natuur

online gambling bonus codes

Ik had geen goesting in de zee.
Akkoord, het was warm… en met zo’n hete binnenlandse temperaturen is het aan de zee meestal wat koeler.
Maar dan nog. Ik had er geen zin in. Geen schaduw, geen rustige plaatskes tenzij ge uw zagende kroost ver door het zand sleurt.

Ik vroeg op facebook naar leuke zwemplekjes aan onze Vlaamse waterlopen. Niet omdat ik Vlaanderen beter vind dan het zuidelijk landsdeel, wel omdat ik  het erg vind dat ik mijn eigen streek niet genoeg ken wat dat betreft.
En ook omdat ik eigenlijk gewoon rap ter plaatse wil zijn. Liefst met de fiets zelfs.

Ik heb gedacht aan kreken of andere plassen maar dat leek me uiteindelijk niet ideaal gezien het gevaar op infecties met de aanhoudende hitte. Een rivierke moest het dus worden.
Maar eigenlijk weet ik niet of dat wel mag, zo de Witte van Zichem-gewijs een rivierke induiken. Dat van bruggen boven kanalen en diepere rivieren springen niet mag, dat lijkt me duidelijk. Maar zo rivierkes waar ge kunt staan… mag dat?

Uiteindelijk reden we zo’n 180km richting Rendeux omdat we vrij zeker waren dat er daar aan de Ourthe wel een plekje zou zijn om te spelen. Niet direct voldaan aan de dicht-bij-huis-eis, wel aan de schaduw en waterkant-eis, ver weg van de koppenlopendrukte.

Een plekje aan de Ourthe dus, waar af en toe een kayak of een kano voorbijkwam, waar ons kinderen ongehinderd in hun blootje konden spelen, waar er viskes tussen onze tenen glipten, waar het heerlijk toeven was in de schaduw van de bomen.

Ik maakte op google maps alvast een kaartje aan met mogelijk zwembare plaatsen (misschien is dat kei illegaal, wie weet!)
De link vind je hier. Aanvullingen doorsturen mag!

De criteria zijn:
– proper water
– toegankelijk  met kleine kinderen
– een “strandje” om veilig in het water te geraken is een meevaller
– veilig (qua diepte en stroming)
–  …

 

 

Nieuwjaarke zoete

31 december. De dag dat het volk onze voordeur platloopt. Bedelkinderen die zingen voor een centje, een snoepke of een koek.

Wij wonen in één van de twee straten die zowaar de hoofdader van ons dorp vormen.  Op straat kunnen we de klok van de kerktoren lezen. Met andere woorden, de hoofdmoot van de nieuwjaarszangers passeert onze deur.

Vorig jaar hield ik me bezig met zingzakken voor de kinderen te maken en kregen de zangers een snoepke.
De buit die ze vorig jaar zelf mee naar huis namen was zo misselijkmakend zoet dat ik besloot dit jaar zelf mijn geefgedrag wat te veranderen.
Ik zette mij in de keuken met het allersimpelste recept dat ge kunt vinden voor koekskes (enfin, dat dacht ik) en zorgde voor 312 pakskes met een koekske in.
(Mitte ging bijgevolg met een recyclagezak zingen waarop ik deze ochtend nog gauw haar naam flockte.)

Goed, ik was er twee dagen werk aan kwijt. Niet het meest verstandige idee ooit, ik geef dat toe. Ik doe het ook maar enkel nog eens opnieuw als er volgend jaar iemand van op den buiten mee komt bakken en samen aan mijn deur komt staan.

Hoe dat nu juist ging?
Dag 1 bakt ge koekskes tot ge zelf naar een koekske smaakt.

Chocokoekjes:

Ik experimenteerde met de hoeveelheden dus zaten er verschillende koekjes in de pakjes.
De beste verhoudingen bleken de volgende:
– 400gr choco met hazelnoten (alla nutella)
– 200gr bloem
– een half ei (dooier of eiwit, dat maakt niks uit)
– een kletske melk

Als den deeg blinkt van ’t vet uit de choco, dan weet ge dat ge de goeie verhouding hebt.

Bollekes rollen, platduwen op een bakplaat met bakpapier en 8-12 minuten den oven in.

En als ge dat lang genoeg volhoudt geraakt ge aan meer dan 300 koekskes.

 

Dag 2 plooit ge verpakkingsmateriaal

Origamizakjes

Ik had hier nog nen hoop charcuteriepapier liggen van de AVA dus dat was logischerwijze het papier dat eraan moest geloven. Kraftpapier of bakpapier had evengoed gewerkt uiteraard. Maar bezint eer ge begint. 300 zakjes plooien doet ge niet op een uurtje…

 

En alzo zette ik gisteren een mand met 312 pakjes aan de voordeur. Er schieten er geen 20 meer over. Goed gegokt dus. 🙂
Voor volgend jaar: een knechtje of een ander idee aub.

Feest ze!!

 

 

 

Tuin- en straatsafari

Wie mijn facebookvriend is zag het al. Wij hebben coole beesten in de buurt.

We wonen mot in ’t centrum van ’t dorp. 140m van de kerk. In een rijhuis. Langs een veel te drukke gewestweg die boenk door ’t centrum loopt.
Twee jaar geleden was ik dolgelukkig dat wij een huis vonden waar vlot vier kinderen in kunnen, in het dorp waar ik ben grootgeworden, met de Chiro aan den overkant van de deur (beetje schuin dan) en met een respectabele tuin (gezien de rijhuis- en centrumomstandigheden).
Dat wij geen park hebben als tuin of een halve boerderij, daar moet ik mij nog steeds wat overzetten.

Maar kijk, het zij zo en wie het kleine niet eert is ’t grote niet weerd.
Eigenlijk zitten wij hier immers niet zo slecht. In een straat waarvan een groot deel van de overburen wél over een park als tuin beschikken, waar veel bomen staan, waar ge op vijf minuten tussen de velden en de boomgaarden zit. Het kan erger.
Spijtig alleen dat de herenhuizen met hun parktuinen in het gemeentelijk RUP staan ingetekend als bouwgrond en er zo binnenkort al één tuin mét grote bomen moet wijken voor appartementen.
Zei ik nu spijtig? Ik vind dat eigenlijk degoutant!

Zodus… wij in ’t centrum in een huis met een tuin van 400m² niet verwachtend dat we de natuur kunnen redden vanop ons lapke grond.
Blij als een klein kind dat er niet één egel maar een hele familie egel in onze tuin (en dus ook de omringende tuinen) woont.

Gefascineerd door de buizerds die boven ons hoofd rondvliegen, Vlaamse gaaien die eikels komen verstoppen in den hof, zwarte roodstaarten die ergens in de buurt nestelen, ja… zelfs al eens een eekhoorn in den hof…
Gelukkig als we het geschreeuw van een jonge ransuil kunnen herkennen in een kot van de nacht.
En perplex als we in de ochtendlijke bakkervroegte een grijze grootoorvleermuis spotten aan onze voordeur.

Een rappe gsm-foto kon het beest nog pruimen. De camera vond hij maar niks en dus vloog hij den boom aan den overkant van ’t straat in.

Vleermuizen genoeg in onze buurt maar nooit gedacht dat er zo’n bijzondere exemplaren zouden tussen zitten.
Het beest werd uiteraard gemeld bij natuurpunt via waarnemingen.be.

Het beestje dat aan de bovenrand van onze voordeur hing was daar waarschijnlijk niet alleen. Zo doen de sporen op de deur mij toch vermoeden.
Manlief merkte deze voormiddag trouwens op dat er allemaal kleine krasjes op de voordeur staan vanboven.
Hypothetisch gezien zou dat dan van die vleermuizen hun scherpe klauwtjes kunnen zijn. Wie weet is onze voordeur wel die beesten hun eetplek.
Het afdakje boven onze deur, de straatlantaarn aan de overkant van ’t straat waar ze jagen, de kerk vlakbij… Ik word al helemaal euforisch bij het gedacht dat we in Broechem een kolonie van die beesten zouden hebben zitten.

Beste gemeentebestuur van Ranst, kunt ge er alstublieft voor zorgen dat ge die waardevolle stukken groen in ons dorp niet verloren laat gaan? Ge zijt een stel gewetensloze boeren als ge niet wat beter gaat nadenken over historisch en ecologisch goed in ons dorp!
 

Chioggia

Het is die tijd van ’t jaar waarin “overvloed” geen zot woord is.
Na een overvloed aan regen hebben we een overvloed aan planten die denken dat ze tot aan den hemel kunnen groeien.
Een overvloed aan rotte tomaten ook. Oh, zo’n zonde!

Maar ook de overvloed aan courgetten, slakken, boontjes, bietjes, basilicum, ajuinen… Noem het!

En kijk wat een schoon exemplaar ik vandaag uit de grond trok.
Het konijn verslikte zich bekanst in het loof van contentement en het fototoestel mocht nog eens oefenen om een deftige foto te trekken.

Een chioggiabietje.
Keilekker uit het vuistje trouwens. Beetje zoet en ideaal als knabbeltje.

Het moet zijn dat mijn oog een beetje lodderig was vandaag of de autofocus wat scheel keek op de streepkes van dat bietje want dat macheerde van geen kanten. Met de manuele focus was het resultaat er al iets meer naar.
En buiten de foto met levend object (of is dat dan subject?) ben ik niet echt content van mijn oefensessie.

Muntijsthee

Het warme weer is eigenlijk al gedaan, maar wie weet gunt de zomer ons nog wel eens een paar hete dagen.
Hete dagen zijn ideaal om het muntvolume in den hof sterk te verminderen.

Mojito! De max! en ik heb hier een wederhelft die dat af en toe welwillig maakt voor mij. Enfin, ik moet dat niet drinken om mijn dorst te lessen. Eén groot glas en mijn oogbollen draaien in mijn kassen. Niet veel gewoon, deze huisvrouw.

Maar van muntijsthee blijft de wereld ongeklutst en hou ik mijn oriëntatiepunten strak en nog beter dan dat: de kinderen mogen dat drinken!

Nodig:
– (thee)kan
– paar takjes munt
– paar limoenen en citruspers
– heet water
– wat suiker (of zoetstof)
– afsluitbare flessen en trechter
– ijs

Als ge het water kookt en op de munttakjes giet, hebt ge minstens een half uur den tijd om limoenen te persen, flessen en een trechter te zoeken.
Suiker kapt ge best in het water als het nog warm is. Limoensap mag erbij als het brouwsel is afgekoeld of aangelengd met koud water.

Als ge de thee in flessen hebt gekregen, steekt ge ze algauw in de diepvries als ge ni lang kunt wachten om “frisdrank” te hebben. De ijskast volstaat als ge meer geduld hebt.
Oh, en ijs op ’t einde ni vergeten hé!

En als ge foto’s van glaswerk wilt trekken tegen de zon in kunt ge er eigenlijk maar beter op letten dat ge uw afwasmachien niet met ecover laat draaien. Handwaskes jom, daar blijft dat glas het schoonst van.


 

Egel

Deze ochtend vroeg: melding van de buurman dat hij een egeltje vond bij het afrijden van zijn gras. Het beestje zat verstrikt in het net dat ik over de erwten had gespannen tegen de duiven en roekeloos had laten liggen na het oogsten tussen twee buien door.
Het net aan onze kant van “den draad”, het egeltje in de knoop aan de buurman zijn kant van “den draad.”

In zeven haasten wrong ik me in mijn kleren, nog nat van het douchen… Holderdebolder den hof in gelopen met de eerste de beste schaar en dat net gaan afsnijden. Oh man, zo triestig seg!
De buurman gaf het egeltje over de draad door. Puzzelwerk voor Katrien.

Na wat geblaas van de egel zijn kant en geknip van mijn kant was de draad alrap verwijderd. Maar dan zagen we de échte problemen. Vliegeneieren. Zo vies en goor vind ik dat!
Dus bel ik naar de dierenarts hier in ’t straat. Hoe ik dat het beste aanpak.
“Zoveel mogelijk verwijderen. Maaien zijn nogal agressief … Zo zacht mogelijk hanteren, die egel.”

Oh yeah! Als ge er nog maar naar kijkt rolt zo’n beestje zichzelf al op.
Mor allee, pincet gezocht, stofschaarke erbij en hup!

Het beestje werd het na een tijdje wat gewoon. Bakken eitjes heb ik eruit gevist langs de rand van zijn pelske. Maar na een uur keuteren besloot ik dat ik er niet alles ging uit krijgen. Zijn kopke, daar liet hij niet aankomen en zijn buikske had ik zelfs nog ni gezien.

“Het spreekuur begint over een kwartierke, kom er maar mee langs.”
Zodus droeg ik het beestje naar de dierenarts die eens keek, constateerde dat zijn vier pootjes bewogen, het een beestje was dat dit jaar geboren werd en hij zichzelf niet onopgerold ging laten behandelen.

Hij kreeg een injectie. Waarmee dat weet ik niet meer maar ’t moest dienen om zijn weerstand te verhogen en zo die parasieten van binnenuit de baas te kunnen.
Ik moest ‘m niet meer observeren ofzo, gewoon terug uitzetten.

Heel wiebelig kroop hij dan door het zevenblad, helemaal niet van plan zich een schuilplekje te zoeken.
Ik probeerde aan den andere kant van den hof waar hij zich gewoon onder de bank in ’t zonneke placeerde.

We lieten ‘m efkes doen. Misschien kroop hij wel weg als we niet in de buurt waren.
Uhu! Een kwartier later zat het beestje daar nog… in de zon… in de mieren… onder de vliegen. HEY! Ik had verdju wel kei veel moeite gedaan om al die vliegeneieren eruit te halen hé, vortzakken!

Doos, stro, paar kattenbrokskes en het tuinhuis in.
Gesnuffel, gerommel… Geslaap.

Zo lief seg zo’n slapend egeljong. Bovenop het stro in het warme tuinhuis (schuurtje eigenlijk want tuinhuizen zijn netjes) op zijn ruggeske, pootjes in de lucht, helemaal ontspannen. Precies een klein boeleke.

Het plan was om ‘m ’s avonds weer vrij te laten maar ik was er precies toch ni zo gerust in dat die overblijvende eitjes en minimaaikes geen kwaad konden.
Ik zocht het telefoonnummer van het dichtsbijzijnde opvangcentrum voor wilde dieren om raad te vragen. En ja jom, mijn buikgevoel was zó correct. Die eitjes en larfjes moesten uitgewassen worden. Iets wat ik mezelf nu niet direct zag doen.

Zo togen wij -nadat de slapende kinderen ontwaakten- dus met het slapende egelbeestje richting het VOC in Brasschaat.

We lieten het beestje achter in het opvangtuinhuisje aan de straatkant. De aanwezige mensen waren hoogstwaarschijnlijk bezig met verzorgen achteraan het domein en de persoon die ik aan de telefoon kreeg was op interventie.

Ik vulde een briefje in met vindplaats, adres, e-mail en legde dat bij onze egel zijn doos.
We zullen op de hoogte worden gehouden van het herstel van ons patiëntje.

We duimen dat de kleine maaikes aan zijn oogje niet teveel schade hebben aangericht en dat hij geen complicaties overhoudt aan dat hele verstrikt-in-het-net-verhaal.

 

 

Den hof in juli

Als ge te weinig tijd steekt in uwe hof, dan hebt ge al rap een oerwoud met dit zomers regenweer.

De slakken aten de pompoenplantjes op evenals de zonnebloemen. Ik haalde last-minute een nietzelfgezaaidepompoenplant in huis en deed een tweede poging tot zonnebloemzaai.  Geen van beiden zullen hoge punten scoren dit jaar.

Het onkruid at mijn pekes op. Enfin, ’t is te zeggen… Ik liet het onkruid op één stuk in den hof te hard schieten. Zo hard zelfs dat mijn pekes werden afgefret door al de beesten die onder het fantastisch schoon bladerdek van het onkruid leefden.
Ik kon mezelf wel slaan. Nu zit ik dus met een halfleeg groentenbed.

De kolen zitten dit jaar vol rupsen en gaan van de groentenhof rechtstreeks naar het konijn. Serieus, ik heb nog nooit kolen gezien die zo hard op nen trizee lijken!

De courgetten en de tomatten doen het goed. Zo goed zelfs dat als ge twee dagen niet kijkt, ge gusten van courgettes uit den hof moet halen.

De erwten die eerst werden afgepikt door de duiven zijn er toch deftig doorgekomen na het spannen van een netteke.
De andijvies moeten dringend opgegeten worden, de snijsla en de rucola doen het fantastisch, de bietjes groeien, ajuinen schieten bijna door, koriander en basilicum in overvloed dit jaar.
De kervel is doodgeregend, de gekochte citroentagetes zijn geplant (omdat de zaailingen ofwel niet doorkwamen ofwel slakkenvoer werden) en staan hun best te doen bij de wortelen en bieten enal.

Het oesterblad blijft maar een klein plantje dit jaar maar ach, het leeft nog.

Er staat sinds dit jaar ook pimpernel in den hof. Een schone plant maar nu ni het kruid waarvan ik in het voorbijgaan een stukske aftrek om op te knabbelen. Wie tips heeft om ‘m in de keuken te gebruiken, laat u horen!

 

En de munt waarvan ik dacht dat we hem niet meer gingen terugzien dit jaar, stak half juni dan toch eindelijk de kop op. Ik zag de muntthee en de mojito al aan ons voorbijgaan deze zomer. Maar heuj! Niet getreurd dus.

De goudsbloemen woekeren en verzwelgen het jonge perenboomke half.
In ’t midden van de groentenhof zaaide ik een goudsbloemmengeling rond de waterteilen. Zonder goudsbloemen is het immers geen zomer geweest.

Veel leven trouwens rond dat water. Insecten in overvloed (waaronder oa azuurwaterjuffers) en muggen uiteraard… Nadeel is dat ge ’s avonds niet zonder mouwen in de groentenhof moet staan ploeteren. Ze stelen uw bloed in een hik en een flik, de leepvossen.

Tussen het lange gras groeien bakken leeuwentand. We laten dat schoon staan, net als de bloeiende klavers. Ze kennen hier in de gemeente niks van natuurbeheer en maaien de bermen vroegtijdig kaal.
De bloemekes in mijnen hof zijn dan een druppel op een hete plaat, maar kijk de bijtjes uit de buurt zijn er hier maar gelukkig mee.

Dat lange gras is trouwens ideaal om paadjes in te maaien. Naar de tent bijvoorbeeld. Het geliefde buitenspeelplekje hierthuis. 😉

Allee, hier woekert wel vanalles maar het wordt eindelijk wat gezellig in ons hofke.

Tuinprogressie

Eind februari zeiden we vaarwel tegen de imposante berk in onze hof. Dat was de eerste stap van het nieuwe tuinplan. Vervolgens volgde de aanplant van verschillende oude fruitrassen.

Half maart was het groentenhoftijd en werd de daarvoor voorziene ruimte omgefreesd door -jawel-  mezelf.
Het was niet helemaal de beste zet ooit. Dat zevenblad in onze hof zag door de freessessie immers de kans om compleet uit de bol te gaan. Elk klein stukje wortelstok vindt het immers nodig om blad te ontwikkelen en zich dus op de meest absurde plaatsen te manifesteren.
Ze moeten er dus uit, die zevenbladjes. Mijn groenten verdienen ook een kans!

Eind maart maakte ik bedden en paadjes in de nieuwe moestuin. Niet symmetrisch… en dat was de bedoeling. Kwestie van het langesmalletuingevoel wat te doorbreken.

Begin april werden de rode ajuinen vakkundig de grond in geduwd door zoonlief. De gewone ajuinen en sjalotten nam ik voor mijn rekening.

Het bakske zaad werd bovengehaald en er werd een lijst opgesteld van wat er nog was en wat er besteld moest worden.
De nodige zaden werden besteld aan ’t einde van ’t dorp.  Omdat de bestelling niet van de eerste keer volledig was en ik er ongeveer 3 keer langsreed, haalde ik meer plantgoed in huis dan oorspronkelijk de bedoeling was. Ik moet er zelfs nóg eens langsgaan. Oh, wat vind ik dat erg! (not)

Een deel van de groenten geraakte toch al ingezaaid.
Dit jaar probeer ik trouwens alles ineens in volle grond te zaaien. Er moet wel wat langer gewacht worden met zaaien en er zal uitgedund moeten worden enal, maar dat neem ik er graag bij.

Om de groei van mijn groenten te bevorderen heb ik alvast een lijst samengesteld van welke planten elkaar helpen en best bij elkaar geteeld kunnen worden. Vorige jaren deed ik dat ook al, maar dit jaar heb ik het nog wat verder doorgedreven.
Ik vraag me nu al af of de sjalotten in het kolenbed groter zijn dan de sjalotten op een ander (verder nog leeg zijnde) bed omwille van die samenstand van sjalot en kool.

De gaten in de aardbeientoren werden gevuld en vandaag bedekte ik de bodem onder de plantjes met stro.
Er werden oorwormenpotjes omhooggehangen. Er werden frambozenstekken uitgestoken en verdeeld onder gegadigden.   Er werden -ondanks het freeswerk- zaailingen aangetroffen van twee plantjes die ik vorig jaar in de groentenhof zette. Mosterdblad en oesterblad. Dat is nu eens echt het plezier van tuinieren zie.

  

Rucola heb ik nog niet zien verschijnen tot hiertoe. Nochtans heeft dat plantje ook de neiging zichzelf elk jaar vanzelf opnieuw te laten zien.

Naast al die groenten blijft den hof natuurlijk ook kinderterrein. Klaas maaide met zijn aerobie al menig tulp af. Sinds de paasvakantie staat er hier dus standaard een vazeke met afge-aerobie-de tulpen.

Het kinderrijk (dat tot op heden nogal schraal was) werd uitgebreid met een keukentje in kosteloos tuin/bouwmateriaal.  Het is nog maar het begin van wat het moet worden maar ze hebben zich al rot geamuseerd in hun nieuw stukje territorium. Het idee is gepikt op Pinterest uiteraard. 😉

En weet ge wat er gebeurt als ge teveel in uwe hof zit en teveel foto’s trekt?
Dan zit ge met een wasoverschot. Ahum.

 

En als z’ons willen pesten, dan draaien we z’in de soep.

Zevenblad in onze hof. En ik besloot dat wij hier niet al te veel gras gingen afrijden toen we hier kwamen wonen.
Ik vrees dat ik dat dit jaar toch wat ga moeten herzien. Dat zevenblad breidt zijn territorium immers gestaag uit. Als ik het laat doen staat binnen de kortste keren gewoon half onze hof vol.


En ik ben nu tolerant maar er zijn grenzen. Wie buiten die grenzen treedt, vliegt in de soep!
Zo geschiedde vandaag.

Waren nodig:
– 2 ajuinen
– 2 tenen look
– een dikke bussel gespoeld zevenblad
– kruiden
– 1 dikke patat
– (ballekes want dagen zonder vlees zijn voorbij en af en toe mogen mijn kinderen ballekes in hun soep)

Terwijl mijn eten in de oven stond dacht ik nog wat te oefenen om de gemaakte soep op de gevoelige plaat te krijgen. Kei improvisoir want zo gaat dat hierthuis. En rap, dat ook.
Met een keukenhanddoek als ondergrond en een proper onderhemdeke van Trijn uit de wasmand als reflectiemateriaal.

 

Rap zei ik toch hé? Want als kindjes honger hebben, pikken ze gewoon uw onderwerp weg voor uwe neus!

 

De soep werd gesmaakt.
Volgende keer vliegt er echter nog een prei in. Dat kan die soep wel gebruiken.

Ik denk alvast na over waar we dat zevenblad nog gaan indraaien.

Gepland/t

De berk, een massaal grote boom in onze hof, ging plat. Niet helemaal plat. Ik liet er enkel de kruin afhalen. Hij heeft gezweet, mijn schoonbroer. De kolossale kruin in eigen tuin laten vallen was bij tijden een hele uitdaging.

Het moet een 20-tal jaar geleden zijn dat deze boom drastisch gesnoeid werd. Er groeiden uiteindelijk massaal veel “kleine” berken op de oude berkenstam, zo leek het. Een echt berkensilhouet was in het geheel niet meer te herkennen. Hij is aan het inrotten (door oude snoeiwondes) en zou vroeg of laat toch moeten gerooid worden.

We deden het nu. Zo zullen we deze zomer de ramen kunnen laten open staan zonder dat ik in alle kleine hoekjes, spleten en kieren van mijn huis massa’s berkenzaad moet ruimen. Maar belangrijker: er is plaats en licht voor nieuwe bomen.

Ik werkte aan een tuinplan.
Er werden plannen van de gemeente bijgehaald, luchtfoto’s van google maps, meters en centimeterpapier. Na heel wat heen en weergemeet (met een stokmeter van 2m want ik beschik niet over een landmeterslint van 10m of meer *vloekt*), verscheen er uiteindelijk een acceptabel plan op tafel.

We zijn gezegend met een lange smalle tuin in ’t midden van ’t dorp. Niet waar ik ooit van gedroomd had (ik mag dat eigenlijk niet luidop zeggen want mijn teerbeminde vindt mij dan ondankbaar) maar we moeten het ermee doen.
Laat deze vorm nu ook niet de gemakkelijkste zijn. Geraak maar eens uit dat tunnelperspectief. Niet evident! Ik heb mijn hoofd menig maal gebroken en ben uiteindelijk nóg niet helemaal content.

De basis is na veel denken gelegd.
Ik haalde de publicatie “Fruit-wijzer” van de provincie Antwerpen erbij. (Ge kunt die gratis aanvragen als ge in de provincie Antwerpen woont trouwens.)
Ik telde meters en zocht in het boek naar fruitbomen uit onze streek, ja… zelfs dorp! Daarna holde ik naar de dichtsbijzijnde boomkweker alwaar een groot deel van de authentieke fruitbomen te vinden waren vanop mijn lijstje.
Gezien de afmetingen van ons grondgebied werden er vooral laagstammen aangedragen alsook een deel bessenstruiken. Eén halfstam mag ons over x-aantal jaren plezieren met wat lommerte in de buurt van ons huis tijdens de bloedhete zomers die ongetwijfeld nog zullen volgen.

De bomen staan. (behalve twee die ik nog niet vond) Leve het plan!

Maar bomen planten is niet veel werk in vergelijking met wat er nog ligt te wachten.
De groentenhof bijvoorbeeld. Daar heb ik (buiten de buitengrenzen) nog niet over nagedacht dit jaar en het wordt zo stilaan hogentijd!
Het afgelopen weekend heb ik geknoeft in den hof terwijl de wederhelft de kinderen in ’t oog hield en voor eten zorgde. Helaas, weekends zijn te kort, ik ben niet sterk en niet vlug genoeg. Er wacht mij nog véél werk daarbuiten.

Het zal een meerjarenplan worden vrees ik.