traditie

getting an online gambling license in costa rica

… zet je klompjes bij ’t vuur. Moeder bakt pannenkoeken en het meel is zo duur…

’t Was vader deze keer. Vader bakte pannenkoeken en de familie kwam ze opeten. Lichtmis met volk in huis is immers zo gezellig.

 

Pannenkoeken met suiker of siroop of (en dat was een fantastische ontdekking bij Joen en Lot) appeltjes met rozijnen en kaneel.
Ik was nooit pannenkoekenfan. Toch niet van de zoete varianten. Wegens… uhu, te zoet.
Maar gebakken appeltjes met kaneel en rozijnen, daar wil ik met graagte meer dan twee pannenkoeken van naar binnen schuiven!

 

Oh, en wij genoten van het zonneke dat door het raam naar binnen priemde. Zalig, zo wat licht aan het einde van een donkere periode.
Al schrijft de druivelaar vandaag “Schijnt met Maria Lichtmis de zon door de toren, dan komt er nog net zoveel kou als tevoren.”
Bon, beste weerspreuk, ik hoop dat het een bakerpraatje is want ik zit niet persé te wachten op nog twee weken vriezen dat ’t kraakt.

Het waterige winterzonneke doet aardig haar best om een flinke lentezon te worden. Nog efkes en den donkere mag er zijn bijltje bij leggen. Het is begot al meer dan een uur langer licht dan bij het begin van de winter. Heerlijk vinden wij dat!
Wist ge trouwens dat die schoon gouden pannenkoeken symbool staan voor  de zon?
En ook… naar ’t schijnt werden er vroeger vanaf Lichtmis weer werklui tewerkgesteld op ’t land. Dat vonden ze de moeite om het deeg in de pan te kappen en een feestje te bouwen.

En zo sloten wij de lichtfeesten af die begonnen met Sint Maarten en brandden we (figuurlijk) de kaarsrestjes van deze periode op.
Wij willen naar buiten! Op zoek naar de eerste lentebodes, een frisse lentebries die ons ’s avonds doet besluiten om het raam stiekem open te schuiven en te luisteren naar het vogelgekweel bij valavond.

 

 

Nieuwjaarke zoete

31 december. De dag dat het volk onze voordeur platloopt. Bedelkinderen die zingen voor een centje, een snoepke of een koek.

Wij wonen in één van de twee straten die zowaar de hoofdader van ons dorp vormen.  Op straat kunnen we de klok van de kerktoren lezen. Met andere woorden, de hoofdmoot van de nieuwjaarszangers passeert onze deur.

Vorig jaar hield ik me bezig met zingzakken voor de kinderen te maken en kregen de zangers een snoepke.
De buit die ze vorig jaar zelf mee naar huis namen was zo misselijkmakend zoet dat ik besloot dit jaar zelf mijn geefgedrag wat te veranderen.
Ik zette mij in de keuken met het allersimpelste recept dat ge kunt vinden voor koekskes (enfin, dat dacht ik) en zorgde voor 312 pakskes met een koekske in.
(Mitte ging bijgevolg met een recyclagezak zingen waarop ik deze ochtend nog gauw haar naam flockte.)

Goed, ik was er twee dagen werk aan kwijt. Niet het meest verstandige idee ooit, ik geef dat toe. Ik doe het ook maar enkel nog eens opnieuw als er volgend jaar iemand van op den buiten mee komt bakken en samen aan mijn deur komt staan.

Hoe dat nu juist ging?
Dag 1 bakt ge koekskes tot ge zelf naar een koekske smaakt.

Chocokoekjes:

Ik experimenteerde met de hoeveelheden dus zaten er verschillende koekjes in de pakjes.
De beste verhoudingen bleken de volgende:
– 400gr choco met hazelnoten (alla nutella)
– 200gr bloem
– een half ei (dooier of eiwit, dat maakt niks uit)
– een kletske melk

Als den deeg blinkt van ’t vet uit de choco, dan weet ge dat ge de goeie verhouding hebt.

Bollekes rollen, platduwen op een bakplaat met bakpapier en 8-12 minuten den oven in.

En als ge dat lang genoeg volhoudt geraakt ge aan meer dan 300 koekskes.

 

Dag 2 plooit ge verpakkingsmateriaal

Origamizakjes

Ik had hier nog nen hoop charcuteriepapier liggen van de AVA dus dat was logischerwijze het papier dat eraan moest geloven. Kraftpapier of bakpapier had evengoed gewerkt uiteraard. Maar bezint eer ge begint. 300 zakjes plooien doet ge niet op een uurtje…

 

En alzo zette ik gisteren een mand met 312 pakjes aan de voordeur. Er schieten er geen 20 meer over. Goed gegokt dus. 🙂
Voor volgend jaar: een knechtje of een ander idee aub.

Feest ze!!

 

 

 

Een druppel op de hete plaat

Ik heb getwijfeld om het lezerspubliek om een mening te vragen. Maar ik ben te eigenwijs en zelf beslissingen maken lukt me ook nog.
Zo opperde ik dus enkel het idee bij hem waarmee ik trouwde.
Een idee dat lichtjes op hoongelach werd onthaald waardoor mijn humeur zachtjes aanbrandde.
Dat het hypocriet is als ge nen tweede auto hebt.  De rest heb ik niet onthouden…

Het geflambeerde idee verhuisde naar mijn bovenkamer. Ik ben nogal vuurvast.

We maken een zijsprongetje:
De peter van onze jongste werkt bij een chemiereus in ’t Stad, moet daar een machien aanzetten met een moteur zo groot als onze woonkamer. Dat aanzetten alleen al verbruikt evenveel als het maandverbruik aan elektriciteit van half Antwerpen (ik weet nimeer van hoeveel personen maar het was belachelijk veel.) En als die motor niet van de eerste keer aanslaagt, dan moet ‘m die knop nóg eens indrukken. Ze mogen dat maar één keer per week doen en de kerncentrale moet verwittigd zijn.

Ge wordt daar niet gelukkig van als ge dat hoort.

De paus ontstak eerder deze week de grootste kerstboom ter wereld met de woorden “ik hoop dat dit licht zal brengen in de schemering.”
Heel schoon natuurlijk, dat licht in de schemering. Figuurlijk dan!!
Het equivalent van 30 voetbalvelden verlichten. Er blijft weinig schemering over mijn gedacht.
Energie die beter besteed kan worden, niet?

Terug vanwaar we kwamen:
Het idee bleef in de bovenkamer en weekte. Het weekte motivatie los.
Ge zet niet zomaar nen dooien tak in uw huis als kerstboom. Ge moogt gerust nadenken waarom ge zo ineens een hoop traditie overboord gooit, waarom ge niet doet gelijk al de rest.

Vandaag zaagde ik een half uur aan één van de drie stammen van de esdoorn in onze hof. Met een handzaag ja. Wij bezitten geen groot geschut gelijk kettingzagen.
En ik heb gezweet, dat ook.
Enfin, ik kreeg het geviseerde deel plat. (Ineens ben ik trouwens niet meer zo zeker of ik ‘m wel helemáál weg wil. Misschien mag hij nog een jaartje zo blijven staan.)

Ik haalde er een schone zijtak af en troonde die mee naar het huis.

Het is en blijft een druppel op een hete plaat. Die ene kerstboom die niet gekocht zal worden dit jaar. Die paar pesticiden die volgend jaar niet zullen vloeien. Enfin, het klinkt bijna belachelijk.
Al helemaal als ge weet dat wij hier met een niet geïsoleerd dak zitten. De centen ontbreken ons momenteel om dat op te lossen.

Maar ik maak me sterk dat  ge toch tenminste op de kleine dingen kunt letten die binnen eigen bereik liggen.
Begin bij uzelf. Zoiets… Al zou ik dan ook beter de stekker van de lichtjes uittrekken.

Aan de andere kant kan ik alvast meedelen dat het ook wel iets heeft zo’n klein boomke in huis.
Het brengt u gelijk wat dichter bij de oorsprong van heel het kerstboomgedoe.
Het heeft iets bijzonders. Al moest de rozenbottelslinger er toch weer uit, evenals de gedroogde appelsientjes, de steranijzen en de strooien kransjes met zilverdraad. Hij vraagt wat soberheid.

We zien ook andere voordelen.
Op grondniveau neemt onze boom amper plaats in beslag. Net het omgekeerde volume van een spar.
We gaan hier geen drie maanden naalden moeten zuigen en uit onze sokken trekken.
Geen desillusie wanneer we merken dat we ook deze keer weer te laat zijn om de spar uit te planten, dat we de boom te weinig water gaven, dat er eigenlijk amper wortels zitten in dat kluitje,…

Eigenlijk missen we nu net nog wat barbaratakken in huis om die niet-groene boom te compenseren. (Oh en een maretak!)
Maar ik ben te laat. Enfin, toch als we bloesem in huis willen hebben tegen Kerstmis. Volgend jaar dan maar!

Molen

Ik kocht ergens begin dit jaar ne paravent. Ik betaalde de gevraagde prijs, maar had er voor diezelfde prijs toch graag ook de bonenmolen bij die ze nog hadden. Zodus betaalde ik uiteindelijk  tóch minder. 😉

Speciaal voor die bonenmolen zette ik dit jaar snijbonen in mijnen hof. Ik vind dat pure nostalgie!
Hoe dikwijls ik vroeger als kind aan zo’n moleke moest draaien, of als puber boontjes moest blancheren… totdat ik er werkelijk geen goesting meer in had.

En zie, ik ben 30 en ik draai weer aan het moleke! Zo erg zal het vroeger allemaal ni geweest zijn.
Ik herinner me vooral de geur van versgesneden boontjes in het huis van mijn ouders in Broechem, in het huis van mijn grootouders in Deurne én in dat van mijn overgrootouders in Overmere.
De geur van een zomers windje door de keuken en het zonneke dat scheen.

Zo placeerde ik vandaag dus die molen op mijn tafel, zette er een schaal onder en sneed boontjes. De schuifdeur open om de zomerse lucht te laten vermengen met de geur van vers gesneden boontjes…

Vanavond schaft de pot héél traditioneel gestoofde snijbonen met ne patat erbij en een stukske vlees.
Soms moet het leven niet meer zijn dan dat!

Lichtmis 2011

Wat wij nodig hebben om Maria Lichtmis te vieren?

Een bende tof volk,
een hoop pannenkoeken,

een paar bierkes (voor de mensen die denken dat wij enkel bierfeestjes geven sinds de wederhelft de cursus ‘bierkenner’ volgde.)

verse koffie en thee,

een hoop suiker en kandijsiroop.

In 2008 deden we dat voor ’t eerst met wat fijne mensen erbij.
In 2009 wilden we dat opnieuw doen.
Trijn dacht daar echter anders over. Zij was toen net één week oud en vertoefde nog op neonatologie.
In 2010 hervatten we het pannenkoekenfeest en kijk, ook in 2011 bakten we pannenkoeken.

De hoop werd groter en we bakten dit jaar voor 16 mensen pannenkoeken. De mini’s die vanaf de zijlijn toekeken, waren met 2 dit jaar.
15 mensen verzetten samen 70 pannenkoeken. (Nummertje 16 bracht zijn eigen aangepaste pannenkoekjes mee.)
70 pannenkoeken, dat is 5 liter melk, een hoop bloem, 16 zakjes vanillesuiker, 6 eieren en een paar uur bakwerk.

De editie van 2012 zal ongetwijfeld minstens evenveel pannenkoeken tellen als die van 2011. We misten immers nog wat volk.

Lichtmis

“Der is geen vrouwke zo arm of ze maakt haar panneke warm.”
Met ander woorden, met lichtmis moet ge pannenkoeken eten! En wanneer is dat? Vandaag!

Wij hebben alvast de traditie in ere gehouden. 😉
Gisterenavond (jawel, een klein beetje te vroeg, maar voor ons evengoed) hebben we hier met 12 man pannenkoeken gegeten. ’t Is te zeggen, met 10 en twee -1-jarigen die brood kregen.
Een gezellig pannenkoekenfestijn met de meters en peters van onze kinderen.
Mensen met kind hebben het niet al te laat gemaakt, Fan, Kim en Marijn gingen nog andere oorden opzoeken en met de plakkers (lees: Greet en Ilona) hebben we nog een spelleke gespeeld.
Kortom, dat is voor herhaling vatbaar!
Ons klein mannen hadden het immers ook naar hun zin!

Deze ochtend hebben we als ontbijt nog eens een pannenkoekske verorberd om de overschot van het deeg op te maken. Uiteraard niet goed voor die kilo’s, maar soit…

Wíj hebben ons dus al tegoed gedaan aan de lekkernij.
En u?