frustratie

http://praetershoek.be/tropicana-casino-atlantic-city-new-jersey/

Kumpir, ik lust dat graag!
Ik ben dan ook zwaar fan van de Kumpir Billy in Deurne al kan ik me niet herinneren wanneer ik daar nog eens ging eten.

Vanavond ging ik dat zelf wel eens maken. Ahum.
Zonder recept… want ik vond geen deftig. Enkel de gaartijden van een geroosterde patat vond ik terug. Een gaartijd die er schoon naast zat.
50 min op 180° schreef de bron voor.
90 minuten op 180° bleek veel correcter te zijn.

40 minuten extra en dat was een streep door het humeur van 1. mijn kinderen die honger hadden, 2. mezelf nadat Klaas een bord gare patatten met groenten (per ongeluk) tegen de grond keilde en 3. de man waar ik lelijke woorden naartoe slingerde toen die hoogte kwam nemen van het gekletter en geroep in de keuken.

Zo zaten er dus na half zeven pas 4 kinderen aan tafel boven hun gevulde patat. 2 aten enkel de rauwkost op waarvan één moord en brand huilde dat hij honger had en het niet lustte. 1 at enkel de kaas eraf en de oudste deed haar best, at haar rauwkost op en daarna de helft van haar patat met groenten. De kaas gaf ze weg aan de kaaseter.
Ik ging zelf aan tafel toen 3/4 van de kinderen het al voor bekeken had gehouden.
Sfeer zwaar onder het vriespunt. Héél gezellig, zo twee uur uw kas afdraaien om eten op tafel te krijgen.


En op de koop toe een lelijke foonfoto in nog vorter tl-licht.

Maar kijk, stel dat ge er zelf toch goesting in zou hebben (en voor ’t geval ik het toch zelf nog eens wil testen) alhier het recept.

Per persoon een vuistgrote patat. (Te garen in de oven in een aluminiumpapiertje gedurende héél lang.)

Ik maakte een groentenvulling met groenten die voorhanden waren in de ijskast.
– wortelen (in reepjes gesneden)
– 2 rapen (in den helft en dan in schijfjes gesneden)
– 1 broccoli (gekookt)
– ajuin en look fijngesnipperd.

Ik had een wok vandoen en zwierde daar in deze volgorde alles in:
– olijfolie
– ajuin en look
– wortelen
– rapen
– grof zeezout
– versgemalen zwarte peper
– beetje rozemarijn
– komijn
– versgemalen korianderzaad (niet overdrijven)
– en als de rest bijna (beet-)gaar is, de gekookte broccoli erbij

Als begeleidende rauwkost:
– fijngesneden ijsbergsla
– geraspte koolrabi
– geraspte wortelen
– geroosterde pompoenpitten

De -na lang wachten- gare patatten halveert ge en holt ge gedeeltelijk uit.
In de holle patat: een schijfje mozarella onderin, gewokte groenten erboven en nog wat mozarella bovenop. Efkes den oven weer in om de kaas te doen smelten.
Beetje nakruiden met wat grof zeezout.

Voila. Dat ik mij mispakt heb aan de voorbereidingstijd.

En als ik het opnieuw zou maken, dan zou ik de patatten verder uithollen en een deel van de patattenpulp mengen met wat lookboter of kruidenboter alvorens ik de groenten erbij zou zwieren.
Ooit… als ik deze avond vergeten ben…

 

Foodfight, maar dan anders

Na kind #1 verdwenen de zwangerschapskilo’s met de geboorte en tijdens de dagen erna.
Na kind #2 bleven na de eerste dagen serieus wat kilo’s meer zitten.  Ze slonken wat, gelukkig… Maar helemaal weg waren ze niet toen kind #3 eraan kwam.
Bij kind #3 bleven er kilo’s zitten en bij kind #4 nog wat extra.

En het zotte is… na de geboortes van de kinderen kwam dat gewicht wel in de buurt van het gewicht van 9 maanden daarvoor. Na verloop van tijd tikten die kilo’s echter toch schoon aan.
Geen vermageringswonder hier tijdens de borstvoedingsperiodes.

Ik ben nooit een slanke pop geweest en dat zal nooit mijn doel zijn maar de gevechten met de kleerkastinhoud en de triestige ontmoetingen met mezelf in het pashokje ben ik ondertussen kotsbeu.

Mijn dikke billen en mijn dikke buik laten zich niet zomaar in een standaardmaatje gieten. De kleren voor de groteomvangmensen doen mij alleen nog dikker lijken dus die zijn écht geen optie. Er resten mij dus ruwweg enkel nog wat zwangerschapsrokskes en enkele Cora Kempermankleedjes die bovenaan smal tailleren en wijd uitgaan vanaf onder de borst die mij nog om het lijf passen.

Na kind #4 vond ik dat het tijd was om aan die kilo’s te werken. Er zouden toch geen kinderen meer volgen dus dat vond ik wel gerechtvaardigd.
4 maanden was dat jongste kind toen ik met bodystyling begon. 2 keer in de week gaan ‘turnen’, al wat ge eet netjes opschrijven,… Maar vooral: ’s avonds de kinderen op tijd in bed krijgen, zorgen dat het kindeke niet te lang zonder voeding zit (ah ja, afritsbare borsten heeft moeder natuur niet uitgevonden en kolven doe ik sinds Trijn haar couveusetijd niet meer), mezelf motiveren om na de avondrush niet in de zetel te ploffen maar de auto in te duiken naar Lier,…

Allee, het loonde wel hoor. Ik heb terug buikspieren en een diastase die tot een minimum herleid is. Maar het gevecht tegen de kilo’s was een zwaar gevecht. 10 wilde ik er kwijt. Ik ben tot -4 geraakt en aan het einde van de rit strandde ik op -2.
Een half jaar lang ging ik twee keer per week, een half jaar lang ging ik één keer per week.  En na een vol jaar ben ik ermee opgehouden.
12 maanden lang heb ik het gevoel gehad dat ik mijn kinderen in de steek liet. Het is immers niet tof om de kinderen vlak voor of tijdens het slapengaanritueel  alleen te laten.
Maar vooral 12 maanden lang dat ik mij naar huis haastte omdat er misschien een Mitteke was die borst moest drinken.
Ik had het dus dik gehad en heb na dat jaar de handdoek in de ring gegooid.

En toen was het winter… Winter met veel feestdagen, winter met kou, een winter met eten om “uw stoof te doen branden”.
Het escaleerde en mijn kleerkast en ik werden zo goed als vijanden. Lees: gevloek en gebleit bij het kijken in de kleerkast.

Aan het einde van de winter een dip om U tegen te zeggen. Het kaliber waarvoor ge naar de huisarts gaat, laat bloed trekken om te zien of ge aan een burnout zit of niet. Het uithuilen omdat ge het niet kunt vastpakken.

Tot een week later de zon zich toch wat laat zien, ge de moed uit uw schoenen schopt om ze terug in handen te nemen, het therapeutidee van de huisarts wat weglacht en ge dat telefoonnummer definitief verloren laat gaan.

Herboren aan het begin van de lente.
Begin mei was dan ook de tijd rijp om naar een diëtiste te stappen.
“Die 10 kilo’s dus.”

Er werd een BIA-meting gedaan. Aan de hand daarvan en van mijn dagelijks leven worden er hoeveelheden opgeschreven. Een menustructuurke als het ware.

Volgens de meetresultaten zou afvallen geen probleem mogen zijn. De verhoudingen in mijn dik lijf zijn okee.
Dat ik nooit mager zou worden omdat ik gewoon veel spiermassa heb, daar kan ik wel mee leven. Geen streefdoel, dat. Om u een idee te geven: 25% van de vrouwen heeft meer spieren dan ik. Loop dus nooit tegen mijn vuist hé. 😀

Als ik een hele dag in mijn zetel zit heb ik zo’n 1600 kcal nodig om het boeltje in leven te houden. ’t Is dus niet dat ik niet mag eten.
En toch vind ik het niet gemakkelijk. Ge moet niet vragen wat ik tot voor kort in mijn kas sloeg!

Enfin, de strijd is aangebonden. 1kg per 2 weken. Ik hoop dat het een trend wordt.

Wordt ongetwijfeld vervolgd. Al was het maar omdat falen in het openbaar nog minder tof is dan het klinkt.

 

Foto’s

Het overgrote deel van onze foto’s staat op flickr.
22.500+ foto’s. Een deel daarvan enkel zichtbaar voor ons, een deel enkel voor ons en vrienden en familie en het merendeel publiek.

De creative commons die van toepassing zijn op onze foto’s verplicht mensen die de foto’s gebruiken om onze naam en/of herkomst te vermelden. Ook als er afgeleide werken worden gemaakt van de originele foto. Onze foto’s mogen niet voor commerciële doeleinden gebruikt worden.

Regelmatig krijgen wij dus de vraag of er een foto mag gebruikt worden in één of andere uitgave, op een website, in een artikel, op een blog, wikipedia, chiro-uitgaven, cursussen… Meestal stemmen wij toe. Wij zijn immers kei blij als mensen ons vrágen of ze een foto mogen gebruiken.

Er zijn hoogstwaarschijnlijk ook een gigantische hoeveelheid mensen die onze foto’s zonder toestemming gebruiken. Dat is nu eenmaal het internet. Niet dat ik dat toejuich, maar ’t is zoiets als het risico van ’t vak.

Wat niet weet, niet deert uiteraard. Maar wij zijn niet alleen op het www .
We worden ook gemaild door wildvreemden om ons te melden dat er foto’s van ons gebruikt worden op plaatsen waar dat niet zo koosjer lijkt.
Zo verdween er dus al menig facebookaccount, flickraccount, fake blog,… door ons ingrijpen. Enfin, de communicatie daaromtrent naar de betreffende diensten neemt de wederhelfttechneut voor zich hoor.

Dan… Oktober 2011. Mail over foto’s.

Ouders van Nu gooide het over een andere boeg en wilde échte foto’s gaan gebruiken. Foto’s van echte situaties, van échte kinderen,…  Ik citeer: “Geen glossy gedoe, opgemaakte modellen en een perfect wereldje. Wel warm en intiem beeld ‘uit het leven gegrepen’. Inspirerend, dichtbij, intiem, herkenbaar en onroerend.”

Dat ze een beeld hadden gevonden en of dat gebruikt mocht worden. Gauw antwoorden was een must want de deadline was ‘vandaag’.

Katrien antwoordt en verandert de creative commons van die ene foto. Ouders van Nu valt immers onder de Sanoma Media-groep. Dat ruikt naar commercie en dat mag niet volgens onze standaard ingestelde creative commons.

In november en december krijg ik weer mails met vraag naar toestemming voor het gebruik van verschillende foto’s. Ook de vraag naar de leeftijd en de namen van de afgebeelde kinderen. (Nochtans is dat  niet zo heel moeilijk zelf te vinden aangezien alle foto’s in mapjes staan met juiste tags en data.)

Maar Katrien is braaf en mailt telkens terug.
Ik wring me ondertussen ook op de abonnementenlijst van OvN.
Andere gebruikers van beeldmateriaal sturen vaak braaf “bewijsmateriaal” op. Digitaal of op papier, dat vinden wij een eerlijke deal in ruil voor gebruik van onze foto’s. Als OvN zoveel foto’s van ons wil gebruiken, wil ik daar graag de resultaten van zien.

Eind januari. Ik mail OvN even zelf. Ik vraag me namelijk af hoe dat nu zit met dat beeldgebruik. Er is geen enkele foto gebruikt in de vorige uitgaven. Een plaatsvervangende collega van de eerdere contactpersoon stuurt mij een vrij correcte mail terug.  Dat het soms gebeurt dat er foto’s worden aangevraagd maar uiteindelijk niet worden gebruikt omdat er dan een betere is gevonden voor het geheel. Dat de collega waarschijnlijk is vergeten om dat te melden.

Maar eigenlijk word ik een beetje boos van de gang van zaken.
Ik heb nooit gevraagd om foto’s van mijn kinderen te laten publiceren. Ik gaf enkel toestemming voor het gebruik van enkele beelden. Ik deed moeite om telkens te antwoorden op mails met als titel “ouders van nu/urgent,” op leeftijdsvragen, op vragen over formaatgrootte, om de creative commons aan te passen.
Enfin, het is duidelijk dat ik vanaf heden de creative commons onveranderd laat. Non commercial. Ge hebt er alleen maar zever mee. Ik heb geen goesting in “gebruikt worden.”

Klaas beeldt uit: “iemand te kakken zetten”

Bij de bakker om brood en frustratie

Wij bakken ons brood sinds een kleine twee jaar niet meer zelf. Zo ga ik dus elke dag tot bij de bakker, 100m verder.
En wat hoorde ik daar vandeweek? Al de planten in onze hof gaan gewoon kapot.
Straf, dacht ik en dus vroeg ik hoe dat kwam. Van ’t vocht. Als het een tijdje regent, dan kunt ge door den hof spletsen.
Planten die kapot gaan van de nattigheid. Andere zetten die aangepast zijn aan vochtige standplaatsen hé. Wilgen bijvoorbeeld. Dat neemt veel vocht op.
Ah serieus? Ja, dat was daar vroeger overstromingsgebied. Het veld naast de nieuwe verkaveling staat vol met plassen en de overburen hebben kelders. Die staan allemaal onder water.
Oh echt?! Da’s nu straf seg.

Zo ging ik dus naar huis met twee verse broden én een hoofd vol gevloek. Hoe is dat nu in godsnaam mogelijk?!
Dat WAS overstromingsgebied. Serieus, weet gij ergens overstromingsgebied zijn dat er geen meer is? Toch niet zonder ingrijpende aanpassingen me dunkt? Ze hebben daar de grond opgehoogd, da’s al.
Een ouw boereke dat zijn grond laat verkavelen en verkoopt, de mensen vertelt dat het nooit echt onder water heeft gestaan, de gemeente die terplaatse gaat en zegt “god ja, dat is hier droog”. Daar word ik zo kwaad van!
Dat ligt daar vol beken en grachten in de buurt. Een beetje verder weet ik zelfs een plek waar ge het water ondergronds hoort klotsen als ge er springt, in de zomer hé!
Wij wonen in Broechem. Broek (vochtig land/moeras) – heim/heem (woonplaats).  Emblem is een dorp verder en ’t is daar mogelijks nog erger. Meer beken, dichter bij de Nete.
Ge moet daar toch geen tekeningske bij maken zekers?
Ook: hoe lomp kunt ge nu ook zijn om ne grond te kopen op zo’n plaats. (Voor de duidelijkheid; op de plaats in kwestie hebben ze een nieuwe straat aangelegd en meteen vol huizen gebouwd. Het gaat hier niet over twee of drie huizen aan de bestaande straatkant hé.) En nog: Zouden de mensen die hun huis daar in zo’n schoon grote wei neerplanten zich niet schuldig voelen over ingenomen waardevolle natuur?

Ik word soms zwaar mottig van het bestuur en beleid in onze gemeente! Dju seg.

Tamboerije

Het is november ondertussen, gelukkig.  Gedaan met die Halloweengekte.
Vankeer ben ik blij dat ik in een stug boerendorp woon alwaar maar één halloweenbende voorbij kwam.
Helaas voor hen deed ik ook stug en kwam ik mijn zetel niet uit.
Het feit dat ik voor één keer mijn pyjama al aanhad voor middernacht speelde niet in hun voordeel. Dat ze “Halloween” stonden te tamboeren op ’t voetpad  op de 29ste oktober nog véél minder.

Stalen rossen

Na vijf jaar kinderen in huis werd het wel eens tijd om een fietsstoeltje aan te schaffen.
Soms is het immers gemakkelijk om met één kind de fiets te nemen ipv te voet te gaan (of de auto in te moeten.)
En omdat wij hier vier kinderen hebben die nog in een fietsstoeltje passen maar allevier verschillende afmetingen hebben, was het een vereiste om gemakkelijk gordeltjes en voetsteuntjes te verstellen.

Met dit fietsstoeltje hadden we dat wel gevonden.
Dinsdag besteld bij de plaatselijke fietsenboer.
Woensdag afgehaald.
Donderdag gemonteerd.

Kom, zo zou het scenario er op zijn best uitzien.
Ge hoort mij al komen… dat scenario zág er niet op z’n best uit!
Donderdag: montagedag? Mheeeuuuut!
Dat schoon fietsstoeleke past niet op de Oxfordfiets die hier in mijn bezit is!
En dat moet ge dan merken als ge het fietsstoeleke na het volledige montagewerk op de fiets wilt klikken natuurlijk.
Een stangeske langs weerskanten van het wiel dat parallel loopt met de bagagedrager is nét 1 cm te breed om dat fietsstoeltje  erlangs te krijgen.

Aangezien vandaag onze fietsenboer gesloten is, zal ik er pas morgen weer staan. En ik ben benieuwd wat het resultaat zal zijn. Ga ik daar heel de bazaar achterlaten? Kunnen ze een andere bagagedrager op mijn fiets monteren? Moet ik een ander fietsstoeleke kopen?
Enfin, ik heb er al goesting in!

Voorts van de rest hebben we hier ook wat bakfietsproblemen. Sinds onze verhuis staat de bakfiets voor de gevel. In weer en wind dus.
In de winter voorzien van een frakske… Maar dat heeft toch allemaal niet hard genoeg geholpen.
Het hout van den bak begint het zo zoetekesaan te begeven. Twee zwarte plekskes van ’t vocht vanonder in den bak en hout (multiplex) dat op de kopse kant open begint te staan.

Als ons kippen gouden eieren zouden leggen, ik zou niet twijfelen en mezelf een betere bakfiets aanschaffen.
Want naast het houtprobleem moet ik toegeven dat het niet zo evident meer is om met een volle bakfiets te fietsen.
Alle kinderen in den bak en ik duw toch meer dan 50kg extra voort. In plaats van een kwartier te fietsen met een gewone fiets, moogt ge daar met onze bakfiets toch een half uur extra voor rekenen. Ook: de zwaarste versnelling is eigenlijk te licht om deftig mee door te fietsen…
Nog: sinds kort vind ik het behoorlijk gevaarlijk om met de kinderen in de fiets een borduur op te rijden. Als ik er schuin oprijd, dan hoop ik dat de boel niet kantelt. Als ik er recht oprijd, stap ik al eens af om de kinderen niet gigantisch door elkaar te schudden (lees: mondjes, hoofdjes,… tegen de rand te laten knallen.) Resultaat: niet genoeg vaart om op de borduur te rijden -> niet op de borduur geraken -> bakfiets omdraaien en de bakfiets op het voetpad/… trekken.

Oh, ik moet dringend iets leuks vinden om te doen vooraleer ik héél de dag slechtgezind loop van die stalen rosperikelen.

Tijd tekort

De tijd loopt mij voorbij! Ik had graag dubbel zoveel tijd gehad.

Het lukt me niet meer om over leuke dingen te bloggen. Het kindjesdagboek loopt hopeloos achterstand op. Nochtans groeien ons kindjes goed en hebben ze al veel bijgeleerd.
Mijn naaigerief roept om gesorteerd te worden. Te maken cadeautjes geraken met moeite af.
Ik sta vijf pasgeborenen achter om te bezoeken… Allen van dit jaar. Gelukkig zijn die van 2009 netjes afgewerkt.

Te kleine kleedjes van Trijn moeten dringend terug in de juiste dozen. Zo ook het te kleine gerief van Fien en Klaas.

Maar er zijn andere katten te geselen op dit moment. We staan namelijk voor een verhuis. Eentje die nogal aansleept naar mijn gevoel.
De akte van ons nieuwe huis kan niet verleden worden voor einde mei, maar ik had toch héél graag den 1ste mei in het huis gekunnen. Mijn buik stopt immers niet met groeien en dat maakt het allemaal nog moeilijker.
Dus… we moeten dringend eens een voorstel tot sleutelcompromis bespreken met de verkopers. Hopelijk kunnen we er dan alsnog voor eind mei in. (Onze huur hier loopt immers ook af eind mei.)

Maar stel dat we er volgende week toch al in zouden mogen, dan wil dat ook zeggen dat tegen dan de papieren voor de energie in orde gemaakt moeten zijn. We moeten een brandverzekering hebben afgesloten voor het nieuwe huis,…
Ik ga mezelf moeten klonen als dat allemaal rond moet geraken. De wederhelft kan aan dat tempo ook een week “verlof” gebruiken om al die dingen gedaan te krijgen.

En ondertussen halen we kindjes van ’t school, hossen we naar de winkel, blijft de wasserij hier draaien, stapelt de strijk zich op tot ongekende hoogtes, kuisen we poepkes af, ruimen we rommel op, halen we oververmoeide kinderen uit elkaars haren,… Kortom, het leven van alledag heeft geen pauzeknopke.

Oh ja! Ik ben ondertussen 24 weken zwanger. Ge kunt er begot niet meer naastkijken. Ik moet mezelf soms ook dwingen om het rustig aan te doen. Bijna 2/3de van deze laatste zwangerschap vloog voorbij. Veel genoten heb ik nog niet. En met al dat dozen- en kindergesleur bekoop ik dat toch met een opkomende spatader, zware benen en een pijntje in mijn rug. Maar kom, zeg nu zelf, als dat de klachten zijn van een 5 maanden zwangere vrouw, dan valt dat heus nog wel mee, niet?

Wat zou ik zo graag eens in ’t stad gaan rondkuieren op zoek naar een leuke uitwerking voor mijn suikerboonplannen. Ik wil graag namen zoeken met manlief, een bestellingske plaatsen voor dat laatste prutske zodra we zeker zijn over de naam,… We moeten ook dat geboortelijstje eens dringend beginnen vullen.
Hopelijk heb ik in de (twee) laatste weken van juni nog wat tijd om dat toch te doen zonder die twee “grote” kinderen te moeten meenemen.

Nog choco!

Zelfgemaakte choco is niet te versmaden op een zelfgebakken boke. Dus na het zelfgebakken brood, de zelfgemaakte confituur is er ook de zelfgefabriceerde choco.

Vroeger zorgde mijn grootmoeder al wel eens voor een halve kilo verse choco. Er werd gesmuld toen! Mijn moeder moest zelfs de pot beschermen tegen hebberige lepels. Grote lepels, kleine lepels, vingers,… alles was goed genoeg om efkes rap te proeven zonder dat iemand het in de gaten had.

Door de jaren heen had ik haar dat recept al dikwijls eens gevraagd en telkens schreef ik het netjes op.
Ondertussen ben ik die dingen allang kwijt. Kom… ik heb zelfs niet de moeite genomen om mijn keukenschrijfsels terug te vinden. Dus begon ik er in ’t begin van de zomer maar aan op goed geluk en op de herinneringen die zich in mijn grijze massa hadden genesteld.

Chocolade, boter, eventueel een ei, suiker. Veel meer moest dat niet zijn. Laten opstijven in de ijskast en bokes smeren!

Nu kan je eigenlijk ook héél simpel iets maken wat verdacht veel weg heeft van choco.
Ooit al chocoladesaus gemaakt? Chocolade, room… u weet wel.
Als je dat in de ijskast zet, heb je ook iets goed smeerbaar wat nog goed smaakt ook.

Maar dus. Het beste probeersel tot hiertoe;
– 200gr zwarte chocolade
– 100ml room
– dik 50gr boter
– 70gr suiker (ik gebruik biorietsuiker)

Chocolade en suiker samenvoegen en opwarmen (au bain marie of microgolfoven) tot de chocolade gesmolten is. Room en (gesmolten) boter toevoegen. Goed mengen tot een glad geheel. In een (glazen) pot gieten en laten opstijven in de koelkast.

Om te bewaren zet je de choco best op een koele plaats. De ijskast is eigenlijk net iets te fris om de choco goed te kunnen smeren. Extra room of boter verhelpen dat probleem. Dat zijn echter weer wat calorieën extra (alsof dat al veel uitmaakt bij deze caloriebom maar toch. 😉 ) en dus zet ik de pot choco liever wat vroeger uit de ijskast of gewoon in de kast. Het leger lepels probeer ik genadeloos in de schuif te houden. Al kan ik zeggen dat er toch al wel eentje durfde te ontsnappen om met zijn tengels in de choco te dabben!

Babybezoek

Een klein twee weken geleden trok ik met ons kindjes richting Lier. Een babybezoekje… zo efkes tussen de soep en de patatten.
Lier ligt nog geen 7km hier vandaan. Er rijdt per uur één bus van Broechem naar Lier. Ik zou dus met de fiets gaan. Vroeger reed ik altijd met de fiets. Véél sneller dan de bus met haar omwegen etc.

Verschil tussen vroeger en nu: ik ben die afstand niet meer gewend, ik zeul nu een fietskar mee en ik ben nu 6 maanden zwanger.

Wat op twintig minuten geklaard zou moeten worden, duurde bijna een volledig uur.
Het was koud man! Maar ík had geen kou hoor! Mijn handschoenen heb ik niet nodig gehad en ik heb alles uitgespeeld wat me maar enigszins warm zou houden. Maw ik fietste op den duur met de kleren die ik binnenshuis aanhad. Wat heb ik me daar aan mispakt toen! Meer dan dertig kilo trekken achter uwe vlo, het is een goei training…

In het naar huis gaan heb ik sommige stukken gewoon gestapt! Een volle blaas met een zwangere buik op een fiets, da’s om problemen vragen. Zéér dat mijn buik deed.
Ik heb getwijfeld om mij langs de kant te zetten en mijn broek af te trekken, maar dat heb ik uiteindelijk toch maar niet gedaan.

En dan vandaag:
Nog een babybezoekje in Lier. De fiets liet ik maar voor wat het was, en we kozen voor de bus vandaag.
Dat ging als volgt;
– twintig na één: de deur uit.
– half twee: de bus richting volgende halte
– kwart voor twee: bus richting Lier
– tien na twee: in Lier concluderen dat de bus niet tot ’t centrum doorrijdt en enkel aan ’t station draait (wegens werken)
– half drie: in ’t ziekenhuis
– kwart voor drie: na een bezoekje van een kwartiertje met joeng die nergens met hun pollen vanaf kunnen blijven terug jassen aangedaan en vertrokken.
– tien na drie: terug aan ’t station aangekomen en op de bus gewacht tot tien voor vier alstublieft!!
– tien voor vier: bus richting Broechem
– bijna half vijf: in Broechem aangekomen en naar huis gestapt.
– om tien voor vijf was ik terug binnen.

Drieënhalf uur van huis weg om een kwartiertje op bezoek te gaan en dat maar 7km van uw deur hé! Ge moet verdekke goe zot zijn om met kleine kinderen het openbaar vervoer te gebruiken! Gast!!

Noot aan de lezer: dat was mét twee kinderen die géén middagdutje hadden gedaan omdat ik dacht dat we daarvoor wel zouden terug zijn.
Fien aan de hand die van geen kanten kan doorstappen (gezien de leeftijd, de korte beentjes en te veel te zien) en Klaas in de Beco.
Die draagzak trouwens, dat is allemaal goed en wel, maar ge moet dat zwanger zijnde toch ni op uw buik gebruiken! Op zich had ik er niet zo’n last van dat Klaas vanvoor hing (handiger in de bus) maar toen ik hem eruit haalde deden mijn buikspieren serieus pijn!

Met ander woorden: ik geraak met mijn dikke pens tegenwoordig niet verder dan mijn eigen dorp in het gezelschap van de twee oudsten. Kom, toch niet zonder mijn lijf op de proef te stellen.

Klaagmuur

’t Is tijd om nog eens te klagen en zagen. Niet dat het iemand vooruit helpt, maar soms moet dat er eens af hé.

Mijn huishouden draait vierkant. Een huishouden van Jan Steen.
Als ik ’s morgens opsta en ik zie de “nest” hier, dan zakt de moed me al in de schoenen en weet ik niet waar te beginnen.
We wonen al niet in het meest praktische huis, wat op zich al voor wat rommel zorgt.

Vorige week zorgden we voor nog wat extra rommel door de keuken gedeeltelijk te ontruimen en alles wat eruit kwam in de woonkamer op de tafel te deponeren. Behang afdoen was de missie. Die is ondertussen geslaagd.
U raadt het, daar stopt zoiets niet bij natuurlijk.
Onder dat behang zat namelijk een “gatlilleke” roze muur vol gaten en oneffenheden. Er wacht nog serieus wat werk dus!

Gisteren en eergisteren werd het eerste deel van de suikerboondingen al gedaan, wat voor nóg meer rommel zorgde in huis.

Ik kan mijn kinderen het natuurlijk niet kwalijk nemen, maar ook zij kunnen een hoop rommel maken en opruimen, daar zijn ze nog niet voor te vinden!

Kijk, en daarnaast zorg ik elke middag voor warm eten voor mijn varkens (’s avonds voor manlief), moet ik de afwas zien weg te werken, de vloer iets ofwat proper te houden, de was bij te houden, moet er naar de winkel gegaan worden,…
Om de kinderen zelf niet te vergeten. Aankleden, op ’t wc zetten, pampers verversen, te bed leggen,…
De dagdagelijkse beslommeringen dus.

Daarnaast roept den hof om opgekuist en winterklaar gemaakt te worden, moeten de te kleine kinderkleedjes gesorteerd worden boven, de zolder moet geïsoleerd worden en eindelijk aan kant gezet worden, hebben onze kinderen winterjassen nodig, ikzelf ook, moet de berging beneden geherorganiseerd worden,…
De extra beslommeringen dus.

En als mijn kinderen nu al eens gewoon wilden “meewerken” door niet lastig te zijn.

Daarom; kunnen we vanaf nu aub elke dag een winteruur inlassen? Zo’n extra uur per dag, dat zou toch al een begin zijn!
En wie het in zijn hoofd haalt om te beweren dat een huisvrouw niet hard moet werken, die kan ne sjot onder zijn gat krijgen! Ik heb werk in overvloed, teveel zelfs en ik word er onnozel van! Tijd dat ik personeel aanneem, dan kan ik ook eens delegeren. 😀