gezondheid

valley center casino

Die naam kreeg ik vrijdag van G. na de geboorte van Noor.

Noor werd 12 dagen na de uitgerekende datum geboren. De bevalling werd vrijdagochtend ingeleid en G. zat de pijn uit zonder epidurale. Ze heeft nochtans afgezien want het was een zware arbeid. Reden om trots te zijn dus.

Niet helemaal evident trouwens, iemand bijstaan tijdens de bevalling.
Een evenwicht zoeken tussen afstand bewaren (vrouwen kunnen heus wel alleen bevallen) en op de juiste moment op de juiste plaats staan, de juiste dingen doen of zeggen… allemaal gemakkelijk gezegd, maar als de bevallende in kwestie weinig signalen uitzendt is dat toch een wilde gok of het goed is of niet.

Ook, ik ben ervaringsdeskundige maar geen professionele hulp en met vier kinderen is mijn ervaring eerder beperkt. Gelukkig had G. een fantastische vroedvrouw die dat professionele deel helemaal tegoei kon invullen.

Maar toen ik  ’s avondslaat het ziekenhuis uitwandelde viel er naar ’t schijnt toch een lading goud uit de poort en geen pek met pluimen. Oef! 🙂

Noor – 4kg130 – 52cm

 

 

Bevalling zonder arbeid

Zij. Meter van mijn oudste. Zwanger van haar eerste.
Ik. Moeke van vier.
Zij. Mama alleen. Bewust. Wegens geen geschikte vader in het leven, een biologische klok en een adoptieprocedure waarvan de wachttijden zwaar uitliepen.

Zij vroeg mij of ik haar wou bijstaan tijdens de bevalling.
Ik zei “Jah”!

Zij. Uitgerekend voor 2 december.
Ik… heb een druk weekend dan.

Ik stelde eisen. Geen sneeuw, niet op 1 of 2 december, niet op 5 of 6 december. Dat is toch niet zoveel gevraagd, wel?
Zij belt mij na elke vroedvrouwmeeting.
Ik check elke live ontmoeting hoe hard haar buik gegroeid is en hoe hoog dat kind nog zit.

Nog ongeveer twee weken. Het wordt zo stilaan spannend.
De camera ligt in ’t zicht. Een vers opgeladen batterij ligt voor het grijpen.

Ik moet er nu nog net aan denken om het geluid van mijn gsm op max te zetten in plaats van op stil.
Zij moet nog juist zien dat er een pot boter en confituur in huis is en er een planneke van de buurt klaar ligt met daarop de dichtsbijzijnde bakker aangeduid.

En als dat geregeld is ben ik helemaal klaar om over haar rug te wrijven, om met warmwaterkruiken te komen aanzetten en haar de telefoon door te passeren naar meter, peter en familie van het kind.

De geboorte van mijn jongste broer was mijn eerste bevalling zonder arbeid, 17 jaar later ben ik helemaal klaar voor de tweede. 🙂

Foodfight, maar dan anders

Na kind #1 verdwenen de zwangerschapskilo’s met de geboorte en tijdens de dagen erna.
Na kind #2 bleven na de eerste dagen serieus wat kilo’s meer zitten.  Ze slonken wat, gelukkig… Maar helemaal weg waren ze niet toen kind #3 eraan kwam.
Bij kind #3 bleven er kilo’s zitten en bij kind #4 nog wat extra.

En het zotte is… na de geboortes van de kinderen kwam dat gewicht wel in de buurt van het gewicht van 9 maanden daarvoor. Na verloop van tijd tikten die kilo’s echter toch schoon aan.
Geen vermageringswonder hier tijdens de borstvoedingsperiodes.

Ik ben nooit een slanke pop geweest en dat zal nooit mijn doel zijn maar de gevechten met de kleerkastinhoud en de triestige ontmoetingen met mezelf in het pashokje ben ik ondertussen kotsbeu.

Mijn dikke billen en mijn dikke buik laten zich niet zomaar in een standaardmaatje gieten. De kleren voor de groteomvangmensen doen mij alleen nog dikker lijken dus die zijn écht geen optie. Er resten mij dus ruwweg enkel nog wat zwangerschapsrokskes en enkele Cora Kempermankleedjes die bovenaan smal tailleren en wijd uitgaan vanaf onder de borst die mij nog om het lijf passen.

Na kind #4 vond ik dat het tijd was om aan die kilo’s te werken. Er zouden toch geen kinderen meer volgen dus dat vond ik wel gerechtvaardigd.
4 maanden was dat jongste kind toen ik met bodystyling begon. 2 keer in de week gaan ‘turnen’, al wat ge eet netjes opschrijven,… Maar vooral: ’s avonds de kinderen op tijd in bed krijgen, zorgen dat het kindeke niet te lang zonder voeding zit (ah ja, afritsbare borsten heeft moeder natuur niet uitgevonden en kolven doe ik sinds Trijn haar couveusetijd niet meer), mezelf motiveren om na de avondrush niet in de zetel te ploffen maar de auto in te duiken naar Lier,…

Allee, het loonde wel hoor. Ik heb terug buikspieren en een diastase die tot een minimum herleid is. Maar het gevecht tegen de kilo’s was een zwaar gevecht. 10 wilde ik er kwijt. Ik ben tot -4 geraakt en aan het einde van de rit strandde ik op -2.
Een half jaar lang ging ik twee keer per week, een half jaar lang ging ik één keer per week.  En na een vol jaar ben ik ermee opgehouden.
12 maanden lang heb ik het gevoel gehad dat ik mijn kinderen in de steek liet. Het is immers niet tof om de kinderen vlak voor of tijdens het slapengaanritueel  alleen te laten.
Maar vooral 12 maanden lang dat ik mij naar huis haastte omdat er misschien een Mitteke was die borst moest drinken.
Ik had het dus dik gehad en heb na dat jaar de handdoek in de ring gegooid.

En toen was het winter… Winter met veel feestdagen, winter met kou, een winter met eten om “uw stoof te doen branden”.
Het escaleerde en mijn kleerkast en ik werden zo goed als vijanden. Lees: gevloek en gebleit bij het kijken in de kleerkast.

Aan het einde van de winter een dip om U tegen te zeggen. Het kaliber waarvoor ge naar de huisarts gaat, laat bloed trekken om te zien of ge aan een burnout zit of niet. Het uithuilen omdat ge het niet kunt vastpakken.

Tot een week later de zon zich toch wat laat zien, ge de moed uit uw schoenen schopt om ze terug in handen te nemen, het therapeutidee van de huisarts wat weglacht en ge dat telefoonnummer definitief verloren laat gaan.

Herboren aan het begin van de lente.
Begin mei was dan ook de tijd rijp om naar een diëtiste te stappen.
“Die 10 kilo’s dus.”

Er werd een BIA-meting gedaan. Aan de hand daarvan en van mijn dagelijks leven worden er hoeveelheden opgeschreven. Een menustructuurke als het ware.

Volgens de meetresultaten zou afvallen geen probleem mogen zijn. De verhoudingen in mijn dik lijf zijn okee.
Dat ik nooit mager zou worden omdat ik gewoon veel spiermassa heb, daar kan ik wel mee leven. Geen streefdoel, dat. Om u een idee te geven: 25% van de vrouwen heeft meer spieren dan ik. Loop dus nooit tegen mijn vuist hé. 😀

Als ik een hele dag in mijn zetel zit heb ik zo’n 1600 kcal nodig om het boeltje in leven te houden. ’t Is dus niet dat ik niet mag eten.
En toch vind ik het niet gemakkelijk. Ge moet niet vragen wat ik tot voor kort in mijn kas sloeg!

Enfin, de strijd is aangebonden. 1kg per 2 weken. Ik hoop dat het een trend wordt.

Wordt ongetwijfeld vervolgd. Al was het maar omdat falen in het openbaar nog minder tof is dan het klinkt.

 

“Het moorke fluit”

Het moet twee weken na de geboorte van Mitte geweest zijn dat er een gigantisch tuut in mijn linker oor schoot. Zo kort na het slapengaan met een Mitteke op mijn buik. Uhu, ik sliep toen half recht… dienstdoend als matras.
Maar dus. Nen tuut waarvan ik niet kon slapen en waardoor ik de volgende dag amper nog kon horen.
20 uren verstreken en ik kon weer deftig horen.
Sindsdien is er het oorsuizen.
Ge hebt daar gene last van als er lawaai is, maar vanaf ge uw bed in kruipt lijkt het uw oren in te sluipen. Smerig ding, ik zeg het u!

De tijd schreed gestaag verder en het oorsuizen verdween naar de achtergrond.

Zomertijd. En hop, oorsuizen. Niet ineens nee, zo gaat dat immers niet. Zo stiekem elke keer wat aanweziger en wat luider. Totdat het einde van de zomer nadert, uw gezicht pijn doet van de spierspanningen, ge na een paar uur wakker zijn hoofdpijn hebt en het oorsuizen zo aanwezig is dat ge u er danig aan begint te ergeren.

Ik twijfel. De huisdokter? De osteopaat?
Ik bel. “Nee, dat is geen gek idee om daarmee langs te komen. We zullen zien wat we ermee kunnen.”
De osteopaat dus. Ik heb namelijk geen goesting in symptoombehandeling…

“Het moorke* fluit” zegt hij. Dat wil zoveel zeggen als “er staat druk op de ketel.”
De mens heeft de wondere gave om  uw lijf te lezen en te vertalen.
Dat het mijne roept “Gevengevengeven… Wanneer is het nu eens MIJN beurt?” had ik eigenlijk zelf wel kunnen verzinnen.
Wat ik zelf níet kan is mijn hoofd loswrikken van de bovenste nekwervel.
Serieus. Dat doet zeer! De eerste keer dat ik bijna “auw” riep bij een osteopaatbezoek.
Ook de eerste keer dat ik niet zomaar van die tafel stapte en naar huis wandelde. Een portie paddestoelen is er niks tegen qua zweverigheid gok ik.
“Ah ja, de doorbloeding naar uw hoofd is een stuk beter nu.”

En zo lig ik al bijna een week niet meer wakker van het suizen in mijn oor. Het is negeerbaar geworden.
Zo heb ik na enkele uren wakker zijn geen hoofdpijn meer en doet mijn gezicht geen pijn meer van de spierspanning.
Zo probeer ik al een week goeie energie naar mijn linkerhoofdhelft te krijgen. Ja, draai maar eens met uw ogen. Ik deed dat ook eerst.
Zo denk ik al een week hoe ik aan de schreeuw om aandacht van mijn lijf kan tegemoet komen.

Pakt dat ik nog wat werk heb. Bokes met staal eten om de draagkracht te verhogen ofzo…

*Een moor(ke) is een fluitketel.

Vlierbessensiroop

Ah ja, ’t is die tijd van ’t jaar! De vlierbessen hangen hier bijna overrijp aan de struiken. Nochtans is het pas eind augustus…

Veel bessen had ik niet. Ik ben te klein en mijn ladder te kort.
300gr bessen
150gr rietsuiker
3 eetlepels citroensap

Da’s al wat ge nodig hebt.
Rotte en groene bessen eruit halen, bessen van de steeltjes ritsen met een vork.
Het sap uit de bessen laten koken (ik zette de besjes nét onder water.)
Door een (netel)doek gieten en eens goed uitwringen.

Pas op voor uw kleren! Met vlierbessen kunt ge zonder zwans uw kleren verven!

Vervolgens het sap met suiker en citroensap laten koken en op flesjes trekken.

En eigenlijk zou ik mijn vier kinderen morgen in de bakfiets moeten laden om nog vlierbessen te gaan plukken, met 300gr beskes komt ge namelijk niet ver.

Die vlierbessensiroop is kei goe in de winter!
De volgende lading probeer ik met kruiden.

De vrouw met de gouden handen.

Bijna een jaar geleden reed ik met mijn wederhelft naar Gent.
Niet meer alleen nee… dat durfde ik niet meer. Voor ’t zelfde geld moest daar ineens een kind geboren worden en ik rekende op een bevalling in hoge vitesse. Het kind in de buik zat daar ondertussen net wat langer dan 37 weken.

Wat wij in Gent gingen doen? Foto’s laten trekken.
Monica Monté was fotograaf van dienst.
Leen Taelemans was vragende partij en gastvrouw.
Lieve was collega-zwangere (samen met nog een andere dikke madam waar ik absoluut geen referenties van heb.)

Foto’s om de nieuwe website van L’O te sieren. (En ondertussen word ik toch wel kei curieus naar die nieuwe website. 😉 Er wordt hard aan gewerkt ’t schijnt.)

3 buiken op een rij, elke buik apart, dikke madammen op een zitbal, een dikke madam op de massagetafel.
En aha! Ik was de dikke op de massagetafel!

En serieus! In mijn geval was het dan maar voor de fotosessie, ik kan ieder zwangere vrouw aanraden om om een massage te gaan bij Leen. Da’s een madam met gouden handen.
Ik ga er helaas wel geen vijfde kind voor produceren.
En vergeet ze niet de groeten te doen van mij!

Deze week ergens kwam ik de foto’s nog eens tegen en ik moet zeggen dat ik content ben dat ik vorig jaar heb toegestemd.  Zo’n mooie herinnering aan het laatste boeleke in mijn buik seg!

Zotte toeren

Deze voormiddag begon ik aan iets waarvan ik op voorhand wist dat ik er spijt van ging krijgen.

Het plan:
– 8u30 Trijn wakker maken
– 9u vertrekken richting Lier station met de auto
– 9u32 trein richting Berchem nemen
– 9u 41 van de trein stappen en te voet naar de Van Diepenbeeckstraat
– 9u56 aankomen op plaats van bestemming
-10u binnenstormen op de stockverkoop van Fragile

Maar! Plannen zijn er om mis te lopen dus ging het zo
– 8u40 Trijn uit bed halen
– 9u richting bank om cash geld op zak te hebben
– 9u10 Trijn in de auto steken
– 9u12 richting Lier station
– 9u(bijna)30 parkeerplaats zoeken en oef! snel en vlakbij gevonden
– 9u 32 Trijn in de beco hijsen en gaan aanschuiven voor een treinticket
– aha! de trein van 9u32 had 12 minuten vertraging
– 9u47 trein op richting Berchem
– aangekomen op plaats van bestemming om 10u10

EN TOEN!! zag ik daar nen hoop vrouwmensen op het voetpad staan. Dus ga ik erbij staan en vraag of het nog gesloten is, of het vol zit. De mensen weten het zo niet goed, maar ze gokken dat tweede.
En ja hoor. Wat later komen er met mondjesmaat mensen buiten met zakjes en schuift de rij wat verder naar binnen.

De klok wordt gecheckt. De twee oudsten hebben gedaan om 12u30 op school en dus zou ik de trein van 11u57 toch moeten halen.
Ik geef mezelf nog wat wachttijd, maar besef dat het misschien een maat voor niks zou zijn.

10u30 gepasseerd en ik mag binnen. Gelukkig weet de dochter zich de ogen nog de kost te geven.
Het is warm binnen, vol mensen die half naakt tussen de rekken kleren staan te passen.
Mijn warme trui uitdoen en de dochter ontzien van haar jasje zou aangenaam zijn, maar ik besluit dat dat allemaal maar moet blijven zitten.
Ik heb geen moeder of man of vriendin bij die kapstok speelt, zoals zovele anderen wel.

Met Trijn nog steeds op de zwangere buik in de beco worstel ik me door het graaiende publiek op zoek naar kleren in mijn maat én die me aanstaan.
Passen doe ik niet. Trijn kreeg al een elleboogstoot te verwerken op haar hoofdje. Laat staan dat ik ze op de grond zou zetten. Ze had zich als een muis tussen een horde olifantenpoten gewaand!

Om 11u10 houd ik het voor bekeken. Ik ben het beu en Trijn met mij. We rekenen af en nemen de benen richting Berchem station, een lange rij wachtenden voor de deur van de stockverkoop achter ons latend.

De trein van 11u36 brengt ons naar Lier. Met de auto nog even brood gaan halen om dan de kindjes op school op te pikken.

Na het middageten stop ik de kinderen allemaal in bed voor een middagdutje en ik leg mezelf ook eventjes op de zetel. Een doodvermoeiende voormiddag achter de kiezen en mijn zwanger lijf protesteert!

Maar geluk! Hoera! Wat ik kocht past allemaal. Eén broek moet ik inkorten en that’s it.

Vorderingen allerlei

Vrijdag 12 maart tekenden we de compromis van ons nieuwe huis. Dat hebben we dan ook al achter de rug.
Dingen die ons nu te doen staan; de huur van ons huidige huis opzeggen, wat metingskes gaan doen in het nieuwe huis, offertes aanvragen en vooral een lening vastkrijgen.

Er worden stilaan dozen gevuld alhier. Want mei, dat is nu eenmaal niet meer zo veraf en zolang ik nog geen last heb van een buik die in de weg zit, kunnen we daar maar beter van profiteren! Tegen de tijd dat we moeten verhuizen, ben ik ongeveer 27 weken zwanger en zal sleuren met dozen al een heel pak minder vanzelfsprekend zijn.

Maar ook wat de buik betreft zijn er vorderingen. We zijn ondertussen de 18 weken voorbij en er is ontegensprekelijk sprake van een zwanger buikje daar onder mijn opgeslagen vetreserves. 😉 Ik kan dus maar beter voortdoen met inpakken!

Ik ben trouwens reuzebenieuwd wat er hier nog zal volgen; een broer of zus voor onze kindjes…
Deze keer heb ik absoluut geen flauw idee! Bij Trijn wist ik het vooraleer de gynaecoloog ons inlichtte.
Ik had het zo leuk gevonden als er nog én een broertje én een zusje zou bijkomen (al die schone kleedjes die in die dozen liggen te blinken… pijnlijk!)
Een meisje zou zo fijn zijn. Een jongen zou zo fijn zijn. Ik weet begot niet waarmee ik het meest content zou zijn.
Alleen… zou nóg een zusje niet teveel van ’t goeie zijn voor onze Klazeman? Een broertje voor dat manneke zou toch tof zijn hé.

Hoofdpijn

Ik ben niet zot van pijnstillers en probeer dat tot het allerminimum te beperken. Echter, de hoofdpijn waarmee ik de afgelopen maanden kampte, was niet om mee te lachen en zo werd hier mening Dafalgan uit het doosje gedrukt.

Ik dacht serieus dat het een zwangerschapskwaal was. ’t Was immers ergens in ’t begin van deze zwangerschap opgedoken. Tijdens de zwangerschap van Klaas heb ik trouwens de eerste (en voorlopig laatste) keer een migraine-aanval gehad en dus was ik al aan ’t denken dat het wel eens een jongen zou kunnen zijn.

Maar vandaag had ik een afspraak bij de osteopaat. Kwestie van van die dafalganverslaving af te geraken.
En wat bleek? De hoofdpijn was niet zomaar een zwangerschapskwaal. Misschien wel een gevolg van compensatie (ten gevolge van lager gelegen wervels en spieren die wat versoepelen door de hormonen), maar da’s niet zeker.
Wat dan wel? Nekwervels 1 en 2 zaten muurvast.

Nu blijken dat de wervels waartussen de meeste bewegingsmogelijkheid bestaat. Veel korte en sterke spieren komen daar samen. Die spieren trekken vaak in kramp door de geblokkeerde wervels en veroorzaken veel spanning waardoor hoofdpijn ontstaat. De bonzende hoofdpijn, die komt er doordat die spieren ook de ader die daar loopt afspannen.

Nu met wat warmte in de nek rusten in de zetel en hopelijk heb ik de volgende afspraak bij de osteopaat  én de dafalgans niet meer nodig!

Kind 4 #poging 2

Rust in huis zorgt voor rust in het hoofd. Mijn geheugen krijgt dus de kans om weer wat te functioneren. We wagen dus een tweede poging.

Dat een bloedonderzoek aan het begin van de zwangerschap niet persé hoeft van onze lieve vroedvrouw.
De kans is klein dat ik ondertussen al wel immuun zou zijn voor CMV, toxoplasmose,… En als je dat krijgt tijdens de zwangerschap valt er toch ook weinig aan te veranderen.

Wat die toxoplasmose betreft werd me toch op het hart gedrukt om op te passen met rauw  vlees en groenten.
Echt liever geen rauw vlees tot 6 maanden en groentjes goed wassen.

Ik had me daar eigenlijk nooit zo druk in gemaakt. Bij Fien ja, dan keek ik daar al wat meer op. Bij die andere twee al iets minder. Een boke prepare, af en toe gaf ik daar aan toe. Een stukske biefstuk, oh dat kan zo smaken! Gelukkig eten we dat niet al te vaak (lees: zelden). En nu dus al helemaal niet meer. Leren lappen zijn immers niet te eten.
U hoort het… die vroedvrouw heeft iets te zeggen. Ik luister daarnaar verdorie!

En die borstvoedingskilo’s waarover ik kloeg? Die maken voorlopig nog geen plaats voor zwangerschapskilo’s!
Drie kilo’s minder sinds het stoppen met borstvoeding en ze mogen er nog even af blijven ook.

De komst van nummer 4 was trouwens ook meteen de reden van het stoppen met borstvoeden van Trijn. Dat machéért bij mij gewoon niet. Zwanger zijn en borstvoeding geven, dat valt niet te combineren. ‘Terugloop van melkproductie’.
Dat was tussen Fien en Klaas zo en dat was nu alweer zo.

Tot slot de opsomming der kwalen:
– Vijf dagen misselijk geweest.
– Hoofdpijn vindt mij tof, ik vind Hoofdpijn niet tof.
– Ik slaap te weinig. Dat maakt mijn lijf mij wijs tenminste.
– Mijn rug heeft al betere tijden beleefd. Zolang we maar niet zo’n last krijgen als bij Klaas, zullen we dat maar voor lief nemen zekers?
– Het laatste kwaaltje was ik vergeten, maar ’t heeft iets met de functie van het geheugen te maken. Dat mijn sleutels al eens (en meer) aan de buitenkant van de deur bleven steken is er ook een tof gevolg van.

Voila, dat heb ik dan weer netjes opgeschreven om later vol nostalgie terug te lezen.