Als ze wakker zijn, zijn ze niet te stuiten. Ze hebben honger en willen warme thee. Ze moeten hun kleren aan, willen stempelen, bouwen, tekenen,…

Mijn oren zijn nog niet goed wakker. Een opkomende verkoudheid sluimert door mijn hoofd waardoor alles wat ‘vozer’ lijkt dan anders. Ik hoor enkel “Moeke. Moeke. Moeke.” De rest ontgaat me wat. Ze willen vanalles, zoveel is duidelijk. Ik probeer te focussen, bind schortjes voor, kuis handjes af, help met houtlijm en een sergeant. Ik ruim de tafel af, bel met de jarigen van de dag.

Als ze allemaal hun bezigheid hebben, zet ik mij efkes neer. Eens bloggen… dat is alweer lang geleden.
Het duurt geen twee minuten of er zit een kind op mijn schoot en eentje vraagt om hulp.
Ik hoor gerommel in de keuken. Bekertjes, lepeltjes, water, diepvries, ijskast, grenadine. Wat en hoe, dat weet ik niet. Zolang er niks klettert en ze niet huilen laat ik ze maar even.

Zo’n doodgewone ochtend in december.