Er wordt hier wel eens gediscussieerd over welk woord er nu juist gebruikt moet worden.

Bijvoorbeeld:
Ik zeg  “woonkamer”, Tom zegt “living”.
Ik zeg “afwasmachien”, Tom zegt “vaatwasser”.
Ik zeg “pondekes”, Tom zegt “ponderkes”. (voor wie dit niet kent; het zijn vormkes om zandtaartjes te maken)
Dit is volgens mij een “rijf”, volgens Tom een “hark”.
Dit is volgens mij een “grote rijf”, volgens Tom een “rijf”. (terwijl hark en rijf in theorie hetzelfde is natuurlijk.)

Zolang het geen problemen oplevert, gebruiken we alles door elkaar.
We zullen wel zien welke woorden winnen bij onze kinderen. 😛