Voor wie zich afvraagt hoe het met het kleine, halfdoodgebeten hondenbeest van de buren gaat. “Den Duits” heeft niet hard genoeg gebeten. Ze lopen alle acht weerom te blaffen in den hof. (Als is “hof” eerder een eufemisme voor wat eigenlijk ooit een stuk gras was, verjaagd door hondengescharrel, bestrooid met kapotgebeten frullen, oude zetels, reclamebladjes in frenneN vaneen, bemest door hopen stinkende stront en verlucht met kuilen waar heelder hondenbeesten in weg kunnen kruipen. Ik moet er eigenlijk eens dringend een foto van trekken, zodat ook u -beste lezer- er zich een beeld van kan vormen.)

Alle acht halfgrote honden lopen dus gezond en stinkend wel buiten rond. Dat wil dus evenzeer zeggen dat ze die beesten aan de straatstenen niet kwijt kunnen. (Bent u dus op zoek naar een schattig lief hondje, laat het niet na mij te contacteren!)

Gisterenmiddag nog eens een poging gewaagd om met de kinderen in onze hof te komen vanachter. Na een kwartier geblaf -waardoor ik zelfs niet gewoon iets tegen Fien kon zeggen maar serieus moest roepen- en het weerstaan van de enorme strontstank zijn we toch maar terug naar binnen gegaan.
Tegen dat het ├ęcht weer is om buiten te spelen moet er toch een deftige, gesloten omheining komen tussen beide tuinen, de laatste 4-5 meters zijn momenteel gewoon gescheiden door een simpele omheiningsdraad.
De buurman zegt al sinds we hier wonen dat hij het gaat doen, maar tot dusver -en dat is 5 maanden later- is er nog geen spoor van te bekennen.