Uncategorized

Zalige Zaterdag

Olijven, fetakaas, pijnboompitten, marsepeinen figuurkes voor Sinterklaas, suikervrije chocolade voor Tom zijn oma, verse spinaziepasta, een halve kilo kabeljauwfilets, twee hamburgers, een hotdog en een droog broodje. Dat was vandaag onze buit op de vreemdelingenmarkt in ’t Stad.

Even den Hema binnengewipt voor enkele hemdjes met lange mouwen voor Trijn, sokken voor Fien en een matrasbeschermer voor Klaas.
Staat een mens daar wat dingen te vergelijken en in twéé tellen is onze meneer weg. Echt, niet meer dan twee tellen en ge kunt beginnen zoeken. Wat “Klaas waar ben je” geroep (al is dat roepen relatief) leverde niks op. Vader die al zenuwachtig de gangen afzoekt en geen rood frakske met groene broek vindt.
Daar krijgt ge warm van!
En dan plots troont het varken in rood frakske en groene broek op de arm van een Securityman richting ouders.
Helemaal aan de andere kant van de winkel gevonden. Een lel rond zijn oren had hij verdiend! Al hielden we het op wat belerende kwade woorden, een vermanende vinger en gefronste wenkbrauwen, het onuitgesproken idee van hem vast te plakken, de overwogen aankoop voor een Klaasleiband, een ingebouwd zenderke,…
Enfin, hij is dus voor geen haar te vertrouwen, dat klein monster.

Als afsluiter hebben we ons op ’t terras van de Lunchbox geplaceerd en hebben daar gezellig buiten gegeten.

Om het even in ’t archief te zetten: zaterdag 21 november 2009: 17 graden! Ne mens kan er maar beter van profiteren.
De herfst heeft duidelijk last van een identiteitscrisis!

En buiten dat Klaaskwijtincidentje was het dus een zalige zaterdag!

Gepruts (II)

Zo.
Gisteren photoshop op de laptop geïnstalleerd. (Man dat duurt lang!)
Hier en daar wat foto’s eruit gepikt en door photoshop gesleurd.
Gewacht op manlief om die foto’s op de juiste plaats te krijgen. Het eerder daarvoor geïnstalleerde programma weigerde dienst en ik ken van die dingen zelf geen bal. Nieuw programma erop en foto’s erin.

Voorlopig kan het ermee door!

Gepruts

Zo.
Ik prutste vanavond eens wat aan het uitzicht van dit blogplekje.
Niet content over het vorige. Nah!

’t Is nog niet klaar. Ik moet me nog eens bezighouden met photoshop. Maar aangezien dat niet op mijn flaptop geïnstalleerd staat, moet ik dat eens doen als ik manlief ne keer van de zijne kan weghouden.  🙂
Als hij zich morgenavond gaat kapot zweten in de sauna, zal ik mij misschien eens kapot zweten aan wat foto’s voor de “header”.

Word maar al nieuwsgierig!

Met de kinderen aan tafel

Als we Fien ’s middags van school hebben gehaald en we zijn allemaal heelhuids in huis geraakt, kunnen we aan tafel. De kans is groot dat grote zus en broer kibbelen, haren trekken, duwen, huilen,… Ze zijn immers moe! Leuke boel dus, zo met uw drie bloeikes aan tafel een boke eten. Het kan niet snel genoeg gaan om ze daarna in hun bed te zwieren.

Als ze moe zijn wordt er niet zo bijster veel gegeten. Door Fien toch niet, Klaas steekt altijd wel wat weg! Maar als ze allebei nog redelijk op hun benen kunnen staan en nog zelf willen kiezen wat ze tussen hun boke willen, dan kan moeder werken! Boterhammen smeren voor uitgehongerde beren, dat is een olympische sport op zich. Het ene boke is nog niet op of het andere wordt al gevraagd. En sinds Trijn ook bokes eet, moet er dus een tandje worden bijgestoken.

En wonder boven wonder… Als er klinkt “Ik heb genoeg gegeten”, klimmen ze van hun stoel en beginnen ze te spelen alsof ze nog bakken energie over hebben. Gelukkig weet moeder beter. Na een half uur spelen vliegen ze hun bedstee in!

’s Avonds is het alweer van dat: Aan tafel met drie kleine kinders.
De jongste brult de longen uit haar lijf. Al zeker een half uur, want madam heeft honger en het eten is nog niet klaar. Zomaar een borst boven toveren tijdens het potten roeren, daar doe ik trouwens niet aan mee. Efkes wachten vooraleer de patatten er zijn, daar is nog niemand van doodgegaan.
Enfin, potten op tafel, kinderen aan tafel, bavetten voorknopen en gaan met die hakmachine!
Bordjes vullen, vlees snijden, patatten wat kleiner kappen, bordjes voorschotelen, glaasjes vullen,…
Om dan uiteindelijk ook het bordje van de kleinste pruts te vullen.
Ofwel uit haar handje, ofwel van het lepeltje, maar met de pot mee-eten doet ze. Dat scheelt al een hoop gedoe ’s avonds.
Als het van “eten geven” is (zoals vanavond), dan is er geen tijd om zelf te eten.
En dus ben ik blij als ze na het avondeten nog eventjes braaf willen zijn zodat ik zelf eventjes kan eten. Dat moet niet lang duren… ik heb ondertussen de slechte gewoonte ontwikkeld om mijn eten in vijf minuten door mijn strot te jagen.  En ik moet er op letten dat ik dat niet doe als ik wél de tijd krijg om te eten…

Slechte manieren, ge zijt daar snel mee weg. Ze afleren, da’s een ander paar mouwen.

Een gegeven paard…

Gooit Miestaflet me toch wel een award in de schoot zekers? (Waarvoor dank trouwens. 😉 )
Kwestie van aanzetten tot bloggen, kan dat wel tellen. Maar ’t pakt toch. Want ziehier… ik doe mijn duit nog eens in het blogzakje.

Goed, van uitstel komt afstel dus zet ik me alvast sc(h)rap in de schrijfblokken:
Tien dingen die u misschien niet over mij weet:

1. Ik studeerde één jaar pedagogische wetenschappen in Leuven. Tweede zit aan mijn been; gestudeerd en ‘m uiteindelijk niet gedaan. Ik studeerde? één jaar pedagogische wetenschappen in Gent. Ik heb de eerste zit niet meegedaan.
Dat jaar Gent was hels. Op een massakot in de Savaanstraat. Twee mensen uit Antwerpen, 1 uit Limburg, 10 uit Oost Vlaanderen en echt 30? man uit West Vlaanderen. Ik moet u waarschijnlijk niet vertellen dat ge na tien keer wablieften liever de mensen probeert te omzeilen uit schrik dat ge ze weer niet gaat verstaan. Die West Vlamingen onder elkaar, ge verstaat daar geen bal van! En dus kwam ik mijn kot nimeer uit, behalve om naar de les te gaan en naar de winkel. In Leuven had ik veel mensen waar ik het mee kon vinden, in Gent is dat nooit gekomen en dus zat ik zielsalleen in Gent naar mijn gevoel.
Maar ’t is nog goedgekomen met mij. Nadien heb ik in drie jaar op mijn kousevoeten mijn opleiding kleuteronderwijs afgemaakt.

2. Initieel wilde ik juweelontwerp en edelsmeedkunst studeren, maar dat hebben ze mij uit mijn hoofd gepraat thuis.

3. Ik ben een nagelbijter en ik vind dat zeer spijtig.

4. Eigenlijk was ik een vrij brave puber, maar mijn ouders hebben desalniettemin afgezien met mij. Ik kroop als 14 jarige door mijn raam op het platdak als ik kwaad was. Ik ben ook eens het huis uitgelopen na een “ruzie” thuis. Op mijn blote voeten. De struiken naast het huis ingedoken en iedereen voorbij zien komen die naar mij op zoek was. Mijn naam is véél geroepen geweest. Er werd op straat gezocht. Ik zag mijn vader vertrekken met de auto en terugkomen. Kort daarna ben ik terug binnengewandeld met een “hah, jullie hebben mij toch niet gevonden-gevoel” en dat was net op tijd. Vaderlief was immers de buurt gaan afzoeken en ze stonden klaar om de politie te bellen.
Ik denk dat ik daar wel een tijdje heb gezeten in die struiken…

5. Ik ben mijn ouders zeer dankbaar dat ze mij naar de Steinerschool gestuurd hebben. Ik geniet nog na van de heerlijke tijd die ik er mocht beleven. Ik heb er véél geleerd ook. Leren om te leven.

6. Als het aan mij alleen lag, dan kwamen er hier vijf kinderen. (Al is daar absoluut niks rationeels aan hoor.)
Maar… manlief wil er geen vijf én voor alle omhooggetrokken wenkbrauwen en diepe voorhoofdsfronsen, bedenkelijke blikken en “meiske toch, da’s ni van deze tijd”- reacties moet ik het nu ook niet doen.

7. Ik ben met mijn eerste lief getrouwd. 22 was ik toen het koekenbak was. Laatbloeier of zeer kieskeurig?

8. Ik heb als zesjarig kind heel wat tijd doorgebracht in Jan Palfijn en in Gasthuisberg. Een maand na mijn zevende verjaardag voerden ze een lobectomie uit aan de rechterkant ’s mijnens longen. Een operatie waarvan ze niet wisten waar het zou eindigen. Het was van kijken en zien wat er moet gebeuren.
Hartcatheterisatie, bronchoscopie, bronchografie, drains, nietjes, draadjes, en nog veel meer dingen die ik me iets minder goed herinner werden mijn deel.
Véél later hoorde ik dat mijn ouders bang hadden om mij te verliezen. Het communiekleedje dat ik destijds koos, was razend duur. Ze kochten het toch voor mij met het idee dat als ik mijn eerste communie niet zou halen, ze mij erin konden begraven.
Op mijn 16de werd ik genezen verklaard en op mijn 18de onderging ik plastische chirurgie om het litteken te corrigeren. Dat was namelijk vergroeid met mijn spieren waardoor mijn rechterarm niet goed meer omhoog kreeg.

9. Ik vind trouwfeesten eigenlijk niet leuk. Ge zult mij ook met geen stokken op den dansvloer krijgen. Daar heb ik nu eens écht een bloedhekel aan. Als ik nu niet het gevoel zou hebben dat ge op nen trouw moét dansen, dan zou ik dat al stukken toffer vinden.

10. Ik kon mijn twee benen in mijn nek leggen vroeger. Nu ben ik al blij als ik dat nog met één kan. (Niet dat ik dat elke week test hoor!)

Kom, als extraatje doe ik er nog twee bovenop:

11. Ik bouwde als twaalfde klasser (6de middelbaar) eigenhandig een draailier onder het goedkeurend oog van mijn grootvader. Dat was het praktische deel van mijn eindwerk.

12. Hier staat een viool die elke dag treurig in haar kist blijft zitten. Van mijn 10de tot mijn 14de en van mijn 15de tot mijn 20ste heb ik dat héél graag gedaan. Sindsdien is het door de tijdsverdeling wat triestig gesteld met de viool.

Zo, ik heb mezelf even een beetje in m’n nakie gezet voor jullie.

Jennifer, plak deze award maar op je blog! Je mag het hebben met je twee snuggere kereltjes. Leuk om lezen hoe anders we zijn en die andere keer toch weer niet.

Savooi, ik ken u al gigantisch lang en goed en ik ben daar zeer blij om. Maar omdat ik u zo graag lees, krijg je deze award erbij.

Maaike, jij valt ook in de prijzen. De tubtrugs hebben we aan jou te danken. En gewoon omdat je postjes zo “ah ja… hier ook” klinken. Een beetje thuiskomen dus. 😉

Oef! Is ’t me gelukt?

Verrast!

18u05:
De tafel is gedekt, drie kinderen zitten klaar in aanvalspositie. Eén pot staat nog op ’t vuur. De laatste bavet wordt aangeknoopt.
En dan gaat de bel.
Ik haast me naar de trap en loer naar beneden om te zien wie er voor de voordeur staat. Door het ribbelglas kan ik niet exact zien wie het is, maar ’t lijkt geen leurdersgedoe (dat kan ik op zo’n spitsmomenten missen als kiespijn) dus besluit ik maar om de deur open te doen.

’t Is meer dan vier jaar geleden dat ik ze nog zag. Ze vertrok in mei 2005 immers voor enkele maanden naar Peru. Vrijwilligerswerk gaan doen. Ik herinner me nog vaag dat ze ging terug zijn rond de tijd dat Fien geboren moest worden. Eind maart 2006 dus. Maar maart passeerde en ze bleef in Peru.
Ondertussen zijn er al enkele jaren voorbij, heeft ze ginder ne vent opgeschaard en hebben ze samen een zoontje.

1 oktober 2009, vandaag bij benadering, landden ze om 14u40 in Zaventem. De dagen vliegen hier en ik had dat niet op de kalender geschreven. Groot was de verrassing toen ze amper een paar uur later aan mijn deur stond.

Een moment later stond ze tussen alle kinderdrukte in mijn keuken. Ze ziet er goed uit, vermoeid… dat wel, maar wat wil je als je een vlucht vanuit Peru achter de kiezen hebt?
Uiteraard staat ze hier niet voor niks. Ze doet haar verhaal dat ik met moeite kan volgen.
Ik schrijf mijn gsmnummer op, geef haar mijn gsm mee en wuif ze wat later terug uit, lichtjes vereerd dat ik de eerste van de oudleiding ben die haar heeft teruggezien.

Morgen springt ze binnen met man en kind, krijg ik mijn gsm terug en hebben ze hopelijk hun achtergebleven koffer(s) terug.

Welkom terug! En véél succes met de aanpassing in ons apenlandje.

Kindervervoer

Het is schandalig wat wij hier in huis hebben aan kindervervoer.

Voor Fien en Klaas in elke auto een autostoel, voor Trijn een maxicosi.
Een kinderwagen van Quinny, inclusief draagwieg en adapters voor een maxicosi.
Een buggy van Koelstra.
Een dubbele kinderwagen van Easywalker, inclusief 1 draagwieg en adapters voor een maxicosi.
Een meerijdplankje van Lascal
2 tricot slens van Babylonia.
1 beco butterfly.
1 ringsling van Mister Mirko.
Een bakfiets.

Ja, ik zei het toch al? Schandalig veel!
En dan moet ge weten dat ik héél graag een andere enkele kinderwagen zou hebben. De quinny kochten we ten tijde van Fien tweedehands. Een goeie draagwieg, een slecht zitje en een degoutant “zwenkwiel”. Het zitje kan niet helemaal plat, zelfs niet bij benadering. Het zwenkwiel is er nog één van het type dat schuin komt te staan bij het draaien. Compleet onhandelbaar dus als je de achterste wielen optilt.
Kortom, ik ben dat ding liever kwijt dan rijk ondertussen.
Waarom nog een enkele kinderwagen? Omdat dat toch verdomd handig is als je maar met één baby/kind op pad bent.

De plooibuggy wordt gebruikt om op reis te gaan (wegens weinig plek innemend), om mee te geven uit logeren, voor allerlei kleine stapjes.

De dubbele kinderwagen wordt het meest van stal gehaald om wat verder te stappen. Trijn aan één kant, Klaas aan de andere kant en Fien al stappend. (Ze stapt ondertussen immers deftig genoeg om niet op het plankje te moeten staan.)
Die heeft ook al ’t meeste kilometers afgelegd. Fien heeft er samen met Klaas immers véél ingezeten.
Het enige nadeel van de easywalker is dat hij zoveel plaats inneemt.
Opgeplooid vult hij vlotjes de koffer van de Scenic. Plaats om plooibakken van de Colruyt te zetten schiet er niet meer over… om maar iets te zeggen…

Twee jaar geleden kozen we voor een dubbele  kinderwagen met twee plaatskes naast elkaar. Niet achter elkaar, niet onder/boven elkaar.
Ondertussen begint ook Klaas al wat vaker mee te stappen, waardoor z’n plaatske niet altijd bezet is. En met een halfgevulde dubbele kinderwagen op pad… het heeft iets decadents.

Ik dacht er dus over na om de Easywalker de deur te wijzen, samen met de Quinny.
In de plaats dan maar een Phil&Teds. Da’s immers twee in één. Oftwel voor één kindje, oftewel voor twee.

Het klinkt zeer aanlokkelijk, maar ik weet niet goed of ik het zal doen of niet.
Die Easywalker, da’s écht goei gerief! Gemakkelijk, wendbaar, gebruiksvriendelijk… alleen wat groot in omvang.
Ik krijg het nauwelijks over mijn hart om hem eruit te zwieren. De Quinny daarentegen, daar zal ik niet om staan treuren. 😉
Anderzijds zijn er ook zowat dingen aan de Phil&Teds waarvan ik het niet goed weet.
Ten eerste is er aan de Phil&Teds Sport geen mogelijkheid om een draagwieg te zetten in combinatie met een tweede kind. (Bij de Phil&Teds Vibe wel, maar da’s alweer een pak duurder en die ziet er zo afgeborsteld uit…)
Ten tweede: bij 2naastelkaar heeft ieder zijn vast plekje. Bij onder/boven lijkt me dat niet ’t geval te zijn. Als er eentje moe is, moet ge den andere verhuizen met zitje en al om den ene plat te leggen.

Jaja! Een luxeprobleem eerste klas. Ik ben me ervan bewust. Maar toch… wat zal ik er toch mee doen hé??
Extra info bij het kinderwagenprobleem: nummer 4 is nog niet gemaakt, maar komt er ooit nog wel eens.

Hoofdsteuntje – exit.

Het nieuwe hoofdsteuntje stak hier gisteren in onze brievenbus. Geweldig toch?!
In mijn mailbox een mail van Blozekriekske. Of ik 2€30 kon betalen voor de verzendkosten. Peanuts!
Het hoofdsteuntje kreeg ik gratis bij de postzegels. 😉

*Gelukkig als een klein kind*

Werkweduwe

Manlief is weinig thuis tegenwoordig. Vroeg beginnen werken, laat terug thuis.
Dat wil zeggen dat ik het huishouden volledig voor mijn rekening neem, inclusief kinderen verzorgen en Fien naar school brengen/gaan halen, eten maken, boodschappen,…
Het merendeel deed ik al, maar zo alles écht alleen doen… ge voelt dat wel.
Vooral ’s avonds als de kinderen in bed moeten. Met twee gaat het toch veel efficiënter dan alleen.

Enfin, dat lukt allemaal wel. De berg strijk stapelt zich op en soms moet ik kleren uit de strijkmand/stoel/tafel zoeken, maar ach, dat overleef ik wel.
Waar ik veel meer last van heb, is dat er zo weinig tijd is dat we elkaar zien en er zoveel te vertellen is.
Alledaagse dingen, over de kinderen, wat er gekocht moet worden, hoe het was op school,… Triviale dingen dus.
Maar er gebeuren ook minder triviale dingen. Een huis kopen bijvoorbeeld…  Daar dient wel ’t één en ’t ander over gezegd te worden en of je nu wil of niet, irl gaat dat toch allemaal wat vlotter dan via googletalk. We stellen het dus voorlopig met “cyberklap” (ah kijk! een neologisme).

Ik hoop dat het project voor dit bedrijf snel uit zijn kinderziektes is want ik mis mijn maatje.