thuis

riverwalk casino vicksburg ms

Ochtenden tijdens de vakantie zijn zoet als honing.
Als het weer wat meezit, priemt de vroegste zon door ons gordijn. Licht waaraan ik moeilijk kan weerstaan, lucht nog helder fris… de roep om door het natte gras mijn ochtendtoer door den hof te beginnen.
Was ophangen, onkruid wieden, kippen voeren,… het kost me ’s morgens geen moeite.


Kinderen druppelen zoetekesaan naar beneden. Het is vakantie, ze hebben geen haast.
Eentje is er meestal vroeg als de kippen bij en begint zijn dag steevast met zijn vroege neus in de boeken. Zijn zussen genieten wat langer van hun bedjes maar ook zij beginnen steevast hun dag met een boekje.

Ze lezen of spelen wat, we ontbijten en ze duiken hun botten in. Ze struinen den hof af op zoek naar lekkers. Een ontbijtdessertje als het ware.

Ochtenden tijdens de vakantie… een heerlijke energie en bedrijvigheid in ons huis. Het perfecte preventieve medicijn tegen het geruzie dat na de ochtendrust toch ook de kop op steekt!
Mag het alsjeblief alle dagen zomer zijn?

Een weekendochtend in december

Als ze wakker zijn, zijn ze niet te stuiten. Ze hebben honger en willen warme thee. Ze moeten hun kleren aan, willen stempelen, bouwen, tekenen,…

Mijn oren zijn nog niet goed wakker. Een opkomende verkoudheid sluimert door mijn hoofd waardoor alles wat ‘vozer’ lijkt dan anders. Ik hoor enkel “Moeke. Moeke. Moeke.” De rest ontgaat me wat. Ze willen vanalles, zoveel is duidelijk. Ik probeer te focussen, bind schortjes voor, kuis handjes af, help met houtlijm en een sergeant. Ik ruim de tafel af, bel met de jarigen van de dag.

Als ze allemaal hun bezigheid hebben, zet ik mij efkes neer. Eens bloggen… dat is alweer lang geleden.
Het duurt geen twee minuten of er zit een kind op mijn schoot en eentje vraagt om hulp.
Ik hoor gerommel in de keuken. Bekertjes, lepeltjes, water, diepvries, ijskast, grenadine. Wat en hoe, dat weet ik niet. Zolang er niks klettert en ze niet huilen laat ik ze maar even.

Zo’n doodgewone ochtend in december.

 

Elsje Fiederelsje

… zet je klompjes bij ’t vuur. Moeder bakt pannenkoeken en het meel is zo duur…

’t Was vader deze keer. Vader bakte pannenkoeken en de familie kwam ze opeten. Lichtmis met volk in huis is immers zo gezellig.

 

Pannenkoeken met suiker of siroop of (en dat was een fantastische ontdekking bij Joen en Lot) appeltjes met rozijnen en kaneel.
Ik was nooit pannenkoekenfan. Toch niet van de zoete varianten. Wegens… uhu, te zoet.
Maar gebakken appeltjes met kaneel en rozijnen, daar wil ik met graagte meer dan twee pannenkoeken van naar binnen schuiven!

 

Oh, en wij genoten van het zonneke dat door het raam naar binnen priemde. Zalig, zo wat licht aan het einde van een donkere periode.
Al schrijft de druivelaar vandaag “Schijnt met Maria Lichtmis de zon door de toren, dan komt er nog net zoveel kou als tevoren.”
Bon, beste weerspreuk, ik hoop dat het een bakerpraatje is want ik zit niet persé te wachten op nog twee weken vriezen dat ’t kraakt.

Het waterige winterzonneke doet aardig haar best om een flinke lentezon te worden. Nog efkes en den donkere mag er zijn bijltje bij leggen. Het is begot al meer dan een uur langer licht dan bij het begin van de winter. Heerlijk vinden wij dat!
Wist ge trouwens dat die schoon gouden pannenkoeken symbool staan voor  de zon?
En ook… naar ’t schijnt werden er vroeger vanaf Lichtmis weer werklui tewerkgesteld op ’t land. Dat vonden ze de moeite om het deeg in de pan te kappen en een feestje te bouwen.

En zo sloten wij de lichtfeesten af die begonnen met Sint Maarten en brandden we (figuurlijk) de kaarsrestjes van deze periode op.
Wij willen naar buiten! Op zoek naar de eerste lentebodes, een frisse lentebries die ons ’s avonds doet besluiten om het raam stiekem open te schuiven en te luisteren naar het vogelgekweel bij valavond.

 

 

Den hof in juli

Als ge te weinig tijd steekt in uwe hof, dan hebt ge al rap een oerwoud met dit zomers regenweer.

De slakken aten de pompoenplantjes op evenals de zonnebloemen. Ik haalde last-minute een nietzelfgezaaidepompoenplant in huis en deed een tweede poging tot zonnebloemzaai.  Geen van beiden zullen hoge punten scoren dit jaar.

Het onkruid at mijn pekes op. Enfin, ’t is te zeggen… Ik liet het onkruid op één stuk in den hof te hard schieten. Zo hard zelfs dat mijn pekes werden afgefret door al de beesten die onder het fantastisch schoon bladerdek van het onkruid leefden.
Ik kon mezelf wel slaan. Nu zit ik dus met een halfleeg groentenbed.

De kolen zitten dit jaar vol rupsen en gaan van de groentenhof rechtstreeks naar het konijn. Serieus, ik heb nog nooit kolen gezien die zo hard op nen trizee lijken!

De courgetten en de tomatten doen het goed. Zo goed zelfs dat als ge twee dagen niet kijkt, ge gusten van courgettes uit den hof moet halen.

De erwten die eerst werden afgepikt door de duiven zijn er toch deftig doorgekomen na het spannen van een netteke.
De andijvies moeten dringend opgegeten worden, de snijsla en de rucola doen het fantastisch, de bietjes groeien, ajuinen schieten bijna door, koriander en basilicum in overvloed dit jaar.
De kervel is doodgeregend, de gekochte citroentagetes zijn geplant (omdat de zaailingen ofwel niet doorkwamen ofwel slakkenvoer werden) en staan hun best te doen bij de wortelen en bieten enal.

Het oesterblad blijft maar een klein plantje dit jaar maar ach, het leeft nog.

Er staat sinds dit jaar ook pimpernel in den hof. Een schone plant maar nu ni het kruid waarvan ik in het voorbijgaan een stukske aftrek om op te knabbelen. Wie tips heeft om ‘m in de keuken te gebruiken, laat u horen!

 

En de munt waarvan ik dacht dat we hem niet meer gingen terugzien dit jaar, stak half juni dan toch eindelijk de kop op. Ik zag de muntthee en de mojito al aan ons voorbijgaan deze zomer. Maar heuj! Niet getreurd dus.

De goudsbloemen woekeren en verzwelgen het jonge perenboomke half.
In ’t midden van de groentenhof zaaide ik een goudsbloemmengeling rond de waterteilen. Zonder goudsbloemen is het immers geen zomer geweest.

Veel leven trouwens rond dat water. Insecten in overvloed (waaronder oa azuurwaterjuffers) en muggen uiteraard… Nadeel is dat ge ’s avonds niet zonder mouwen in de groentenhof moet staan ploeteren. Ze stelen uw bloed in een hik en een flik, de leepvossen.

Tussen het lange gras groeien bakken leeuwentand. We laten dat schoon staan, net als de bloeiende klavers. Ze kennen hier in de gemeente niks van natuurbeheer en maaien de bermen vroegtijdig kaal.
De bloemekes in mijnen hof zijn dan een druppel op een hete plaat, maar kijk de bijtjes uit de buurt zijn er hier maar gelukkig mee.

Dat lange gras is trouwens ideaal om paadjes in te maaien. Naar de tent bijvoorbeeld. Het geliefde buitenspeelplekje hierthuis. 😉

Allee, hier woekert wel vanalles maar het wordt eindelijk wat gezellig in ons hofke.

Ne volle put

De WC lijkt moeilijk door te trekken tegenwoordig. ’t Water wordt niet meer met kracht “weggezogen” maar zakt gestaag weg. Niet zo goed dus.
En dat het geregend heeft, dat zou geen excuus mogen zijn voor een slecht doortrekkende WC.

Vandaag dan toch maar de ruimdienst opgebeld (merci Savooi voor de infomoeite) en morgen komen ze ’t spel ruimen.

Nu wonen wij in een huurhuis waarvan we zeker zijn dat die put 18 jaar geleden geruimd werd. (De buurvrouw woonde hier zelf toen en heeft dat laten doen.)
Voorlopig hebben we er nog geen idee van of die put in tussentijd nog geledigd is geweest.
Ik heb ook geen flauw benul van hoelang het duurt vooraleer ge zo’n put moet leegmaken.
Het is in ieder geval niet gebeurd in de tijd voor wij hier kwamen wonen.
En een volle put zou wel eens de verklaring kunnen zijn van de kwalijke geurtjes waar we beneden in de berging en soms ook in de badkamer mee af te rekenen krijgen.

Ik vraag me alvast af wie er voor de kosten moet opdraaien om dat spel leeg te halen én of de problemen opgelost gaan zijn bij het ruimen van de beerput. Het kan immers goed zijn dat de afwatering richting riool verstopt zit (door het dik van den beerput dat overloopt) en dan zijn we nog ni aan de “nief patatten”.

Zo’n toestanden kan ik dus missen als kiespijn, maar ja!

Morgen komt dus de ruimdienst, de strontschepper en dus moest het deksel van de beerput boven getoverd worden.
Inderdaad ja, die put zit onder de grond, onder het gras. Zoek en schupwerk dus.
Dus heb ik deze namiddag de kinderen maar aan ’t spelen gezet in de zandbak en heb ik ook zandbak gespeeld. Putten schuppen en bergen maken.

Hopelijk zit er morgen geen stront aan de knikker!

Die dag in den hof…

Omdat onze kinderen graag nog eens in de zandbak wilden spelen, waagde ik het er vandaag maar op om nog eens in den hof te gaan spelen met hen.
Extra truitje aan, botten aan en hup naar beneden.

De kinderen hebben zich geweldig geamuseerd!
Ondertussen had ik de tijd om wat rommel op te ruimen. Konijnenhok uit elkaar gehaald en weggezet, “kot” en “dak” in de garage gezet.
Ik verschoot me wel een ongeluk toen ik een achterpoot van een konijn vond in staat van ontbinding.
Een achterpoot, inclusief bil!
Ik wil niet weten hoe dat beestje heeft afgezien! De honden van de buren hebben een goei hapke gehad. Een levend hapke. Levend verscheurd verdekke.

Kou!!

’t Is stevig koud, zo ineens… buiten… en ook hier binnen!

Met een paar graden boven het vriespunt wordt het hier al snel aardig fris binnen wanneer de verwarming afslaagt.

’s Ochtends doet de centrale verwarming hier zijn best om de temperatuur op 19°C te brengen.
Om half tien slaagt het spel af om dan in de namiddag om 17u terug op te springen.
De buitentemperaturen dwingen me ondertussen toch om die instellingen eens aan te passen.
Op dit eigenste moment is het maar 16,2°C en dat is toch wel friskes! Een kind dat boekjes leest houdt zich zo niet echt warm… Leve het slechtgeïsoleerde kot waar we wonen met een hele muur vol enkel glas op de noordkant!

Straks werk van maken dat het hier toch 17,4°C blijft!
Oh en die kolenkachel aansteken, daar moeten we misschien toch ook maar eens werk van gaan maken…

Als de kat van huis is…

… dansen de muizen op tafel.

Of zo zou dat dan moeten zijn, nietwaar?

Mijne vent is niet thuis.
Ik ben alleen met de kindjes.
Tom is naar Amsterdam.
Morgen iets te doen ginder en dus blijven slapen bij zijn broer.
Morgenavond krijg ik ‘m terug.

En nu kruip ik dus niet in bed hoewel het wel hogentijd is.
Niet dat ik anders wacht tot meneer ook mee in bed kruipt (ik zou lijden aan een chronisch slaaptekort!)
Maar zo weten dat ge geen gezelschap krijgt in de loop van de nacht of dat er geen stoere (?) man over u waakt is nu niet bepaald bevorderlijk voor de nachtrust.

De deuren zijn alvast op slot. Ik twijfel nog of ik het raam zal openlaten of niet en straks rol ik me maar in het donsdeken.

Morgenvroeg alweer twee varkentjes om uit bed te vissen en die weten niet dat moeke wat later is gaan slapen hoor!

Sleutelkaart

Deze voormiddag trok ik met de kinderen naar de winkel. Kom ik bij het vertrekken tot de conclusie dat ik mijn sleutelkaart van de auto niet meer heb.

Normaalgezien zit dat spel in mijn portefeuille, zo geraak ik dat ding niet kwijt. Hm… of dat hoop ik dan hé.

Fien had de kaart een paar dagen geleden uit mijn portefeuille gegrist terwijl ik aan ’t koken was. Ik heb ze toen terug genomen en weggelegd.
Ik dacht eigenlijk dat ik ze terug op z’n plaats had gestoken, maar dat bleek niet het geval.
Stress alom, want manlief weet me altijd zeer tactvol op mijn paard te zetten met me duidelijk te stellen hoeveel zo’n kaart wel niet kost en dat het niet simpel zal zijn om zoiets te laten bijmaken.
Enfin, u hoort het, niet de eerste keer dat ik dat ding niet direct terug vind.
Vandaag was meneer trouwens iets gemoedelijker, maar ik daarom niet minder.

Na het winkelen heb ik gezocht waar ik kon. Zonder resultaat.
Kinderen klaargemaakt voor hun dutje en terwijl ik met Fien bezig ben herinner ik me ineens dat ik de sleutelkaart van haar had afgenomen en in een klein schuifje had gestoken.
AHA!! Teruggevonden.
Daar heb ik me dus anderhalf uur druk in gemaakt.

Mijn dag is nog tijdig gered! 😉

Oud ijzer

… koper, lood en zink. Kapotte batterijen en ook oude wasmachines enzovoort enzovoort.

Als een mens zoiets door de lucht hoort schallen moet hij op zijn kivief zijn. Tenminste als hij met ijzeren rommel staat dat dringend eens de deur uit moet.

Maandag reed er hier in de buurt een oudijzerkar rond. Ik zag ‘m rijden in de straat achter ons en omdat die oude kruiwagen die we hier onder de klimop hebben gevonden dik in mijne weg stond, heb ik dat ding naar de straat gesleurd. Ik ging namelijk niet heel de middag slijten aan de voordeur tot die mannen zouden passeren.
Er moest namelijk eten gemaakt worden ed. U kent dat wel.

Tegen de middag nog steeds geen oudijzerkar horen passeren door ’t straat. Ook in de namiddag niet.
Tegen dan was ik allang vergeten dat ik die kruiwagen had buitengesleurd.

Tegen de zevenen ’s avonds ging hier de bel. De kindjes waren pap aan ’t drinken dus ging Tom de deur open doen. Ik gokte op mijn zus die de camera kwam halen.
Fout gegokt, zo bleek toen Tom terug boven kwam.

Blijkbaar kwam er een man vragen of wij die kruiwagen nog nodig hadden en of hij die dan mocht meenemen. ABSOLUUT!!
Of we nog ander oud ijzer hadden staan? Ja, achter de deur stond nog een kapotte parasol klaar maar daar had Tom niet aan gedacht noch zien staan.

Moraal van het verhaal;
Ge kunt ten allen tijde uw rommel gewoon buiten zetten, er zullen wel mensen zijn die komen shoppen!