casino at biloxi

Het is die tijd van ’t jaar waarin “overvloed” geen zot woord is.
Na een overvloed aan regen hebben we een overvloed aan planten die denken dat ze tot aan den hemel kunnen groeien.
Een overvloed aan rotte tomaten ook. Oh, zo’n zonde!

Maar ook de overvloed aan courgetten, slakken, boontjes, bietjes, basilicum, ajuinen… Noem het!

En kijk wat een schoon exemplaar ik vandaag uit de grond trok.
Het konijn verslikte zich bekanst in het loof van contentement en het fototoestel mocht nog eens oefenen om een deftige foto te trekken.

Een chioggiabietje.
Keilekker uit het vuistje trouwens. Beetje zoet en ideaal als knabbeltje.

Het moet zijn dat mijn oog een beetje lodderig was vandaag of de autofocus wat scheel keek op de streepkes van dat bietje want dat macheerde van geen kanten. Met de manuele focus was het resultaat er al iets meer naar.
En buiten de foto met levend object (of is dat dan subject?) ben ik niet echt content van mijn oefensessie.

Muntijsthee

Het warme weer is eigenlijk al gedaan, maar wie weet gunt de zomer ons nog wel eens een paar hete dagen.
Hete dagen zijn ideaal om het muntvolume in den hof sterk te verminderen.

Mojito! De max! en ik heb hier een wederhelft die dat af en toe welwillig maakt voor mij. Enfin, ik moet dat niet drinken om mijn dorst te lessen. Eén groot glas en mijn oogbollen draaien in mijn kassen. Niet veel gewoon, deze huisvrouw.

Maar van muntijsthee blijft de wereld ongeklutst en hou ik mijn oriëntatiepunten strak en nog beter dan dat: de kinderen mogen dat drinken!

Nodig:
– (thee)kan
– paar takjes munt
– paar limoenen en citruspers
– heet water
– wat suiker (of zoetstof)
– afsluitbare flessen en trechter
– ijs

Als ge het water kookt en op de munttakjes giet, hebt ge minstens een half uur den tijd om limoenen te persen, flessen en een trechter te zoeken.
Suiker kapt ge best in het water als het nog warm is. Limoensap mag erbij als het brouwsel is afgekoeld of aangelengd met koud water.

Als ge de thee in flessen hebt gekregen, steekt ge ze algauw in de diepvries als ge ni lang kunt wachten om “frisdrank” te hebben. De ijskast volstaat als ge meer geduld hebt.
Oh, en ijs op ’t einde ni vergeten hé!

En als ge foto’s van glaswerk wilt trekken tegen de zon in kunt ge er eigenlijk maar beter op letten dat ge uw afwasmachien niet met ecover laat draaien. Handwaskes jom, daar blijft dat glas het schoonst van.


 

Egel

Deze ochtend vroeg: melding van de buurman dat hij een egeltje vond bij het afrijden van zijn gras. Het beestje zat verstrikt in het net dat ik over de erwten had gespannen tegen de duiven en roekeloos had laten liggen na het oogsten tussen twee buien door.
Het net aan onze kant van “den draad”, het egeltje in de knoop aan de buurman zijn kant van “den draad.”

In zeven haasten wrong ik me in mijn kleren, nog nat van het douchen… Holderdebolder den hof in gelopen met de eerste de beste schaar en dat net gaan afsnijden. Oh man, zo triestig seg!
De buurman gaf het egeltje over de draad door. Puzzelwerk voor Katrien.

Na wat geblaas van de egel zijn kant en geknip van mijn kant was de draad alrap verwijderd. Maar dan zagen we de échte problemen. Vliegeneieren. Zo vies en goor vind ik dat!
Dus bel ik naar de dierenarts hier in ’t straat. Hoe ik dat het beste aanpak.
“Zoveel mogelijk verwijderen. Maaien zijn nogal agressief … Zo zacht mogelijk hanteren, die egel.”

Oh yeah! Als ge er nog maar naar kijkt rolt zo’n beestje zichzelf al op.
Mor allee, pincet gezocht, stofschaarke erbij en hup!

Het beestje werd het na een tijdje wat gewoon. Bakken eitjes heb ik eruit gevist langs de rand van zijn pelske. Maar na een uur keuteren besloot ik dat ik er niet alles ging uit krijgen. Zijn kopke, daar liet hij niet aankomen en zijn buikske had ik zelfs nog ni gezien.

“Het spreekuur begint over een kwartierke, kom er maar mee langs.”
Zodus droeg ik het beestje naar de dierenarts die eens keek, constateerde dat zijn vier pootjes bewogen, het een beestje was dat dit jaar geboren werd en hij zichzelf niet onopgerold ging laten behandelen.

Hij kreeg een injectie. Waarmee dat weet ik niet meer maar ’t moest dienen om zijn weerstand te verhogen en zo die parasieten van binnenuit de baas te kunnen.
Ik moest ‘m niet meer observeren ofzo, gewoon terug uitzetten.

Heel wiebelig kroop hij dan door het zevenblad, helemaal niet van plan zich een schuilplekje te zoeken.
Ik probeerde aan den andere kant van den hof waar hij zich gewoon onder de bank in ’t zonneke placeerde.

We lieten ‘m efkes doen. Misschien kroop hij wel weg als we niet in de buurt waren.
Uhu! Een kwartier later zat het beestje daar nog… in de zon… in de mieren… onder de vliegen. HEY! Ik had verdju wel kei veel moeite gedaan om al die vliegeneieren eruit te halen hé, vortzakken!

Doos, stro, paar kattenbrokskes en het tuinhuis in.
Gesnuffel, gerommel… Geslaap.

Zo lief seg zo’n slapend egeljong. Bovenop het stro in het warme tuinhuis (schuurtje eigenlijk want tuinhuizen zijn netjes) op zijn ruggeske, pootjes in de lucht, helemaal ontspannen. Precies een klein boeleke.

Het plan was om ‘m ’s avonds weer vrij te laten maar ik was er precies toch ni zo gerust in dat die overblijvende eitjes en minimaaikes geen kwaad konden.
Ik zocht het telefoonnummer van het dichtsbijzijnde opvangcentrum voor wilde dieren om raad te vragen. En ja jom, mijn buikgevoel was zó correct. Die eitjes en larfjes moesten uitgewassen worden. Iets wat ik mezelf nu niet direct zag doen.

Zo togen wij -nadat de slapende kinderen ontwaakten- dus met het slapende egelbeestje richting het VOC in Brasschaat.

We lieten het beestje achter in het opvangtuinhuisje aan de straatkant. De aanwezige mensen waren hoogstwaarschijnlijk bezig met verzorgen achteraan het domein en de persoon die ik aan de telefoon kreeg was op interventie.

Ik vulde een briefje in met vindplaats, adres, e-mail en legde dat bij onze egel zijn doos.
We zullen op de hoogte worden gehouden van het herstel van ons patiëntje.

We duimen dat de kleine maaikes aan zijn oogje niet teveel schade hebben aangericht en dat hij geen complicaties overhoudt aan dat hele verstrikt-in-het-net-verhaal.

 

 

Rap een hoedje!

Het gaat schoon weer worden. Stelduvoor!
Kei goe natuurlijk. Liever een Fien op kamp sturen met schoon weer dan met regenweer. Mijn moederhart is weer wat geruster. 😉

Ik maakte het kind algauw nog een zonnehoedje voor op kamp. Wie weet komt het nog van pas!
Dat ‘algauw’ was wederom dik tegen mijn gat gesneeuwd.
Moeilijk kon dat niet zijn eigenlijk, dit patroon.

Ik weet niet waar het mis ging, maar mis ging het! Het kroondeel was te groot voor de zijkanten en de zijkanten waren te groot voor de hoedrand.
Ik heb twee keer nagekeken of ik die patroondelen niet verkeerd had overgenomen. Maar daar zat het probleem niet.

Lag het aan het feit dat ik het patroon exclusief naadwaarden interpreteerde?
Enfin, het was miserie om de delen te laten passen en bijgevolg is het een perfect kamphoedje! Niks om cadeau te geven aan iemand anders.

Te groot was het ook! Ik had nochtans het kind haar hoofd gemeten en besloten dat het de grootste maat moest zijn. Niet dus. ’t Zal dan toch aan de extra toegevoegde naadwaarde liggen zekers?

Om dat probleem op te lossen naaide ik vooraan de hoedrand maar een stukje om. Het is immers een zonnehoedje en geen blinddoek hé. 😉

Ik twijfelde vorig jaar of ik dat bloemenstofje zou kopen bij Vermiljoen maar daar heb ik precies nog geen spijt van gehad.

Flockfien

Jah! Haar valies is binnen. Haar kleedjes geraakten klaar.

5 t-shirts werden voorzien van een flockske. De anderen mochten ‘blanco’ mee.
Voor één exemplaar deed ik eens zot. *Hop* tijd.
Kieken, ik. Maar als ge ergens aan begint moet ge dat afwerken. Zeker als de bestemmeling al in ’t snotje had wat ge van plan waart.

Et voila, het kind heeft vanaf nu een échte Fien t-shirt.

    

Van foto 1 naar foto 2: Photoshop -> filter -> sketch -> stamp

En dan tekenen, knippen en stukske voor stukske strijken.


Op een t-shirt die haar volgend jaar zéker nog gaat passen. Het zou anders nogal stoem zijn!

Den hof in juli

Als ge te weinig tijd steekt in uwe hof, dan hebt ge al rap een oerwoud met dit zomers regenweer.

De slakken aten de pompoenplantjes op evenals de zonnebloemen. Ik haalde last-minute een nietzelfgezaaidepompoenplant in huis en deed een tweede poging tot zonnebloemzaai.  Geen van beiden zullen hoge punten scoren dit jaar.

Het onkruid at mijn pekes op. Enfin, ’t is te zeggen… Ik liet het onkruid op één stuk in den hof te hard schieten. Zo hard zelfs dat mijn pekes werden afgefret door al de beesten die onder het fantastisch schoon bladerdek van het onkruid leefden.
Ik kon mezelf wel slaan. Nu zit ik dus met een halfleeg groentenbed.

De kolen zitten dit jaar vol rupsen en gaan van de groentenhof rechtstreeks naar het konijn. Serieus, ik heb nog nooit kolen gezien die zo hard op nen trizee lijken!

De courgetten en de tomatten doen het goed. Zo goed zelfs dat als ge twee dagen niet kijkt, ge gusten van courgettes uit den hof moet halen.

De erwten die eerst werden afgepikt door de duiven zijn er toch deftig doorgekomen na het spannen van een netteke.
De andijvies moeten dringend opgegeten worden, de snijsla en de rucola doen het fantastisch, de bietjes groeien, ajuinen schieten bijna door, koriander en basilicum in overvloed dit jaar.
De kervel is doodgeregend, de gekochte citroentagetes zijn geplant (omdat de zaailingen ofwel niet doorkwamen ofwel slakkenvoer werden) en staan hun best te doen bij de wortelen en bieten enal.

Het oesterblad blijft maar een klein plantje dit jaar maar ach, het leeft nog.

Er staat sinds dit jaar ook pimpernel in den hof. Een schone plant maar nu ni het kruid waarvan ik in het voorbijgaan een stukske aftrek om op te knabbelen. Wie tips heeft om ‘m in de keuken te gebruiken, laat u horen!

 

En de munt waarvan ik dacht dat we hem niet meer gingen terugzien dit jaar, stak half juni dan toch eindelijk de kop op. Ik zag de muntthee en de mojito al aan ons voorbijgaan deze zomer. Maar heuj! Niet getreurd dus.

De goudsbloemen woekeren en verzwelgen het jonge perenboomke half.
In ’t midden van de groentenhof zaaide ik een goudsbloemmengeling rond de waterteilen. Zonder goudsbloemen is het immers geen zomer geweest.

Veel leven trouwens rond dat water. Insecten in overvloed (waaronder oa azuurwaterjuffers) en muggen uiteraard… Nadeel is dat ge ’s avonds niet zonder mouwen in de groentenhof moet staan ploeteren. Ze stelen uw bloed in een hik en een flik, de leepvossen.

Tussen het lange gras groeien bakken leeuwentand. We laten dat schoon staan, net als de bloeiende klavers. Ze kennen hier in de gemeente niks van natuurbeheer en maaien de bermen vroegtijdig kaal.
De bloemekes in mijnen hof zijn dan een druppel op een hete plaat, maar kijk de bijtjes uit de buurt zijn er hier maar gelukkig mee.

Dat lange gras is trouwens ideaal om paadjes in te maaien. Naar de tent bijvoorbeeld. Het geliefde buitenspeelplekje hierthuis. 😉

Allee, hier woekert wel vanalles maar het wordt eindelijk wat gezellig in ons hofke.

Vakantie-tijd

En toen nam de vakantie een loopje met mijn tijd.

De laatste schoolweek was hectisch! Er moest vanalles en veel te veel.
Er was nog een afsluitend gesprekje met de peuterjuf omdat Trijn volgend schooljaar geen peuter zal zijn.
Er was een uitzwaaimomentje op de laatste schooldag. Zo eentje waarbij de oudste kleuters afscheid nemen van hun juf en voor haar een cadeautje voorzien. Eentje waarbij de ouders van de oudste kleuters lekkers voorzien voor alle ouders en kleuters van het klasje.
En laten wij nu net een uitzwaaiend grootje in huis hebben. Druk dus.

Naast de door de kleuters beschilderde kopjes voor juf, zorgde ik nog voor een snelle versie van een Vinktas met alle namen van de grootjes in. Een snelle zonder buitenzak en met materiaal dat ik nog in mijn kast had liggen. Geen tassenband maar zelfgestikte linten…

  

De wederhelft liet ik berkenstammetjes afzagen en uitboren tot pennenhouders. Zo kon Fien nog een klein mercike afgeven aan haar kleuterjuf en Trijn aan haar peuterjuf en de kinderverzorgster. Klaas mocht niks afgeven. Ah nee, hij komt volgend jaar gewoon terug bij zijn vertrouwde juf. Allee kom, hij maakte wel een schoon tekening natuurlijk!

De laatste vrijdag stond ik belachelijk vroeg op om een watermeloen te veranderen in een wateregel, komkommer door koekjesvormkes te duwen en nog van die dingen.

 

We geraakten zo in totaal wel aan een schoon gevulde tafel lekkernijen uiteraard.

Vrijdagmiddag begon de vakantie en ik dacht dat het wel zou beteren, die drukte. Helaas… fout gedacht jom!
Mijn kinderen zijn moe, zitten in elkaars haren en houden bleitconcerten om futtebagatellen. Ge zijt daar dus nen hele dag zoet mee.

Maar laat ik het nu net in mijn hoofd hebben gehaald om een deel van Fien haar bivakgarderobe zelf te maken. Och ja, dat ging wel kunnen terwijl de kinderkens braaf buiten speelden.
In realiteit staan ze te knoeien met een stempelkussen aan mijn tafel, blus ik brandjes, ruim ik kots, troost ik kindjes, deel ik koeken (eetbare hé, niet op hun oog) en fruit uit. Ge ziet dat van hier dat er eens efkes kan doorgenaaid worden. Allee, behalve als ik ze wat te gapen zet voor ketnet ofzo natuurlijk. Nu niet echt de manier waarop ge uw kinderen hun vakantie wilt laten doorbrengen.

Zelfmaakbroekskes dus. Ik krijg geen afdragerkes van ander mensen. 95% van de kleerkastinhoud is hier dus vers en nieuw. Ge stuurt uw kind daar niet mee op kamp mijn gedacht.
T-shirts kocht ik aan braderijprijzen in den Hema en de H&M. Ge ziet van hier dat dat na Fien nog twee meisjes gaat doorstaan en over de prijs van die t-shirts kunt ge u ook deftig vragen stellen.
Voor broekskes/rokskes zag ik dat zo niet zitten. Ik zou ze ook nieuw kunnen kopen aan dumpingprijzen. Maar ik ben nogal kieskeurig en shortjes en gemakkelijke rokjes aan de prijs waarvoor ge gerust een kledingsstuk kunt zien verloren of kapot gaan ging ik precies toch niet vinden.
Reststofjes voor het ene shortje, een oud topje van mezelf voor een rokje, een short uit een nog oudere trui en nog wat gerief uit nieuwe spons en velours. Dat is immers kei gemakkelijk om te wassen. Ze kunnen daar al eens mee ravotten!

  

Voor het gele shortje met appeltjes gebruikte ik dit patroon. Een leuk shortje in maat 116 maar eigenlijk mocht het iets ruimer zijn voor mijn 6-jarige en ik had geen goesting om het aan te passen. Eén exemplaartje maar dus.
De rokjes zijn gebaseerd op het A-lijntje van mme Zsazsa. Veel frul moet dat niet zijn voor kamprokskes hé.
De 3/4-broek maakte ik uit spons naar een patroon(10) uit de laatste ottobre. Ik vind het stiekem een heerlijk broekske!
Het strepenshortje is gewoon een zwaar aangepast patroon van een lange broek.

En zo zijn we toch al goed op weg. Nog een paar shortjes en we kunnen dat deel ook weer achter ons laten.

Uiteraard werden onze dagen ook met andere dingen gevuld. Veel dingen die ik eigenlijk eens op kindjes.net moet schrijven. Dat komt nog wel…

En gisteren vond je ons op Gooikoorts. Zo heerlijk gezellig, kleinschalig en gezinsvriendelijk. Het was al van 2009 geleden dat we er waren! In 2010 liep ik hoogzwanger rond en had ik hoegenaamd geen goesting om daar in de warmte rond te lopen en in 2011 trouwde zuslief dat weekend.

 

Volgend jaar weer!

jaarbezen

Juiste moment, juiste prijs, juiste hoeveelheid… en dan komt ge met 8kg aardbeien thuis.


Die laatste pot aardbeiconfituur van vorig jaar stond daar maar heel eenzaam op het voorraadschab. Tijd voor nieuw gezelschap dus.

4,5 kg aardbeien verdwenen in 19 potten confituur.

1 kg verdween samen met 2 bananen in 12 fruitijsjes.

Er brak een pot, er werd muziek gemaakt met potten, er werd bijna verbrand aan potten.

Het kostte mij enkele uren werk en zeer voeten. Maar er is nog 2,5kg over om mezelf morgen te belonen met jaarbezen en crème-glace! En voor de gelegenheid denk ik er dan 31 kaarsjes bij… dan is dat gepermitteerd hé.

 

Alleenstaand

Ik mag proeven van het alleenstaande moederschap. De heer is 9 dagen weg. Weg naar hier.
Nog twee volle dagen en hij vervoegt ons weer in/op/aan? de Praetershoek.

Ondertussen profiteren we er nog even van dat hij er niet is.
Wij eten dingen die de heer niet lust.
Gisteren rooikoolstoemp bijvoorbeeld.

Wij laten ongegeneerd Värttinä door de boxen galmen en ik lig er niet van wakker dat hij moet werken of dat hij ons gedjingel beu is en zijn hoofdtelefoon bovenhaalt.

 

Ik doe onversaagd verder met het hoofdstuk dat “was” heet  in ons huishouden. Dat hij er niet is is op dat vlak noch vooruit- noch achteruitgang.


De kinderen gaan op rooftocht in den hof om hun hongerkes te stillen terwijl moeder achter het fornuis staat.
Zevenblad wordt gegeten, koriander wordt geplukt, eieren worden geraapt, geen enkel rijp besje blijft onberoerd… En ze delen de buit.
Knap op zichzelf! want aan tafel wordt er gebruld “’t was wel eerst aan mij hé!” als ik boterhammen smeer of borden vul.

 

’s Avonds vul ik brooddozen en drinkbussen, leg fruit klaar en zoek ik proper onderbroeken in de stapel plooiwas. (Overdreven dat laatste maar dat klonk zo schoon… Deze week kwamen ze gewoon uit de kast. 😉 )

 

Maar ik ga het mij toch niet beklagen als hij terug is.
Terug iemand om iets tegen te zeggen als het mij uitkomt. Terug iemand om bij in bed te kruipen. Terug iemand om het opruimwerk mee te delen ’s avonds (ahum).
Terug tijd om de kinderen deftig te wassen want ik geef toe… ineens alleen voor vier kinderen moeten zorgen, dat is even erg als met een pasgeboren boeleke zitten en uw huishouden terug organiseren.* (Om u een gedacht te geven… bij Mitte heeft het bijna 2 maanden geduurd vooraleer ik dacht dat ik het nu wel helemaal alleen afkon.)

Ook… terug iemand die eindelijk naar het containerpark gaat rijden! Dat hij niet mocht vertrekken naar Amerika voordat hij dat containerpark eens had bezocht was blijkbaar ook maar een loos dreigement. 😉

 

*Voor de duidelijkheid: Ik ben dat gewoon hé om alleen voor vier kinderen te zorgen. ’t Zijn de ochtend en de avond die  geherorganiseerd moe(s)ten worden. Vier handen terugschroeven naar twee tijdens gezinsspitsen, het vraagt wat aanpassing.

New arrival!

Deze voormiddag werd onze langverwachte bakfiets geleverd. Hoera ende heuj!

Voor dat spel geleverd werd moest ik nog rap het voorschot aanvullen met een bak geld. Gisteren werden de gegevens doorgemaild en ik ging dat ’s avonds wel doen, maar toen ik er in bed aan dacht besloot ik alrap dat het ’s morgens zou gebeuren.

Dus… kinderen naar school.
Veel te lang blijven plakken en gesjauweld.
Naar huis gehaast.
Laptop aan.
Geen internet.
Modem herstart.
Nog een ander bakske herstart.
Mitte bijeengeschaard.
De deur dichtgetrokken.
…en gevloekt!! Heel hard!
Ik had namelijk zonet mijn sleutel binnen laten hangen.
Maarrrr… gelukkig had ik de reservesleutel de avond tevoren terug in de auto gelegd en de sleutelkaart van de auto had ik wél bij. Vreugdesprongetje door de adrenalinerush heen.
Naar de bank.
Geld overschrijven.
Naar huis. En thuis merken dat het kieke van de bank “bakvis” als referentie gaf bij het overzetten van geld van onze spaar- naar onze zichtrekening. Nochtans praat ik niet zo onduidelijk!

Enfin, de moment dat onze bakfiets daar ineens voor onze deur stond was redelijk de max!

Eentje met een blauw frame en trapondersteuning.
De bakfietsmarchant gaf ons nog wat nuffige fips mee en hup, hij was helemaal voor ons.

Zo. Het garantiekaartje werd ingevuld en staat klaar om op te sturen. Het hele ding werd  omnium verzekerd tegen schade en diefstal. Ik wil het niet geweten hebben dat onze schone nieuwe fiets voor onze deur wordt weggerat. We kunnen dat geen twee keer na elkaar betalen precies.

De eerste deftige rit werd er eentje naar school ’s middags. 5,7km heen en evenveel terug.
Een schapenvachtje in de bak vanonder en twee kindjes erin die al fietsend wat konden rusten.

De tweede werd een wat turbulentere rit. Regen op komst, te laat vertrokken en een valpartij, kinderen die nét naar de naschoolse opvang waren gebracht, plots bakken regen en onze regenhuif was nog niet geleverd. Gelukkig was de regen zeer lokaal en mogen we de mestnatte bakfietservaring nog efkes uitstellen. Hier in Broechem was het zelfs droog! Ik zweer het… wij leven hier in één of ander microklimaat!

Allee, buiten dat ene incident zijn we allemaal zeer content dat er terug een bakfiets is. Mitte wil niet liever dan in de “bafiets” rijden en de andere drie zijn ook wildenthousiast dat er nu naar school gefietst wordt.

Ge kunt niet geloven hoe blij ik ben. 🙂