Als we Fien ’s middags van school hebben gehaald en we zijn allemaal heelhuids in huis geraakt, kunnen we aan tafel. De kans is groot dat grote zus en broer kibbelen, haren trekken, duwen, huilen,… Ze zijn immers moe! Leuke boel dus, zo met uw drie bloeikes aan tafel een boke eten. Het kan niet snel genoeg gaan om ze daarna in hun bed te zwieren.

Als ze moe zijn wordt er niet zo bijster veel gegeten. Door Fien toch niet, Klaas steekt altijd wel wat weg! Maar als ze allebei nog redelijk op hun benen kunnen staan en nog zelf willen kiezen wat ze tussen hun boke willen, dan kan moeder werken! Boterhammen smeren voor uitgehongerde beren, dat is een olympische sport op zich. Het ene boke is nog niet op of het andere wordt al gevraagd. En sinds Trijn ook bokes eet, moet er dus een tandje worden bijgestoken.

En wonder boven wonder… Als er klinkt “Ik heb genoeg gegeten”, klimmen ze van hun stoel en beginnen ze te spelen alsof ze nog bakken energie over hebben. Gelukkig weet moeder beter. Na een half uur spelen vliegen ze hun bedstee in!

’s Avonds is het alweer van dat: Aan tafel met drie kleine kinders.
De jongste brult de longen uit haar lijf. Al zeker een half uur, want madam heeft honger en het eten is nog niet klaar. Zomaar een borst boven toveren tijdens het potten roeren, daar doe ik trouwens niet aan mee. Efkes wachten vooraleer de patatten er zijn, daar is nog niemand van doodgegaan.
Enfin, potten op tafel, kinderen aan tafel, bavetten voorknopen en gaan met die hakmachine!
Bordjes vullen, vlees snijden, patatten wat kleiner kappen, bordjes voorschotelen, glaasjes vullen,…
Om dan uiteindelijk ook het bordje van de kleinste pruts te vullen.
Ofwel uit haar handje, ofwel van het lepeltje, maar met de pot mee-eten doet ze. Dat scheelt al een hoop gedoe ’s avonds.
Als het van “eten geven” is (zoals vanavond), dan is er geen tijd om zelf te eten.
En dus ben ik blij als ze na het avondeten nog eventjes braaf willen zijn zodat ik zelf eventjes kan eten. Dat moet niet lang duren… ik heb ondertussen de slechte gewoonte ontwikkeld om mijn eten in vijf minuten door mijn strot te jagen.  En ik moet er op letten dat ik dat niet doe als ik wÊl de tijd krijg om te eten…

Slechte manieren, ge zijt daar snel mee weg. Ze afleren, da’s een ander paar mouwen.