http://praetershoek.be/online-casino-echtgeld-android-app-development/

Na vijf jaar kinderen in huis werd het wel eens tijd om een fietsstoeltje aan te schaffen.
Soms is het immers gemakkelijk om met één kind de fiets te nemen ipv te voet te gaan (of de auto in te moeten.)
En omdat wij hier vier kinderen hebben die nog in een fietsstoeltje passen maar allevier verschillende afmetingen hebben, was het een vereiste om gemakkelijk gordeltjes en voetsteuntjes te verstellen.

Met dit fietsstoeltje hadden we dat wel gevonden.
Dinsdag besteld bij de plaatselijke fietsenboer.
Woensdag afgehaald.
Donderdag gemonteerd.

Kom, zo zou het scenario er op zijn best uitzien.
Ge hoort mij al komen… dat scenario zág er niet op z’n best uit!
Donderdag: montagedag? Mheeeuuuut!
Dat schoon fietsstoeleke past niet op de Oxfordfiets die hier in mijn bezit is!
En dat moet ge dan merken als ge het fietsstoeleke na het volledige montagewerk op de fiets wilt klikken natuurlijk.
Een stangeske langs weerskanten van het wiel dat parallel loopt met de bagagedrager is nét 1 cm te breed om dat fietsstoeltje  erlangs te krijgen.

Aangezien vandaag onze fietsenboer gesloten is, zal ik er pas morgen weer staan. En ik ben benieuwd wat het resultaat zal zijn. Ga ik daar heel de bazaar achterlaten? Kunnen ze een andere bagagedrager op mijn fiets monteren? Moet ik een ander fietsstoeleke kopen?
Enfin, ik heb er al goesting in!

Voorts van de rest hebben we hier ook wat bakfietsproblemen. Sinds onze verhuis staat de bakfiets voor de gevel. In weer en wind dus.
In de winter voorzien van een frakske… Maar dat heeft toch allemaal niet hard genoeg geholpen.
Het hout van den bak begint het zo zoetekesaan te begeven. Twee zwarte plekskes van ’t vocht vanonder in den bak en hout (multiplex) dat op de kopse kant open begint te staan.

Als ons kippen gouden eieren zouden leggen, ik zou niet twijfelen en mezelf een betere bakfiets aanschaffen.
Want naast het houtprobleem moet ik toegeven dat het niet zo evident meer is om met een volle bakfiets te fietsen.
Alle kinderen in den bak en ik duw toch meer dan 50kg extra voort. In plaats van een kwartier te fietsen met een gewone fiets, moogt ge daar met onze bakfiets toch een half uur extra voor rekenen. Ook: de zwaarste versnelling is eigenlijk te licht om deftig mee door te fietsen…
Nog: sinds kort vind ik het behoorlijk gevaarlijk om met de kinderen in de fiets een borduur op te rijden. Als ik er schuin oprijd, dan hoop ik dat de boel niet kantelt. Als ik er recht oprijd, stap ik al eens af om de kinderen niet gigantisch door elkaar te schudden (lees: mondjes, hoofdjes,… tegen de rand te laten knallen.) Resultaat: niet genoeg vaart om op de borduur te rijden -> niet op de borduur geraken -> bakfiets omdraaien en de bakfiets op het voetpad/… trekken.

Oh, ik moet dringend iets leuks vinden om te doen vooraleer ik héél de dag slechtgezind loop van die stalen rosperikelen.

Desserke voor hete dagen

In de hoop dat de zomer lekker warm wordt natuurlijk…

’t Aardbeienseizoen is zo goed als gedaan, maar als ge er nog nen hoop hebt liggen waar ge gene blijf mee weet…

500gr aardbeien
1 rijpe banaan
1 zakske vanillesuiker (al is dat optioneel)

Alles mixen en in ijslollyvormkes kappen. Diepvries in en wachten maar tot buiten de zon schijnt!

Zó’n goei kinderdesserke. 😉

Junisprint

Mijn kinderen hebben hun eerste dag verlof al achter de kiezen. Al voelt het voor mij niet aan alsof het al vakantie is.
Wat vooral in mijn hoofd steekt, is dat mijn zus zaterdag trouwt.

Dat wil zoveel zeggen als: zorgen dat alle kleren in orde zijn (én in huis), dat mijn tekst als getuige in orde is, dat er eten in huis is voor de kinderen voor zaterdagavond, dat het logeergerief van Klaas klaarstaat, dat het mee te nemen kindergerief klaar staat,…
En eerlijk… dat klinkt nu toch niet bijster veel en vermoeiend? Maar jawel, ík heb daar een vol hoofd van.

Een hoofd dat overloopt van de to do’s. Zoals hier eens iets komen schrijven bijvoorbeeld. Inspiratie genoeg!
Echt waar… dan heeft ne mens geen tijd om veel te schrijven en zijn er dingen te over om neer te pennen. Tegen dat het hier weer wat rustiger is, weet ik weer niet wat schrijven. 😉

Het huishouden Jan Steent wat verder terwijl ik mij daar zo min mogelijk druk in probeer te maken. Al hou ik wel mijn duimen gekruist dat er hier niemand onbekend moet binnenstappen.
Mijn kinderen krijgen nog eten, er is nog elke dag proper ondergoed om aan te doen (al antwoord ik de wederhelft ’s morgens al eens met ‘kijk eens in de mand met plooiwas’),…
Het zou nóg erger kunnen dus.

Maar kijk… terwijl ik hier zo zit te wachten tot mijn feedbackchinesevrijwilliger mijn getuigentekst heeft nagelezen, geef ik u alvast een bloemlezing van wat mijn geheugen nog onthouden heeft.
Ik maakte vorige week 3 bloemenkroontjes. Ons kinderen vierden Sint Jan op school.
Niet zo schoon als die van vorig jaar, maar ik kon het niet opbrengen om aan elke kroon 1u bezig te zijn. Deze versie kostte mij een half uur per kroon.

Vrijdagavond knalden er in Borsbeek vreugdeschoten voor de zus en haar toekomstige. Ik was daar ook uiteraard!

Een dag later voegde ik me bij de leeftijdsgroep van de 30’ers.
Mét een feestje en mét cadeautjes!
Mét slecht weer ook! Ik heb verjaardagsfeestjes gegeven toen ik 6, 16, 21 en 30 jaar werd. En serieus, die drie laatste keren was het slecht weer! Al die jaren tussenin was 25 juni een stralende dag. Dat is toch hemeltergend??
Maar enfin, we mogen niet klagen. Ik heb genoten van mijn verjaardag. Echtig waar!
En toffe cadeaus jong! Twee goed voorbereide vriendinnen gingen voor het persoonlijk geschenkje (waarvoor oprecht dank!) Al de rest droeg zijn centje bij aan het last-minutevoorstel van mijn teerbeminde.
Zo gebeurde het dat ik afgelopen zaterdag een groot pak in ontvangst mocht nemen.

Ik vind dat zot! Ook daar: oprechte dank! Ik ben met mijn gat in de boter gevallen. 😉

Dinsdag trouwde mijn zus voor de wet.  (Die foto’s staan nog ergens ruw en raw te wezen. Vooralsnog geen toonbaar bewijsmateriaal daarvan tot op heden.) Wij brachten de dag door bij de schoonbroer zijn familie met lekker eten en goed gezelschap. Stinkend en plakkend van ’t zweet zijn we ’s avonds thuis gekomen.

Woensdag werd in de klas van Fien en Klaas afscheid genomen van de “grootjes” ofte de kinderen die in september naar de eerste klas gaan. Traditioneel volgt daarop het jaarlijks afscheid voor de grote vakantie waarop alle ouders  (van de klas) zijn uitgenodigd. Om half twaalf stonden we dus paraat op school.
Als prettige vakantiewens gaven ons kindjes een cd’tje aan hun juf met daarop de foto’s die wij dit schooljaar trokken. In het hoezeke uiteraard een schoon tekening van het oudste kind.
Volgend schooljaar komen onze kinderen gewoon terug bij dezelfde kleuterjuf in de klas.
Ik zou hier nu een boompje kunnen opzetten over al die (zelfgemaakte) geschenken die menig juf/meester vandaag heeft gekregen, maar ik hou het daar kort over. Kleine persoonlijke geschenkjes: super! Al die andere geschenken waaruit zou lijken alsof ouders hun eigen kunnen willen tentoonspreiden: dat zal met de beste bedoeling gemaakt/gekocht zijn. Maar bedenk nu toch eens dat ge elk jaar 25 à 30 cadeaus mee naar huis sleurt…
Zoals dat in dat ene liedje gaat: …zie je dan dat klein gebaar, veel meer moet dat niet zijn …

Zo, de vakantie is dus begonnen. Nog efkes mijn schoenen verder inlopen en eens checken of de Chinese vrijwilliger al een reactie liet, dan zijn we ook voor zaterdag klaar!

Noot achteraf: Ik wil mijn ongenuanceerde woorden precies toch iets of wat verduidelijken vooraleer ik hier de kak van heel handwerkend blogland over mij krijg.
Wat ik bedoelde is vooral dit; Zolang er kinderhandjes aan te pas komen, is alles een fijn cadeau.
Iets wat enkel door moeder- of vaderhanden vervaardigd werd, dat vind ik precies zo’n gemiste kans…  Tenzij het je bedoeling is om enkel als ouder de juf/meester te bedanken natuurlijk.
En nee, u hoeft het absoluut niet eens te zijn met mij. 😉

“‘k Kom volgend jaar terug”

Oh juist! Dat doet me er aan denken dat ik rap ende gauw nen hoop zwarte bezekes moet gaan trekken in den hof van mijn ouders.
Al twee jaar verkiest iedereen die hier komt zingen een glaaske cassisjenever boven eender welke andere (gekochte) jenever. De voorraad is op en dus moet er bijgemaakt worden.

De boel kan dan een half jaar trekken alvorens we op 31 december weer een hoop jeneverzingers (lees: oudleiding) mogen ontvangen.

Plat

Vorig weekend trok ik naar de vrijgezellendag van mijn zus.
Te laat… want we zaten met een ziek Mitteke. Eentje die aan de derde dag 40°C koorts bezig was en waar ik alras mee naar de dokter van wacht trok.

Ik nam -hoe kan dat ook anders- de camera mee, kwestie van wat leuke foto’s te hebben ter ondersteuning van het geheugen van de vrijgezellige.

Bij aankomst lag het vrouwelijk publiek op een matteke helemaal doef en wazig van een onstpannende yogasessie. Goed! Want zo kon niemand gaan lopen van de lens.

Maar na de eerste foto had ik het al in ’t snuitje. De batterij was “oep”/plat/leeg. Dik balen dus.
Strafste van al, ik had dat moeten weten want de vorige dag had ik al gezien dat de batterij “in de pries” moest.

Wat volgde was mompelgevloek, geschud met de batterij (in de hoop er toch nog iets uit te krijgen) en nog een stuk of 8 foto’s.

Bijgevolg heeft de zus amper foto’s van haar vrijgezellenfeestje. Ah ja, de andere aanwezige camera had nu toch ook geen platte batterie zekers?
Hopelijk heeft de wijn van die dag haar geheugen niet al te hard aangetast, want met de 10 foto’s die er zijn, zal ze ’t moeten stellen.

Mor och, van den 2de juli gaat ze foto’s genoeg hebben. Dan komt Melissa de foto’s trekken.

Kiekens

Jaja! ’t Is gelukt. We hebben 5 stuks levend erfgoed in den hof.
Met dank aan vaderlief die in zijn ziekteverlof naar Vlierzele wilde rijden.
Zelf geraakte ik daar niet zo vlot. Kom… met die vier kinders hier in huis, rijdt ge niet voor de leut over en weer naar de volgende provincie  (tussen schooltijden en slaapkes door) (en al helemaal niet langs de ring van Antwerpen/de Kennedytunnel).

’t Is ook dat ik er hier in’ t Antwerpse geen vond, Vlaanderse koekoeken. En ja… men placht al eens te zeggen “als ze ’t in hare kop heeft, heeft ze ’t ni in haar gat.” Het moesten en het zouden Vlaanderse koekoeken worden. Ik heb daar zo mijn redenen voor.

1. levend erfgoed
2. goei eierleggers
3. ne goeie beet aan
4. geen hoogvliegers
5. goei broedsters en moederkloeken

Vanaf heden bevolken ook 4 hennen en 1 haan de Praetershoek.
Hij moet de drie bestelde kiekens wat zot gevonden hebben als de fokker er nog 4 had. En och ja… nen haan is toch ook plezant.
Als ge uw vader op pad stuurt, wéét ge dat de gegeven richtlijnen enkel als indicatie dienen.

Zo zitten het  konijnenbeest en het poezenbeest toch niet meer alleen daarbuiten.

30

’t Is bijna zover. Binnen minder dan 14 dagen word ik 30 jaar.
30 MAAT! Dat is er toch vér over? Géén twintiger meer.

Ja, ik heb daar last van.
Het valt niet meer te ontkennen dat we ouder worden. De ‘eeuwige’ jeugd lijkt voorbij met een 3 ervoor.
Alles met een 2 ervoor mag zot doen en jong zijn. Vanaf die 3 verschijnt zijt ge onontkomelijk volwassen.
Ge kunt nog zot doen, daar niet van.  Maar de kans dat ze u nog ‘meisje’ noemen is ondertussen toch wel zeer klein tot onrealistisch geworden.
Alles wijst er ook op dat het leven voorbij raast. Een vader die 58 wordt, een grootmoeder van 81, een wederhelft die 36 wordt…
Die leeftijden zijn nogal confronterend van tijd tot tijd.

Ook: wat ooit mijn wens was, verwens ik soms.
Ik wilde mijn kinderen voor mijn 30ste. Jong moeder zijn enzo…. Ik zou voor geen geld van de wereld mijn moeder nadoen en nog een kind krijgen op 38,5 jaar.
En kijk… ik ben daar wonderwel in geslaagd. Vier kinderen voor mijn dertigste.
Alleen voelt het nu alsof ik mijn tijd gehad heb, terwijl in mijn naaste omgeving lustig kinderen worden geboren uit 30+ moeders.
Kom, ik ben toch nog vitaal genoeg om kinders te krijgen zekers? (En ik had er altijd graag 5 gehad.)
4 vlotte zwangerschappen met al even vlotte bevallingen en met als resultaat 4 gezonde varkens kinderen. Het klinkt bijna ondankbaar. Al voelt het alsof ik zot ben dat ik niet verder doe. Goei broedmachines moeten renderen, toch? 😉

Gisteren had ik het er nog over met wat toffe (voornamelijk) -30-ers. “Dat het leven meer was dan alleen kinderen krijgen.” Ah ja! Dat weet ik ook wel. Ik bén geen broedmachien hé.
Maar dat is niet de essentie. Dat doet er ook niet toe.
Ik weet dat we ons quotum al ruim overschreden hebben qua ecologische voetafdruk.
Ik weet dat elk kind een eigen portie aandacht nodig heeft.
Kinderen kosten geld, hebben plaats nodig,… Noem het!
Mijn huishouden draait nu al vierkant.
Enfin, mijn verstand werkt nog naar behoren hoor.  Wat dus duidelijk níet wil zeggen dat ik altijd content ben met die rationaliteit.
Dat afscheid nemen van kleine boelekes in huis en de zachtroze babyvellekes valt me behoorlijk zwaar.

Voorts van de rest leek de invulling van mijn twintigerjaren heel duidelijk en vanzelfsprekend. Afstuderen, werk zoeken én vinden, ne goeie vent aan den haak slagen, kinderen krijgen, kinderen zorgen, sociale engagementen,…

De aankomende dertigerjaren lijken op ’t eerste zich heel wat minder verwachtingsvol. De zekerheden die we hebben zijn: goei vrienden, een lief waarmee ik getrouwd ben, een hoop kinderen, een huis, familie.
Maar zeg nu zelf, dat klinkt toch behoorlijk eentonig om de komende tien jaar mee te vullen? Enfin… ge snapt wat ik bedoel. Niet dat ik dat niet boeiend vind hé.

Er wordt hier nagedacht over gemaakte keuzes. Of ze al dan niet de goeie waren. En over ’t algemeen ben ik content met die gemaakte keuzes, al durf ik mezelf soms afvragen of ik niet gelukkiger had geweest met andere keuzes.

Het afgelopen half jaar dienden alvast om te wennen aan het idee ’30’. Het komende half jaar zal waarschijnlijk dienen om weer wat harmonie te vinden in het leven.
Tijd om de twijfels te herleiden tot evenwicht.

In ’t wit

Dan is het Pinksterfeest op school en moeten alle kindjes in ’t wit gekleed naar school komen.
Voor alle kindjes was er nog wel ’t één of ’t ander wit  te vinden in de kleerkast. Enkel Fien had nog iets nodig. Het schoon wit kleedje van vorig jaar is definitief te klein.
En omdat moeder weinig goesting had om met vier kinderen naar de winkel te tenen, besloot laatstgenoemde om een lapke stof tot iets draagbaars te verwerken.

Zoals een moeder van vier die ‘goed’ georganiseerd is het betaamt, deed ik dat niet twee weken geleden. Dat zou erover zijn! Véél te goed gepland enzo. Neenee, twee dagen geleden legden we een stofke op tafel en bedachten we een plan.
Een cirkelrokske zou het worden.
Het zou veel te simpel zijn met een schoon uitgetekend patroon, gemeten en gemaakt op de dochter haar lijf. ’t Zou ook gewoon teveel van mijn vermoeide hersens vragen. En trouwens… de dochter lag in bed!

Hoe doet een luie moeder dat dan?
Men neme een cirkelrokje uit de verkleedmand, plooit dat in vier en men tekent de omtrek daarvan op papier. Vwala. Patroon getekend.

Omdat wit ook maar wit is, zette ik er een boord aan. Ook in ’t wit, maar met een broderieke erop. Dat maakt het nét iets feestelijker. (Pinksterfeest, weet u.)
En eigenlijk was er het plan om er nog een onderrokske onder te maken. Wit schijnt nogal door, vandaar. Dus Riet suggereerde om het bovenaan niet te breed te nemen zodat dat onderrokske niet mee zou rimpelen en het geheel niet volledig zou opblazen.
Maar gisterenavond begon de tijd te dringen en werden er knopen doorgehakt. Geen onderrokske. Het kon me al niet meer schelen dat het zou doorschijnen. ’t Is ook maar een kind en ni dat het zó’n doorzichtig stofke is.

Nachtelijk werk met een vermoeide kop is niet ideaal. Zo bleek de elastiek toch wel wat losjes te zitten rond Fien haar middel. Enfin, los… niet spannend genoeg is misschien juister. (Ja, ik haalde het kind uit haar slaap om rap efkes te passen.)
Maar kom, ook daar zijn oplossingen voor hé. Aangezien de elastiek was vastgestikt op het rokske, werden het twee gaatjes in de boordstof om een koordeke door te trekken.

Ze gaat dat rokske nog lang kunnen dragen! Lang genoeg. Breed genoeg. Zwierig genoeg.

Maar als ik had kunnen voorzien dat ik deze nacht maar 4u zou slapen, ik had tóch met mijn vier kinders naar de winkel gelopen denk ik.

Ons Heer Hemelvaart

Plan!
Een kalender aan de muur (of ergens digitaal) en plannen maar.
We houden ruimte voor onszelf, proppen afspraken in lege kalendergaatjes, zuchten van opluchting als er eens enkele dagen niets gepland staat en puffen bij het begin van een volgepropte dag.

Planning van de komende tijd: veel verjaardagen, waaronder ook de mijne. 30 jaar!
We plannen een feestje. 30 wordt ge niet alle jaren.
Een vrijgezellendag van/voor de zus.
De laatste voorbereidingen voor de trouwerij van laatstgenoemde.
Een doopfeest.
Pinksterfeest en Sint Jansfeest op school.
Onze kalender vult zichzelf wel.

Naast de geplande toestanden durft het leven u ook al eens overvallen met onvoorziene omstandigheden. Die werkt ge dan ook schoon weg in de bestaande planning. Eventueel wat gekrabbel en geschrap, maar ertussen zal het passen.

Op mijn vaders werk kunnen ze op zoek naar een interim voor alvast een maand.
Wij plannen ziekenhuisbezoekjes in.

Maar we zijn dankbaar. Dankbaar omdat we nog op bezoek kúnnen gaan.
We kussen ons twee pollekes! Al trillen die nog wat na. Hij deed ons serieus schrikken.

Wachten op een ambulance duurde nog nooit zo lang. Machteloosheid maakte plaats voor opluchting bij het horen van de sirenes.

Ondertussen is hij nog even zot als vóór dat hartinfarct. In zijn hoofd is er alvast niks mis!
We duimen dus dat hij er verder ook zonder al te veel kleerscheuren vanaf komt en dat hij snel naar huis mag.
Want thuis wacht hem de zweep en een ongenadige blik van zijn kinderen en kleinkinderen.
Hij zal van de sigaretten mogen afblijven en die sloten koffie… daar mag hij om te beginnen alvast de suiker eens uitlaten.

Ik vind dat kinderen soms ook het recht hebben om hun ouders de wetten te lezen nog voor ze dement zijn.

Lief en leed in den hof

De hopplant zit vól bladluizen. Ik vloek dus eens. Het is een miserie…
Met de hand afwrijven? Ik. Dácht. Het. Niet! Dus ben ik al content met de lieveheersbeestjes die de plant bezoeken.
Slechte standplaats misschien? Tegen een betonnen plaat is nu niet bepaald de natuurlijke habitat van een hopplant. Als íemand (met verstand van zaken) mij aanraadt om ‘m te verzetten, ik doe het!

Waar een mens dan iets gelukkiger van wordt; de maïshaag is aangeplant!
De plantjes stonden al langer in volle grond, maar de strook waar ze definitief moesten komen, moest nog geschupt worden.  En dan moet ge ni denken dat het wat gemakkelijker schupt als het de dag voordien bakken heeft geregend hé.
Neenee, maak u geen illusies! Steenhard! Lichtjes overdreven, ik geef toe.
Ook: Confronterend te moeten vaststellen dat de regen ocharme de bovenste 4cm van de grond heeft nat gekregen. Eén spadesteek diep en meer dan den helft van ’t zand is poeierdroog.

Desalniettemin, de maïs mag haag worden!