Gooit Miestaflet me toch wel een award in de schoot zekers? (Waarvoor dank trouwens. 😉 )
Kwestie van aanzetten tot bloggen, kan dat wel tellen. Maar ’t pakt toch. Want ziehier… ik doe mijn duit nog eens in het blogzakje.

Goed, van uitstel komt afstel dus zet ik me alvast sc(h)rap in de schrijfblokken:
Tien dingen die u misschien niet over mij weet:

1. Ik studeerde één jaar pedagogische wetenschappen in Leuven. Tweede zit aan mijn been; gestudeerd en ‘m uiteindelijk niet gedaan. Ik studeerde? één jaar pedagogische wetenschappen in Gent. Ik heb de eerste zit niet meegedaan.
Dat jaar Gent was hels. Op een massakot in de Savaanstraat. Twee mensen uit Antwerpen, 1 uit Limburg, 10 uit Oost Vlaanderen en echt 30? man uit West Vlaanderen. Ik moet u waarschijnlijk niet vertellen dat ge na tien keer wablieften liever de mensen probeert te omzeilen uit schrik dat ge ze weer niet gaat verstaan. Die West Vlamingen onder elkaar, ge verstaat daar geen bal van! En dus kwam ik mijn kot nimeer uit, behalve om naar de les te gaan en naar de winkel. In Leuven had ik veel mensen waar ik het mee kon vinden, in Gent is dat nooit gekomen en dus zat ik zielsalleen in Gent naar mijn gevoel.
Maar ’t is nog goedgekomen met mij. Nadien heb ik in drie jaar op mijn kousevoeten mijn opleiding kleuteronderwijs afgemaakt.

2. Initieel wilde ik juweelontwerp en edelsmeedkunst studeren, maar dat hebben ze mij uit mijn hoofd gepraat thuis.

3. Ik ben een nagelbijter en ik vind dat zeer spijtig.

4. Eigenlijk was ik een vrij brave puber, maar mijn ouders hebben desalniettemin afgezien met mij. Ik kroop als 14 jarige door mijn raam op het platdak als ik kwaad was. Ik ben ook eens het huis uitgelopen na een “ruzie” thuis. Op mijn blote voeten. De struiken naast het huis ingedoken en iedereen voorbij zien komen die naar mij op zoek was. Mijn naam is véél geroepen geweest. Er werd op straat gezocht. Ik zag mijn vader vertrekken met de auto en terugkomen. Kort daarna ben ik terug binnengewandeld met een “hah, jullie hebben mij toch niet gevonden-gevoel” en dat was net op tijd. Vaderlief was immers de buurt gaan afzoeken en ze stonden klaar om de politie te bellen.
Ik denk dat ik daar wel een tijdje heb gezeten in die struiken…

5. Ik ben mijn ouders zeer dankbaar dat ze mij naar de Steinerschool gestuurd hebben. Ik geniet nog na van de heerlijke tijd die ik er mocht beleven. Ik heb er véél geleerd ook. Leren om te leven.

6. Als het aan mij alleen lag, dan kwamen er hier vijf kinderen. (Al is daar absoluut niks rationeels aan hoor.)
Maar… manlief wil er geen vijf én voor alle omhooggetrokken wenkbrauwen en diepe voorhoofdsfronsen, bedenkelijke blikken en “meiske toch, da’s ni van deze tijd”- reacties moet ik het nu ook niet doen.

7. Ik ben met mijn eerste lief getrouwd. 22 was ik toen het koekenbak was. Laatbloeier of zeer kieskeurig?

8. Ik heb als zesjarig kind heel wat tijd doorgebracht in Jan Palfijn en in Gasthuisberg. Een maand na mijn zevende verjaardag voerden ze een lobectomie uit aan de rechterkant ’s mijnens longen. Een operatie waarvan ze niet wisten waar het zou eindigen. Het was van kijken en zien wat er moet gebeuren.
Hartcatheterisatie, bronchoscopie, bronchografie, drains, nietjes, draadjes, en nog veel meer dingen die ik me iets minder goed herinner werden mijn deel.
Véél later hoorde ik dat mijn ouders bang hadden om mij te verliezen. Het communiekleedje dat ik destijds koos, was razend duur. Ze kochten het toch voor mij met het idee dat als ik mijn eerste communie niet zou halen, ze mij erin konden begraven.
Op mijn 16de werd ik genezen verklaard en op mijn 18de onderging ik plastische chirurgie om het litteken te corrigeren. Dat was namelijk vergroeid met mijn spieren waardoor mijn rechterarm niet goed meer omhoog kreeg.

9. Ik vind trouwfeesten eigenlijk niet leuk. Ge zult mij ook met geen stokken op den dansvloer krijgen. Daar heb ik nu eens écht een bloedhekel aan. Als ik nu niet het gevoel zou hebben dat ge op nen trouw moét dansen, dan zou ik dat al stukken toffer vinden.

10. Ik kon mijn twee benen in mijn nek leggen vroeger. Nu ben ik al blij als ik dat nog met één kan. (Niet dat ik dat elke week test hoor!)

Kom, als extraatje doe ik er nog twee bovenop:

11. Ik bouwde als twaalfde klasser (6de middelbaar) eigenhandig een draailier onder het goedkeurend oog van mijn grootvader. Dat was het praktische deel van mijn eindwerk.

12. Hier staat een viool die elke dag treurig in haar kist blijft zitten. Van mijn 10de tot mijn 14de en van mijn 15de tot mijn 20ste heb ik dat héél graag gedaan. Sindsdien is het door de tijdsverdeling wat triestig gesteld met de viool.

Zo, ik heb mezelf even een beetje in m’n nakie gezet voor jullie.

Jennifer, plak deze award maar op je blog! Je mag het hebben met je twee snuggere kereltjes. Leuk om lezen hoe anders we zijn en die andere keer toch weer niet.

Savooi, ik ken u al gigantisch lang en goed en ik ben daar zeer blij om. Maar omdat ik u zo graag lees, krijg je deze award erbij.

Maaike, jij valt ook in de prijzen. De tubtrugs hebben we aan jou te danken. En gewoon omdat je postjes zo “ah ja… hier ook” klinken. Een beetje thuiskomen dus. 😉

Oef! Is ’t me gelukt?