Trijn trok lotje…

… en zo weten we wie de winnaars zijn.
Het kind was geen half uur wakker, dus neem haar haar wazigheid niet kwalijk.

Ik krijg het videoke met het bewijsmateriaal niet rechtstreeks getoond hier. Maar als ge hier klikt, kunt ge ’t ook zien.

De winnaars mogen mij hun adres doorsturen op schrijfselkes @ yahoo punt com

Grasmachien van stal

Een volwaardig alternatief voor een grasmachien, is een roedel kinderen die houden van buiten ravotten.
(En ja… er zijn ook andere alternatieven gelijk schapen enzo, maar dat kakt op uw gras. Pakt dat we dat in onze hof van 400m² niet kunnen herbergen.)

Als ge zelf genoeg uwe hof ‘gebruikt’ en de kinderen genoeg buiten spelen, dan ziet ge algauw welk stuk van uw buiteneigendom betreden wordt. Het gras blijft daar kort(er).
Handig! Want zo moet ge helemaal niet zo gauw het gras afrijden.
Pluspunt! Want hier loopt een mansmens in huis wiens kop overloopt van de hooikoorts.

Zo maaide ik vandaag voor ’t eerst dit jaar het gras. Of tenminste toch een stukske daarvan.
Het natuurlijk kortgehouden gras moest niet gekortwiekt worden uiteraard en de stukken die niet gebruikt worden, mochten lang blijven. ( Ik vind dat immers kei tof dat de margrieten, boterbloemen, madeliefjes en anderen de boel hier komen opfleuren.) Zo bleef er enkel het bijwerken van het voorste stuk der hof over.

Niet kort nee, bijna de hoogste stand van ’t grasmachien. Ah ja, da’s een kwestie van uw gras groen te houden hé. We zouden zot zijn om ons schoon groen gras (dat mos ziet ge nu immers ni) te laten veranderen in een ros tapijt! Wij doen namelijk niet mee aan gazon gieten.

Dat gemaaid gras? Net genoeg om tussen de bessenstruiken te leggen. Zo houden die arme d(b)ezekes het wat vochtiger in deze droge tijden.

En zo hoeven de mensen die hier de komende tijd passeren efkes niet te denken dat ik niet in den hof wil/kan werken.

Vlierbloesemsiroop. Ook voor u.

Men zoeke:
1) een vlierstruik ver weg van uitlaatgassen.
2) een schaar

Knip u de schoonste (bloeiende) bloemenschermen uit de struik.

Men neme:
1) een glazen pot
2) twee citroenen/één citroen + 1 appelsien
3) kraantjeswater

Steek de vlierbloesems in de pot. Snij de citroen en de appelsien in stukken en steek mee in de pot. Zet de boel onder water. Sluit uw pot af en laat 24u staan, liefst in de zon (voor zolang die schijnt tijdens die 24u).

Men zet klaar:
1) kookpot
2) trizee of zift met neteldoek
3) dun katoenen doek (of een simpel tetrawashandje)

Knijp de citroen en appelsien uit. Giet de inhoud van uw glazen pot door de neteldoek.
Meet de hoeveelheid vocht af en zeef dat vocht nog een tweede maal door fijnmazig katoen. Een tetrawashandje voldoet aan de eisen. We willen immers zo weinig mogelijk beestjes overhouden hé.

Zet de pot op ’t vuur en voeg per liter sap 500gr (riet)suiker toe. Verwarm tot aan het kookpunt.
Giet de siroop op zuivere flessen.

Te gebruiken met plat of bruiswater, in gerechten, bij witte wijn. Noem het!

En wie een klein flesje wil krijgen ipv het zelf te fabriceren, mag dat hier laten weten. 2 mogen er de deur uit.
Reageren kan tem zondag 29 mei.
Voor de goede orde: trizee = vergiet, zift = zeef

Vraatzucht in den hof

Ge hebt bladluizen, ge hebt rupsen, ge hebt kevers, ge hebt slakken én… ge hebt kinderen.

Van de kolen en de boontjes blijven ze af. Sla, munt, bieslook, aardbeien en bessen moeten eraan geloven.
Elke keer ze naar vanachter tenen, wéét ik dat ze op rooftocht zijn.

Wacht totdat ze weten dat onder die groene blaadjes radijzen hangen of totdat er tomaten groeien. Ik ga niet meer moeten koken binnenkort!

De hel van Ranst

Toen hij een klein manneke was, wou hij ’t liefst van al boer of coureur worden.
Hij was nog ne snotboebel toen hij voor ’t eerst zelf met een (échte) tractor mocht rijden. Helaas… héél ver is het niet gekomen met zijn boerendromen. Buiten een groentenhof en de jacht naar een vlaai van ne grond is er weinig van overgeschoten.

Na zijn middelbaar onderwijs ging hij naar de Academie om conservatie/restauratie – hout te volgen. Hij maakte zijn studie niet af. Gebeten door de praktijk…, maar dat studeren was hij beu.
En toen ineens… werd hij zelfstandige en ging werken als fietskoerier in ’t Stad. Eerst voor iemand anders, wat later voor zichzelf.

15 mei 2011: de eerste editie van Toer de Sol.
Nen échte coureur gaat hij nooit worden, onze Wannes. Maar het retrokoersen had hij al wel een paar keer hier en daar meegedaan. Hij vond het dus tijd om met een paar kameraden zélf zo’n koers te organiseren in ’t dorp waar ze naar de Chiro gingen. (Nee, da’s niet ons dorp maar eentje verder. Hier was vroeger geen jongens-/gemengde chiro.)

Hele hordes vrienden en familie werden ingezet om een handje toe te steken.
Zo was de zus seingever. Broer 2 was coureur n°26. Manlief bokste de website in elkaar. Broer 3, moeder en vader waren supporters van dienst. En ik trok met het fototoestel naar de koers.
U ziet, familieplezier!

Op de foto’s: 1) broer1, 2) broer2 op de velo, zus aan ’t supporteren, 3) broer2 op de velo, 4) vader, broer3, zus, zoon, dochter en stukske moeder

Het was een geslaagde dag. Ze hebben dat goed gedaan, de organisatie!
We kunnen wel spreken van een zekere trotsheid op broer1.
Dat mag…  na zoveel positieve commentaar gehoord te hebben, me dunkt.

Ook  content en opgelucht dat de foto’s goed gelukt zijn. Al vond ik het niet zo gemakkelijk om ne koers origineel in beeld te brengen. Om nog maar te zwijgen over de snelheid waarmee die mannen komen aangekrost!

Ik ben moe geweest tot voorbij den helft van de week. Ne stevige zondag om te beginnen en de twee daaropvolgende dagen tot een kot in de nacht aan de foto’s geprutst. Slechte cocktail in combinatie met onze vroege-vogel-Mitte!

Tot slot een bloemlezing van die dag met een paar foto’s.

Den hof

Dit weekend zal ’t een jaar zijn dat wij hier wonen.
Dat wil zeggen dat wij al een jaar een eigen huis hebben om in te werken (en te wonen uiteraard!) en nen hof om in te werken en te spelen en te genieten.
En den hof… daar wil ik het nu efkes over hebben se.

De wederhelft hoort dat niet graag, -hij mag bij deze zijn vingers in zijn oren steken (zijn ogen dichtknijpen of zijn mond houden)- maar ik vind dat wij niet zo’n grote tuin hebben.
We hebben niet te klagen, dat weet ik ook wel weer. Zo’n 400m² voor een rijhuis in ’t mídden van ’t dorp… het kan slechter!
Dat neemt echter niet weg dat ik eigenlijk droomde van een boerderij met een goei lap grond aan. En dat moet trouwens in de familie zitten blijkbaar, want zo ook mijn zus en mijn oudste broer! (Die twee jongere broers laten we efkes buiten beschouwing. Die hebben nog niks te zoeken op de woningmarkt en wonen nog onder de ouderlijke vleugels.)

Maar goed. Aangezien het geen optie is om buren uit te kopen en/of weg te jagen, doen we het met wat we hebben. Ne mens moet nu eenmaal leren dankbaar zijn om wat hij wél heeft.

Ongeveer 400m² hof dus.
Daarin bij oorsprong:
a) een terras(ke)
b) een stukske braakliggende grond vlak achter de achterbouw
c) een galet gras
d) links en rechts een border van pakweg 1m20(?) breed
e) een grote berkenboom
f) een esdoorn (die met zijn voet eigenlijk bij de buren staat)
f) een tuinhuis met de nodige ouderdomsverschijnselen

Het voorbije jaar werd er al ’t één en ’t ander ondernomen in onze hof.
De schommel/klimtoren voor de kinderen werd gezet (een erfstuk)
De linkse border werd voor de helft ontdaan van begroeiing en aarde en werd een zandbak.
Er werd een konijnenren gezet, evenals een -vrij recente- kippenren.
Voor elk kind werd er een boom/struik aangeplant. Zo hebben we voor Fien een appelboom (die al twee keer mee verhuisde en dit jaar voor ’t eerst appeltjes zal dragen), voor Klaas een kerselaar, voor Trijn een hazelaar en voor Mitte een vlierstruik.

Bessen en frambozen staan sinds vorige lente geplant en zullen een fruithaag(je) vormen.

’t Grootste werk was het aanleggen  van het groentenhofke.
Vorig najaar gestart met het leggen van karton en bladeren.
In ’t voorjaar heel den boel toch maar omgespit en zaden besteld.

Behoorlijk veel werk, dat schuppen… Gelukkig leerde ik jaren geleden van mijn grootmoeder hoe ge tegoei moet spitten (eerst een root uitschuppen en elke nieuwe root in de vorige voor kappen), anders had ik nóg bezig geweest.
Enfin, veel groter moest de groentenhof dit jaar niet worden want ’t heeft zo al wéken geduurd vooraleer alles zaaiklaar lag. Mijn vier kinderen en het bijbehorende huishouden hebben geen pauzeknopke, ziet ge.

Ondertussen is ’t grootste deel gezaaid en ingeplant. Nog juist wat suikermaïs, courgette, pompoen en zonnebloemen uitplanten binnenkort. Nieuwzeelands Spinaziezaad is nog onderweg van hier. Vermoedelijk heeft meneer facteur al schoon kiemen in zijnen hof staan, want de vorige poging kwam niet aan!

Verder moet ik nog eens langs Sanguisorba gaan voor wat extra dingen en inspiratie. Er is nog werk en nood aan verbetering alhier. Ik ben nog niet content van het opzet.
’t Zal een kwestie van creativiteit worden gok ik. Ik ben niet content van de benutte ruimte. Er valt volgens mij meer uit te halen. Ik zie mogelijkheden over ’t hoofd.
Dat wordt dus zoeken en uitvlooien…

Een aardbeientoren bijvoorbeeld, dat lijkt me veel nuttiger dan een bed vol aardbeien. Een projectje om op de lijst te zetten dus!

En zo blijven we verder zoeken naar toffe ideeën en goeie tips om op een relatief kleine oppervlakte ecologisch, extensief en eetbaar te tuinieren. Om ook de biodiversiteit niet uit het oog te verliezen, houden we als het even kan ook rekening met de Vlaamse rode plantenlijst en het Vlaams levend erfgoed.

Boterbloem

Hebt ge ooit al eens een foto proberen te trekken van een boterbloem? Ik wel. En meer dan eens!
Dat is nu eens echt een bloemeke dat zo slecht “pakt” hé.

De kroonblaadjes blinken zo fel aan de bovenkant. Da’s dus gegarandeerd een overbelicht bloemeke.
Eergisteren lukte het me min of meer om een goei foto te trekken. Min of meer… dat vroeg dus wat foefelwerk. Een héél klein beetje maar, maar ’t was foefelwerk.

In Lightroom onderbelichtte ik het hele bloemetje een heel klein beetje. Dat trok er gelijk al wat meer op!
En dus heb ik een foto van een boterbloemeke dat het waard is om u te tonen.

Wist ge trouwens dat bieslook eigenlijk ook héél schoon bloemekes heeft?

Van Deurne naar Broechem en terug

Dinsdag. Ze belt, maar ik mis haar oproep omdat ik Mitte in bed aan ’t leggen ben.
Ik kijk naar de telefoon achteraf. Gemiste oproep: mémé.

Ik doe verder met het huishouden. Als ik haar terugbel, hang ik minstens een half uur aan de telefoon.
Wat later… telefoon. “Dag mémé”…
Ze vraagt of ze kan langskomen, maar eigenlijk past het mij niet zo goed. Om 17u moet ik immers alweer ergens zijn.
We sluiten af met “Tot morgen!”

Woensdag. Enkele minuten na tien. Ze staat voor mijn deur. Trijn en ik doen de deur open.
Ze heeft haar ‘net’ bij zich. Haar net, dat is zo’n stevige tas van den Delhaize waarin ze zelf een zijzakske stikte. Met een koordje en een ringeske hangt daar haar huissleutel aan.
De zak van den delhais heeft haar doordeweekse handtas vervangen. Sinds ze enkele jaren geleden brutaal haar handtas liet ontnemen en daarbij lelijk ten val kwam, creëert ze zo toch een soort van veiligheidsgevoel.
Die sleutel hangt erin sinds ze zichzelf eens buitensloot.

In haar net vandaag: Een brood van bij haar bakker. Haar schort. Haar eigen strijkijzer. Haar eigen zeemvelleke. Haar eigen schuurcrème….

Ze zet haar net opzij en hangt haar jas aan de kapstok. Ze doet haar schort aan en vraagt waarmee ze kan helpen.
Tgoh…
Ze veegt de kruimels vanonder de tafel, ze dweilt de woonkamer en de keuken, ze veegt het terras, ze doet de keuken blinken,…
Ik maak soep, zorg voor de kindjes, geef bokes en borst, rommel aan het wasmachien, ga kindjes halen op school, maak eten, zet kinderen op ’t wc, haal kinderen uit elkaar,…

En voor ge ’t weet is de dag om. Maar ze eet niet mee. Ze neemt de bus naar huis. Dat koteletje moet vandaag op, want anders is ’t slecht. Ze neemt haar net weer mee, met daarin wat vodden die ze tegen morgen zal wassen. Ze draagt ook een potteke zelfgemaakte pruimenconfituur mee naar huis. Dat gaf ik haar mee omdat ze die ’s middags zo lekker had gevonden.

Donderdag. Om half elf staat ze voor onze deur.
Ze veegt de kruimels in de keuken. Ze dweilt de betontegels van het terras met een sopke van gisteren. Dat is immers te zund om zomaar weg te gieten. Daar bleken de tegels trouwens schoon van met de zon.
Dat dweilen doet ze trouwens niet met een aftrekker! Gewoon de dweil aan haar handen en voorover buigen, liefst met gestrekte benen.

’s Middags zitten we samen aan tafel. Ik zet koffie voor haar. De thee van gisteren vond ze niet zo lekker.
Ze haalt haar eigen brood erbij. Ik haal er even het hemdje-in-de-maak-voor-Klaas bij en stel haar een vraag.  Zó moet ik dat doen.
De mémé weet dat. Ze was vroeger naaister bij de meester kleermaker in Zele. Dat ze kostuums maakten op maat vroeger. Hoe ze leerde werken met een open vingerhoed en dat ze hem zelfs niet meer kan missen om een knopke aan te zetten.

Ik hang aan haar lippen als ze vertelt over vroeger. Over haar broers en zussen, haar moeder die vroeg stierf, over haar stiefmoeder, over het harde werk als kinderen van een aannemer, over hoe de karren getrokken door paarden op den hof kwamen gereden en die karren vol stenen moesten afgeladen worden, over hoe ze wist wie er geld uit de schuif pikte en hoe ze dat oploste met draadjes, over het grote huis waarin ze als kind opgroeide, over hoe ze haar zus opving die door haar stiefmoeder het huis werd uitgezet, over haar huis op de Durmenbaan, over haren hof die 80m diep was.

Ik haal google maps erbij en vraag haar of ze me kan tonen waar ze woonde. Het lukt haar niet. Er is zoveel veranderd.
Uit haar geheugen vertelt ze wie er naast haar woonde, dat er dan een gat was en wat verder weer wat huizekes. Achter den hof was den hof van een fabriek. Daar hebben ze ooit eens stookvier gemaakt en ze is toen gaan reclameren dat dat uit moest. Ze had immers nen hele witte was ophangen (of op den bleik liggen?) en ’t kon ni zijn dat die naar de stook zou stinken!
In Durmen moest ze naar de waag, naar Zele moest ze over een groot kruispunt.
In haar geheugen weet ze het nog perfect.

Ik weet ook waar ze woonde. Ik heb me er een héél beeld van gevormd en ’t gaat een teleurstelling zijn als ik het ooit in ’t echt zou zien. In mijn hoofd is ’t er altijd zomer.

Na ’t eten kamt ze haar haren en steekt dat schuiverke weer schoon. Ze moet er immers toch wat ‘voornaam voorkomen’ als ze ’t straat gaat vegen.

Als ’s namiddags de kinderen thuis zijn, is de straat allang schoon. Ze schilt appeltjes voor hen en terwijl mijn twee oudsten staan te duwen om eerst te zijn, legt zij hen -met veel geduld- het spreekwoord “geduld is een schoon deugd” uit.

Wat later in den hof motiveert ze Klaas om zijn kruiwagen vol takskes te laden. Takjes die ik normaalgezien ergens aan een kant zou gooien -ecologisch tuinieren, weet wel-, maar voor de gelegenheid en de goeie vrede laat ik ze begaan.
Klaas is dolenthousiast. Takken breken! Whoa!
Achteraf helpt hij ze in de groene bak te kappen en krijgt hij uitgebreide complimenten van zijn overgrootmoeder.

Deze avond eet ze wel mee. Pasta met kerstomaatjes, sjalotjes en fetakaas. Ik hoop dat ze het lust. Het is immers niet de goeie boerenkost waarvan zij meesterkok is.
En ja, hoera! Het menske had nog nooit fetakaas gegeten. Geitenkaas en schapenkaas behoren tot haar favorieten en zo dus ook de fetakaas. Dat het haar smaakte en dat ik haar bord nog eens vulde.

Later die avond zette ik haar af aan de bushalte alvorens ik zelf richting Lier reed.
Na een dikke kus liet ik een gelukkige vrouw achter aan de bushalte.
Ze had haar achterkleinkinderen gezien en had haar kleindochter kunnen helpen.

En serieus waar. Ik ben haar dankbaar!

Lach eens naar ’t vogeltje

Het loopt uit de hand. Dat foto’s trekken.
Meer dan 18.000 staan er al op onze Flickr-account.

Er zijn dit jaar massaal veel mensen die een 365’ske doen en proberen elke dag een foto te trekken en online te plaatsen.
Ik kán dat niet… Er gaat amper een dag voorbij zonder één enkele foto getrokken te hebben. Met de camera of met de foon, da’s om ’t even.
Om tijd te besparen zou ik ook beter één foto per dag trekken.

En om het nog erger te maken, riep ik gisteren ook maar een nieuwe Flickr-account tot leven. Niet van ons, maar van míj.
Het hek is nu helemaal van de dam! Foto’s door mij voor anderen.

We hebben dat in ’t verleden al wel meer gedaan, fotograferen op vraag.
Communie, trouw, doop. Door hem en door mezelf.

Maar kijk, ’t zou zo tof zijn als ik wat verder kon gaan met foto’s trekken. Zo’n job in ’t onderwijs, het zegt me weinig voor de moment.
Enfin, momenteel moederen we nog wat voort en oefenen we wat verder met camera en aanverwanten hoor. De jongste is mijn rokken nog lang niet ontgroeid en ik heb nog veel te leren.

Al vind ik de foto’s die ik dit weekend trok voor de communie van één of andere aankomende bakvis lang niet slecht.

In de digitale postbus

… vandaag:

“graag zou ik een recept hebben van bewaar en harde wafels”

Ik overweeg een antwoord in de trant van
“Wat gaat gij met die wafels doen? Annemarie, Marie Katrien…”

Ontvangen via kindjes.net.
Zonder naam.
Zonder aanspreking.
Zonder relevantie tav de betreffende blog.

Ik wil zovéél graag!