge zit  ’s nachts met uw zoon van 14 op spoed. Hij heeft een appendicitis en mag dus blijven.

Na twee uur moet ge eens naar ’t toilet en hoort ge op de gang uw naam roepen. Ge draait u om en merkt dat er mensen zijn die ge kent. Ze hebben net één van uw andere kinderen binnengebracht. Nog een zoon op spoed. Die van 20, vol bloed.
Jezus wordt ervan verdacht op water gelopen te hebben, God van de wateren der Rode Zee te splijten. De 20-jarige zoon dacht straffer te doen en zijn handen door ’t glas van een raam te steken om één of andere kerel te imponeren die amandelhockey stond te spelen met zijn ex-liefje. Venen over in arm en hand met sloten bloed tot gevolg.

Dat had ge niet verwacht en al helemaal niet gehoopt! Familiebijeenkomsten op spoed zijn per definitie niet tof.

De 20-jarige loopt na verzorging nogal graag met zijn billen bloot, hangt het zotteke uit en speelt dokterke in den box van de 14-jarige.

Uiteindelijk mag de 14-jarige naar zijn kamer. Hij wordt morgen geopereerd.
Moeder gaat mee met de jongste. Den andere wil ook wel mee maar dat is buiten de waard gerekend! Moeder én de verpleging van de spoedafdeling vinden dat geen goed idee. Hij moet met zijn zotte blote kont niet door de gangen lopen en zéker niet op zo’n onchristelijk nachtelijk uur.

Na de 14-jarige geïnstalleerd en ondergestopt te hebben op pediatrie, trekt ge weer naar die andere paljas.
Wat ge vindt op spoed in de betreffende box: een slapende 20-jarige op het bed.
Om 3u ’s nachts rijdt ge naar huis met een verpakte zoon. Hij mag zijn roes gaan uitslapen thuis.

Vrijdag de 13de, lijkt het u wat?
Mijn moeder vond het maar niks!

Morgen is het moederkesdag…

… dan wassen ze mijn haar, krijg ik eten dat ik niet zelf heb moeten maken, word ik bedolven onder de kusjes en de bloemen, mag ik uitslapen, klinkt er heel de dag “ik zie u graag” door het huis, bezoeken we de (over/groot)moeders van de familie, geven we zelf ook bloemekes en kuskes, mijn kindjes zullen de hele dag voorbeeldig braaf zijn, …

Ik gok dat er daar wat dromerige dingen in doorsijpelden…  onrealistisch ook!
Met een massage van manlief en een dikke kus van mijn kindjes ben ik een tevreden moeder. 😀

Vindt u trouwens ook niet dat “gelukkige moederkesdag” toebehoort aan familieleden? Ik zou anders heel den dag bezig zijn met gelukkige moederkesdag te wensen. Die moeders, da’s namelijk een pest moet u weten!

Over moeders gesproken; het wordt hoogtijd dat we toch eens naar die verloren doos gaan zoeken van bij de verhuis waarin de foto van Tom zijn moeder zit.
Die moet hier toch dringend terug haar plaatske krijgen! Dan kan ons Fien oma Ingrid ook een dikke kus geven. 😉

Aanwinst

Tom zijn zus heeft den 11de een zoontje gekregen;

Miel, geboren op keizerlijke wijze, 3kg 040 en 48cm.
Een kleine bazeke.
Maar bovenal, een neefje voor onze kindjes.
De familie Adriaenssen bestaat nu uit 2 nichtjes en 2 neefjes. Er groeit daar een heuse familie.

Nu nog wachten tot het in mijn familie wat begint uit te breiden. Al zullen onze kindjes daar veruit de oudste blijven.
Te bedenken dat ik (nog) 26 ben en de jongste daar 12 is, is er nog een lange tijd te gaan.

Dubbel zoveel alleen.

Deze middag liet ik de kinderen een uurtje in de handen van hun vader om foto’s te gaan trekken in Emblem.

Zuslief en haar collegastudente gingen de theatertoer op met hun afstudeerproject. (Ze mag dan niet binnengeraakt zijn op Herman Teirlinck, de zus vindt daar op haar huidige pad wel een manier om “op de planken” te staan.)

Vandaag werd gespeeld voor de tweede graad. Meester Johnny en zijn vierde klas uit Emblem mochten proefkonijn spelen.

Ze hebben dat fijn gedaan! Die twee madammen!

Het was een leuk stuk en de kostuums gaven het de nodige kracht mee. Als laatste jaars kostuumontwerp maakte Tina de kostuums van de twee tijdens haar stage.

Verder deze maand spelen ze nog voor de eerste graad van de basisschool en de laatste graad.
Voor elke graad werkten ze een ander stuk uit. Spijtig dat ik ze niet allemaal kan zien.


Het idee om een “marathon” te spelen in hetPaleis is een beetje verwaterd.
Ik had ze het anders graag zien doen. Dat geeft toch net iets meer cachet aan het geheel en het zou er beter staan dan in een klaslokaal.
Kom, die kinderen zullen er daar ook wel van genoten hebben hé. Maar vanuit artistiek oogpunt is een (theater)zaal(tje) toch de kers op de taart me dunkt.

Maar dus; proficiat voor Evy en Marijke (en Tina) en veel succes bij de volgende voorstellingen! 😉