tuin

Hofwerk

Deze avond nadat de kinders in hun bed staken, ben ik nog eens den hof ingedoken.

’t Is te zeggen, eerst de garage in om er twee waslijnen te hangen en dán den hof in.

Ik heb de courgetteplantjes uitgezet, de zonnebloemen en dat ene maisplantje.
Verder heb ik lustig in ’t rond gezwierd met Escar-Go.
Manlief, wat was ik die vorte slakken beu!! Ze vreten mijn kolen stuk, drie stinkerkes zijn naar de verdoemenis gevreten, de basilicum is bijna op, er zijn halve rijen zuring weg,…
Kortom, mijn geduld was op (evenals mijn planten) en dan is het tijd voor zoete wraak.

Hopelijk vind ik morgen toch nog iets terug van mijn met liefde opgekweekte plantjes!!

Taxus

Ik zit hier achter de computer wat te zoeken achter informatie over coniferen (in het kader van het al dan niet mogen planten van tomaten in de buurt van coniferen).
Gooi ‘coniferen’ door Google en ge komt wel op wat websites terecht waarbij coniferen en naaldbomen in één adem worden genoemd.
Taxus… dat komt ge op die websites ook vaak tegen.

Enfin, dat maar ter inleiding. Ik herinnerde me met al dat taxusgedoe dat ik indertijd bij het afstuderen een taxus mee naar huis kreeg.

In onze school was (is?) het de gewoonte om elke afgestudeerde leerling een boom te geven die eigenschappen draagt die -volgens het lerarenteam- dicht bij het karakter van een bepaalde leerling liggen.
Duidelijk? Het is nogal een lange zin om te zeggen dat je een boom meekreeg die bij je past(e).


(foto: Frank van Hevel)

Ik kreeg dus een taxus en geloof het of niet maar ik was daar niet mee gediend!! Zo’n lelijk boomke seg!
Ik had véél liever een loofboompje gekregen.

Op de één of andere manier was ik de avond voor het uitreiken van de diploma’s in school. Géén idee meer waarom ik daar was. Ik herinner me alleen nog dat ik daar niet alleen was.
Maar dus, ik had de boompjes zien staan en er hingen onze namen aan. Ik wist dus op voorhand welk een lelijk gedrocht ik zou krijgen. Even getwijfeld en dan toch zéér stout het naamkaartje aan mijn boompje verwisseld met dat van iemand anders.
Dat was dan in de sjakosj dacht ik.

Haha! Goed gelachen! Denkt ge nu dat ik dat toffer boompje had gekregen? Nee hoor! Onze leraren hadden blijkbaar voor elk van ons een stukje geschreven waarin de boom vermeld stond.
Onze leraren waren ook geen uilen. Ze konden namelijk wel een taxus van pakweg een hazelaar onderscheiden.
Goed geprobeerd van Katrien, maar niet gelukt.
Ik kon dus toch met dat gedrocht naar huis.

Thuis heb ik het toch nog proberen te adopteren al is het na een stiefmoederlijke behandeling gewoon gestorven in zijn pot.
De plant op zich is er dus niet meer, maar de herinnering aan “mijn boom” nog wel. Ondertussen kan ik wel zeggen dat ik de jonge boompjes evenals de in vorm gesneden exemplaren nog steeds niet mooi vind.
Zo’n grote oude boom daarentegen spreekt me wel aan, maar dat verpot zo moeilijk hé!


(foto: Neosnaps)

Ah ja, dat stukje over onszelf en onze boom, dat hebben we niet meegekregen. Ik heb dus maar de eigenschappen van de taxus even opgezocht en ik wil ze u niet onthouden!

Taxus

(Taxus baccata)

De Taxus wordt geassocieerd met onsterfelijkheid en de dood. Het sap van de Taxus bevat een dodelijk gif dat wel voor speerpunten werd gebruikt, vandaar de associatie met de dood.

De associatie met onsterfelijkheid vloeit voort uit het feit dat de Taxus wel duizenden jaren oud kan worden maar het heeft ook te maken met dat hij altijd groen blijft. Ze noemen de Taxus ook wel “wachter van de tijd”.

Heel vaak, zeker in Groot Brittannië, is hij te vinden rond kerken maar ook op kerkhoven.

Er zijn talloze verhalen uit de oudheid te vinden waarin de Taxus gezien wordt als krachtige bescherming

tegen het kwaad.

Het is een boom van twee uitersten. Hij is de bemiddelaar tussen deze en de andere realiteit en geeft ons inzicht in ons onderbewustzijn. Met zijn op slangen gelijkende wortels die diep in de onderwereld reiken is hij verbonden met de aarde, soepelheid en verandering maar ook met het hiernamaals en de bovenwereld waar de lichtwezens huizen.

Druïden gebruikten taxushout om er visioenen mee op te wekken en er toekomst voorspellingen mee te doen of om er krachtige amuletten van te maken. De Taxus behoort tot

de opperhoofd bomen en heeft een zeer wijze spirit!

Zo, u weet weeral teveel van mij!

In den hof

Daar heb ik de laatste maand al wel wat uurtjes in doorgebracht.
Niet dat ik er heelder dagen in lig te ploeteren hoor. Dat gaat nu eenmaal niet met twee kinderen die om de beurt gaan slapen, terug wakker worden, eten nodig hebben,…

De luttele uurtjes per dag dat het duo een dutje doet, er niet gekookt moet worden én het niet sneeuwt of regent, trek ik dan gewapend met schup en rijf en snoeischaar,… naar buiten.
Vandaag dus niet anders. Met Klaas op mijn rug en Fien in de buurt heb ik me nog eens bezig gehouden buiten.

De afgelopen maand heb ik het tuinpad afgewerkt.
Sinds maart kunnen we de garage achter onze hof gebruiken en dus was een paddeke geen overbodige luxe. Kwestie van met propere schoenen binnen te kunnen komen als ge door den hof moet met regenweer. 😉

Ik heb mijn best gedaan om een composthoop te maken. Daar moest een berg oud gras voor weggeschept worden. (Behoorlijk vettig werk!) Een ijzeren ton VOL water en blijkbaar vanonderin  ook oude as moest uit de weg. (Behoorlijk vettig werk!)

Het kleine paadje naar de composthoop heb ik ook gelegd.
Het stuk grond tussen de omheining en het tuinpad is omgespit en vlak gelegd.
Het snoeihout ligt allemaal op één hoop ondertussen te wachten om naar ’t containerpark gebracht te worden.
’t Ziet er kortom al stukken beter uit dan een goei maand geleden.

MAARRRR (er is altijd een ‘maar’, nietwaar?) er is ook nog véél dat moet gebeuren.
– stuk wildernis ontdoen van planten
– eerste stuk van den hof moet platgewalst worden (wals huren) en  er moet gras gezaaid worden.
– snoeihout en ander tuinafval moet naar ’t containerpark gebracht worden
– dan is er plaats om een kippenren te maken.
– waarvoor uiteraard ook materiaal voor moet aangekocht worden.
– er moeten nog heidematten tegen de ‘hondendraad’ gezet worden.
– de wasdraden moeten verzet worden
– onze appelboom moet geplant worden.
– ik verzin met gemak nog een hele waslijst bij!

Vanavond heb ik tomaten en bloemkool gezaaid zodat we die in mei kunnen uitplanten. Volgende keer als het weer het toelaat kunnen de worteltjes en de zurkel gezaaid worden in volle grond.
Jaja, we doen dus ook van ‘groentenhof’.

Aaah, het mag dan niks voor mijne meneer zijn, maar ik geniet daar echt van. Buiten bezig zijn, het geeft ne mens energie!

Het weer

De lente kriebelt al wel heel vroeg dit jaar.
Ik geniet! van de fluitende vogels ’s morgens en ’s avonds. De lucht is vrij zacht en het zonneke deed de laatste tijd ook al meermaals zijn best.
Heerlijk om met de kinderen buiten te zitten. 😉 …als de honden niet te hard blaffen…

We doen ons best om de tuin in orde te krijgen tegen de echte lente. Omspitten, planten uitsteken en eventueel verzetten,… Compostnet zetten, tuinpad leggen, grond gelijk trekken en zaaien en zoveel meer staat er nog op de agenda.
Voor mij gaat het allemaal niet snel genoeg. Ik zou dat het liefst allemaal in ene trek door afmaken. Maarrrrr… met twee klein protten gaat dat allemaal niet natuurlijk. Het is ne keer hier en ne keer daar en als we een uurke beneden kunnen blijven, dan zal het al goed geweest zijn.
Hopelijk morgen nog eens samen met Tom doorwerken. Het gaat namelijk weer een aangenaam weertje zijn morgen!
Wie goesting heeft mag ons komen helpen. 😉

En euh… als het weer het aan dit tempo verderdoet, dan vieren we volgende maand Fien haar verjaardag buiten! Te bedenken dat ze twee jaar geleden in haar ziekenhuisbedje lag toen er sneeuwvlokjes uit de lucht dwarrelden!!

Honden blaffen. (II)

Voor wie zich afvraagt hoe het met het kleine, halfdoodgebeten hondenbeest van de buren gaat. “Den Duits” heeft niet hard genoeg gebeten. Ze lopen alle acht weerom te blaffen in den hof. (Als is “hof” eerder een eufemisme voor wat eigenlijk ooit een stuk gras was, verjaagd door hondengescharrel, bestrooid met kapotgebeten frullen, oude zetels, reclamebladjes in frenneN vaneen, bemest door hopen stinkende stront en verlucht met kuilen waar heelder hondenbeesten in weg kunnen kruipen. Ik moet er eigenlijk eens dringend een foto van trekken, zodat ook u -beste lezer- er zich een beeld van kan vormen.)

Alle acht halfgrote honden lopen dus gezond en stinkend wel buiten rond. Dat wil dus evenzeer zeggen dat ze die beesten aan de straatstenen niet kwijt kunnen. (Bent u dus op zoek naar een schattig lief hondje, laat het niet na mij te contacteren!)

Gisterenmiddag nog eens een poging gewaagd om met de kinderen in onze hof te komen vanachter. Na een kwartier geblaf -waardoor ik zelfs niet gewoon iets tegen Fien kon zeggen maar serieus moest roepen- en het weerstaan van de enorme strontstank zijn we toch maar terug naar binnen gegaan.
Tegen dat het écht weer is om buiten te spelen moet er toch een deftige, gesloten omheining komen tussen beide tuinen, de laatste 4-5 meters zijn momenteel gewoon gescheiden door een simpele omheiningsdraad.
De buurman zegt al sinds we hier wonen dat hij het gaat doen, maar tot dusver -en dat is 5 maanden later- is er nog geen spoor van te bekennen.