Vlierbessensiroop

Ah ja, ’t is die tijd van ’t jaar! De vlierbessen hangen hier bijna overrijp aan de struiken. Nochtans is het pas eind augustus…

Veel bessen had ik niet. Ik ben te klein en mijn ladder te kort.
300gr bessen
150gr rietsuiker
3 eetlepels citroensap

Da’s al wat ge nodig hebt.
Rotte en groene bessen eruit halen, bessen van de steeltjes ritsen met een vork.
Het sap uit de bessen laten koken (ik zette de besjes nét onder water.)
Door een (netel)doek gieten en eens goed uitwringen.

Pas op voor uw kleren! Met vlierbessen kunt ge zonder zwans uw kleren verven!

Vervolgens het sap met suiker en citroensap laten koken en op flesjes trekken.

En eigenlijk zou ik mijn vier kinderen morgen in de bakfiets moeten laden om nog vlierbessen te gaan plukken, met 300gr beskes komt ge namelijk niet ver.

Die vlierbessensiroop is kei goe in de winter!
De volgende lading probeer ik met kruiden.

Een vrouw moet alles kunnen

… en omdat ik deze keer niet zwanger ben, pakte ik dus zelf de haag maar aan.
Een klimophaag btw. Lelijk en vuil. Maar van de buren.

Met de elektrische haagschaar van mijn ouders klaarde ik de klus in een half uur.
Daarna had ik een half uur nodig om mijn fijne motoriek terug te vinden. (Serieus, eens wrijven over uw neus zonder fijne motoriek, da’s gelijk nen halve over uw gezicht reussen*) Den tuut in mijn oren verhuisde ook pas na een uur.

Hagen scheren en bomen snoeien (met een handzaag)…ik ga nog serieus wat spek moeten eten om de volgende dag niet elke vezel in mijn armen te voelen!
En ik die dacht dat ge van elke dag een paar kilo kindervlees te sjouwen armspieren kreeg. *ahum*

*reussen=wrijven

1

Het jongste kind werd 1. Wie hier leest, wist dat al.

Jarige kinderen krijgen een kroon. Zodoende maakte ik afgelopen zondagavond het 12de exemplaar (allee jong, ons kinderen zijn tesamen al 12 keer verjaard!)
Het internet stikt van de stoffen kronen. Herkbruikbaar en al. En ik moet zeggen, er zitten schoon exemplaren tussen. Maar ik ben een madam met een rare kronkel. Die kronkel bezorgt mij een allergie voor massaconsumptie/productie.
Dus pas ik voor de stoffen kroon.

En als het dat nu alleen zou zijn, dan zou ik misschien nog durven zwichten, maar ik heb nog een paar goei redenen om toch voor het papieren exemplaar te blijven gaan.
1) ons kinderen vinden het fantastisch om tot een hele tijd na hun verjaardag met hun kroon te spelen. Als hij kapot gespeeld is of tegen de tijd dat het volgende kind verjaart, gaat die kroon gewoon bij ’t oud papier.
2) elke verjaardag een andere kroon krijgen is ook wel een beetje bijzonder. Iets als “na 4 komt 5 en niet 4+1”
3) Hier is het onbedoeld moeders taak om de kroon te maken. Net zoals ik het een eer vond om mijn kinderen de wereld in te sturen, vind ik het een eer om hen elk jaar te kronen. 😉

Voor editie 12 (van de kinderkronen) trok ik een papieren strook onder het stikmachien door. Ook het bloemeke werd machiengewijs op de kroon gezet. Het mag al eens wat anders zijn immers. 🙂

En origineel zijn op het www dat stikt van de creativiteit, dat is ondertussen behoorlijk moeilijk geworden. Waarschijnlijk bestaan er zo nog -tig van deze exemplaren, maar zolang ik ze niet per 100 tegenkom na vijf minuten googlen kan ik daarmee leven. 🙂

Lui-er-zakske

Eerder dit jaar maakte ik eens een luierzakje voor een neefke.
Van de achterkant trok ik toen geen foto’s. Die was immers niet naar mijn goesting. Ik heb daar nogal mee zitten kullen (knoeien/frutsen).

Een paar weken geleden pakte ik nog eens wat papier ter hand en een potlood om een nieuw modelleke te schetsen.
‘k Moet toegeven dat ik meer gedacht heb dan getekend.
Enfin, ontwerp af, uitgetekend, op stof gezet en uitgeknipt.

Het ineen zetten moest wachten tot we thuis waren van verlof. Met mondjesmaat gebeurde dat in veel te late uurtjes. En zie… na wat gesukkel is het klaar.

Gesukkel ja, want er liep ’t één en ’t ander niet volgens plan.
1) Als ge een stuk stof in twee knipt waar dat niet de bedoeling is, dan zijt ge a) moe of b) een lompe koe. Om er toch nog de optie ‘…maar inventief’ aan toe te voegen, maakt ge u dus gauw een paspelke waarmee ge die twee stukskes stof terug aan elkaar zet. Ah ja! Met restjes stof begint ge niet zomaar opnieuw hé.

2) Ge denkt u er gauw vanaf te maken door heel het stoffenspel onder uw nieuwe overlock door te trekken? Mheup! De mijne verteerde dat ritske niet goed. En zo kunt ge een naald vervangen en de rest van de avond één van uw draden inrijgen omdat die er steeds uitspringt. Dráád dat ge daarmee verspeelt… én geduld. Gelukkig restte er mij net genoeg geduld om het spel geen trap te geven. (Ik geef toe, ik had ook het lef niet… Dat ding heb ik welgeteld een maand in mijn bezit en werd mij met veel liefde voor mijn 30ste verjaardag geschonken.)
Er werden hulpdiensten ingeschakeld om mij weer te doen overeenkomen met het masjien in kwestie.

3) Als ge te lui zijt om uw stoffen aan elkaar te spelden of te driegen, moet ge ni komen bleiten dat het vanboven precies toch niet helemaal accordeert.

4) Het vakske langs buiten om iets extra in te steken is wel héél groot als ge helemaal en overal tussen de binnen- en de buitenstof kunt. Dat ineengestikt zakje onder de naald van mijn stikmachien krijgen om het compartiment af te bakenen verliep niet geheel ‘vloekeloos’.

Er zijn voordelen ook, dat wel.
Kom… toch minstens eentje.
De naald van het stikmachien stond in voor alle steekskes. Geen enkele werd door mijn hand geleid.
De rits! Hét handigste draaigat ooit.

En ja, ge ziet dat goed! Daar zit een luier in. Wegens gebrek aan pampers namelijk.
Sinds ik geen goesting heb om geld uit te geven aan pampers (die hier enkel ’s nachts werden gedragen of op luie momenten) en de jongste geen nachtvoedingen meer krijgt (en zich bijgevolg niet voorbij plast ’s nachts), stelt Mitte het enkel met luiers.

Vandaar ook deze versie en niet deze, want in die laatste wringt ge niet zomaar een stoffen luier. 😉

Op kamp

Ik had hier iets geschreven over kamptijden enzo. Dat brengt immers herinneringen met zich mee.
Maar kijk… het leek me zo banaal en overroepen dus deel ik u enkel de hoogtepunten uit de ‘kladversie’ mee.

Juli 20045: mijn laatste bivak als leiding in de plaatselijke Chiro.
– 18 juli: positieve zwangerschapstest (wij woonden samen ja en wij waren nogal naïef om 6mdn te rekenen om zwanger te geraken.)
– 19 juli: vertrek op tweedaagse met twee medeleiding en een hoop aspiranten (oudste afdeling)
– 21 juli: naar huis met een gi-gan-tische blaasontsteking (denk erbij: kruipen over de grond)
– 21 juli ’s avonds: weer op kamp de leiding meegedeeld dat het nog 35 weken zou duren alvorens er een miniChirokinneke zou geboren worden.
– 31 juli: het einde van mijn carrière als leiding… na 7 jaar…

6 jaar verder en dat kindeke is al zo klein nimeer met haar  (bijna) 5,5 jaar.
’t Is zelfs zover gekomen dat de kans zeer reëel is dat ik dat kind volgend jaar zélf op kamp moet sturen. Als ze 6 is mag ze hier aan de overkant van de straat immers naar de Chiro waar ikzelf 24 jaar geleden ook startte.

Ze ziet dat volledig zitten (zegt ze). Kampdanskes dansen, kamptoneeltjes kijken, slapen in een tent,… Ze gaat alleen haar hudo-angst wat moeten overwinnen. Toen ik ze afgelopen zondag op de bril zette boven dat gapende gat, was het enkel een gil die haar ontglipte en grijpende handen die mij probeerden vast te klemmen.

Dus moeder, doet ni belachelijk, ge hebt nog een jaar tijd om speelkledij te verzamelen/maken en handdoeken en kleding te labelen. (Zo 7 dezelfde t-shirts met haar naam op, zou dat iets zijn? :p ) Voor ’t zelfde geld wil ze volgend jaar zelfs niet meer mee!

Molen

Ik kocht ergens begin dit jaar ne paravent. Ik betaalde de gevraagde prijs, maar had er voor diezelfde prijs toch graag ook de bonenmolen bij die ze nog hadden. Zodus betaalde ik uiteindelijk  tóch minder. 😉

Speciaal voor die bonenmolen zette ik dit jaar snijbonen in mijnen hof. Ik vind dat pure nostalgie!
Hoe dikwijls ik vroeger als kind aan zo’n moleke moest draaien, of als puber boontjes moest blancheren… totdat ik er werkelijk geen goesting meer in had.

En zie, ik ben 30 en ik draai weer aan het moleke! Zo erg zal het vroeger allemaal ni geweest zijn.
Ik herinner me vooral de geur van versgesneden boontjes in het huis van mijn ouders in Broechem, in het huis van mijn grootouders in Deurne én in dat van mijn overgrootouders in Overmere.
De geur van een zomers windje door de keuken en het zonneke dat scheen.

Zo placeerde ik vandaag dus die molen op mijn tafel, zette er een schaal onder en sneed boontjes. De schuifdeur open om de zomerse lucht te laten vermengen met de geur van vers gesneden boontjes…

Vanavond schaft de pot héél traditioneel gestoofde snijbonen met ne patat erbij en een stukske vlees.
Soms moet het leven niet meer zijn dan dat!

De vrouw met de gouden handen.

Bijna een jaar geleden reed ik met mijn wederhelft naar Gent.
Niet meer alleen nee… dat durfde ik niet meer. Voor ’t zelfde geld moest daar ineens een kind geboren worden en ik rekende op een bevalling in hoge vitesse. Het kind in de buik zat daar ondertussen net wat langer dan 37 weken.

Wat wij in Gent gingen doen? Foto’s laten trekken.
Monica Monté was fotograaf van dienst.
Leen Taelemans was vragende partij en gastvrouw.
Lieve was collega-zwangere (samen met nog een andere dikke madam waar ik absoluut geen referenties van heb.)

Foto’s om de nieuwe website van L’O te sieren. (En ondertussen word ik toch wel kei curieus naar die nieuwe website. 😉 Er wordt hard aan gewerkt ’t schijnt.)

3 buiken op een rij, elke buik apart, dikke madammen op een zitbal, een dikke madam op de massagetafel.
En aha! Ik was de dikke op de massagetafel!

En serieus! In mijn geval was het dan maar voor de fotosessie, ik kan ieder zwangere vrouw aanraden om om een massage te gaan bij Leen. Da’s een madam met gouden handen.
Ik ga er helaas wel geen vijfde kind voor produceren.
En vergeet ze niet de groeten te doen van mij!

Deze week ergens kwam ik de foto’s nog eens tegen en ik moet zeggen dat ik content ben dat ik vorig jaar heb toegestemd.  Zo’n mooie herinnering aan het laatste boeleke in mijn buik seg!

Inpakken voor gevorderden.

Zaterdagochtend zijn we de pist in. Een weekje naar Frankrijk. Eéntje maar want in september gaan we er nog eens 2.

4 kinderen en veel gerief.
Maar kijk. Deze keer wordt het verhuizen inpakken voor gevorderden.
Zónder lijstjes! De dag vóór we vertrekken én met vier kinderen in huis.
Krijg gerust stress in mijn plaats. Ik heb daar geen last van. 😉

Goei weer… dat zou ik wel appreciëren. We rijden ‘maar’ tot in Boulogne-sur-Mer en ’t gaat daar evenveel regenen als hier natuurlijk!

Den boer op

Stond daar iemand voor de deur die vroeg of ik ’s avonds foto’s kon komen trekken.
Okee dan.

Deze waren niet de bedoeling. Maar foto’s trekken die niet de bedoeling zijn, dat is het tofste!

De foto’s die wél de bedoeling waren, zullen binnenkort het decor van hun kampthema sieren.
Iets met boeren en varkens en kippen en slechteriken. Familieportretten of zoiets…
Dat zal ik de 24ste wel zien als ik  in hun tiendaags nomadenbestaan binnendring en er met het fototoestel wat zalige momentjes ga proberen te vereeuwigen.

Stalen ros… al goed.

Hoera! voor onze fietsenboer. Dat stoeleke ging nooit op mijn fiets gepast hebben. Oók niet met tussenstukken enzo.
Het enige dat erop zat was een nieuwe bagagedrager installeren die wél smal genoeg is.

Vrijdagochtend werd er aldaar wat gemeten en gezocht, gepland en de fiets achtergelaten.

Zo betaalde ik deze middag (omdat ik gisterennamiddag geen goesting had om met 4 kinderen een fiets af te halen) dus een nieuw bagagerek en een trengel (zo’n ijzer dat uw spatbord omhoog houdt.) Werkuurvergoeding heb ik niet zien passeren.
I., ’t is dat ge zover woont. Ik kan ni klagen hier!