bovada mobile casino app echtgeld casino

Vandaag trok ik de klasfoto’s van de middelbare klassen.

Iets na den tienen begon ik met een hyperactieve 8ste klas. Serieus… had ik me daar efkes aan mispakt seg! Joelen en lawaai en gibberen en al wat ge wilt bij een 26-koppige bakvisbende.
Om dat lang verhaal kort te houden: ik trok die klas nog eens terug om 15u. Ze waren wat gekalmeerd tegen die tijd en de twee 14-jarige jongens die geen (en dan bedoel ik echt géén! gelijk in “Oh fúck you joh!”) goesting hadden om op een klasfoto te staan werden nauwlettend in de gaten gehouden. Geen kans tot verstoppen achter andere mensen deze keer.
Okee, hun ogen schoten vuur maar ze staan er nu tenminste toch bij. Geen klachten van ouders over verdwenen kinderen en al aan mijn adres hé!

Wat volgde na de voormiddagspeeltijd waren 4 klassen DW (= duurzaam wonen, een BSO-richting) en 5 klassen ASO.
Eerst gingen we voor een “gewone” foto, vervolgens voor de “andere”.
De leerlingen mochten 2 minuten met hun klas overleggen over hoe ze hun tweede foto wilden.
En het moet gezegd… de BSO-klassen waren creatiever dan hun ASO-collega’s. Al spreekt het natuurlijk in hun voordeel dat de klasgroepen van DW kleiner zijn dan die van het ASO.

Hieronder geblurde klasfoto’s van 9DW, 10ASO en 8ASO (let op de twee antiklasfotojongens links in beeld)

 

Ik heb me daar beziggehouden tot half één (buiten de hertrek van klas 8 dan) en ik ging voldaan naar huis.

Man, wat is dat daar toch plezant. Een leuke ongedwongen sfeer.
En hoewel ze nu in andere gebouwen zitten dan dat ik zat vroeger (ik zat nog in ‘de boerderij’), vulde mijn hart zich toch met nostalgie.

Bij het wachten tot klas 12 voltallig was (er waren nog enkele leerlingen bezig met een test) zag ik daar een hoop schone mensen staan die bijna de school uitzwaaien. Eindwerken ingeleverd, eindtoneel gespeeld, op eindreis geweest… Kortom, het spel was gespeeld.
Toen we de foto’s konden trekken vroeg ik of ze er allemaal waren. “Dees zijn degene die afstuderen,” klonk er al grappend.
Ze zaten vol enthousiasme gelijk alleen een twaalfde klas dat kan die bijna afscheid moet nemen van een intense en schone schooltijd. Ze gaan dat daar nog missen, ik weet dat!

Toen ik tot slot met Trijn aan de hand (die ’s middags mee naar huis ging) voorbij het bovenbouwgebouw liep, zag ik twee jongeheren rap door een venster schuiven.

Dat eerste aan de rechtse kant van de trap. Beneden welteverstaan.

Ik kon niet anders dan (glim)lachen.

 

 

Thee voor een mutske

Een uit de kluiten gewassen baby van 9 maanden en mutskes die ze allemaal ontgroeid is. Ze leende de exemplaartjes die ik voor Mitte maakte.

Het kleine meisje echter is van een heel ander kaliber dan onze jongste dochter. Mitte en Danse hebben hetzelfde kledingmaatje ondertussen ondanks hun 14 maanden verschil.

Ik nodigde Danse met moeder uit om een stofke te kiezen. We tekenden patroon, knipten stof en ik trok alles onder het machien door.

Voor ik het mutske de volgende dag meegaf  met een broertje van Danse, wrong ik er nog rap mijn twee kleinste meisjes in om een foto te trekken. Zij poseerden uiteraard met keiveel plezier!

En omdat vriendendiensten gratis zijn mocht S. mij niet betalen. Oók niet voor het materiaal.
Maar hoe gaat dat dan? Ja, juist… dan krijgt ge de volgende dag via datzelfde broertje gewoon een cadeautje mee.

Een dozeke thee. Vrouwenthee nogwel!
 Een dozeke thee krijgen is zoveel gezelliger dan centen. Ha, nu moet ik S. toch zeker nog wel eens uitnodigen om samen thee te sloeberen!

 

Hemelse dauw

Mijn jongste kindeke is bijna 22 maanden oud. 2 jaar komt eraan. Dan 2,5 jaar en daarna is ’t al bijna tijd om ze naar school te sturen.
Het plan is dat als de kleinste naar school gaat, moeder terug gaat werken. Wij leven helaas niet van de hemelse dauw gelijk sommige mensen wel eens durven denken. Een geldkoei hebben wij ook niet. Laat staan een ezel of een kip met gouden eieren. Hah!
Rekeningen, díe hebben wij wel. Ik heb al gedacht om het stickertje “geen ongeadresseerd reclamedrukwerk aub” uit te breiden met “…noch geadresseerde rekeningen,”  maar ik acht de postbodes wel in staat om ze dan gewoon op den dorpel te gooien. Langs den andere kant… deurwaarders hoeven hier van mij ook geen vrienden des huizes te worden.
Het stickertje blijft dus ongewijzigd en we schrijven “braaf” het geld over naar de betreffende instanties.

Maar dus.
Dat werk. Nog veraf eigenlijk maar in mijn hoofd behoorlijk dichtbij en dat zorgt voor een stresske. Want kijk… ik maak het mezelf alweer niet gemakkelijk.
Het zou nochtans gemakkelijk kunnen zijn. Ik beschik namelijk over een diploma “leerkracht kleuteronderwijs.” Dat zou solliciteren worden en gaan werken.
Schooluren. Iets waar de helft van de bevolking van droomt.

Ik heb voorlopig niet de behoefte om een eigen kleuterklas te hebben. Heelder agenda’s samenstellen met de ontwikkelingsdoelen in het achterhoofd… ik heb daar precies geen goesting in.
Wat me ook enorm tegenhoudt aan die job als kleuterjuf is het vele werk ná de uren. Ik heb nog wel mijn eigen gekweekte kleuterklas na de schooluren hé!

Zodus breek ik alvast mijn hoofd over wat het wél zal worden als de tijd daar is.
Ik kan véél. Maar echt…
Met dat nadeel dat ik van de vele dingen die ik kan niks goed genoeg kan om er geld mee te verdienen.

Voorlopig zijn de opties:
– gaan werken in het onderwijs
– bijscholen
– zelfstandig worden en helemaal toegeven aan mijn eigenwijs karakter

Dat laatste klinkt het meest aanlokkelijke al besef ik dat dat de minst evidente weg zal zijn.

Maar vóór we zover zijn broeden we nog op een vers projectje. En wie weet borduren we daar tegen werkentijd wel op verder als het aanslaagt.
Meer daarover als de tijd rijp is!

 

Foodfight, maar dan anders

Na kind #1 verdwenen de zwangerschapskilo’s met de geboorte en tijdens de dagen erna.
Na kind #2 bleven na de eerste dagen serieus wat kilo’s meer zitten.  Ze slonken wat, gelukkig… Maar helemaal weg waren ze niet toen kind #3 eraan kwam.
Bij kind #3 bleven er kilo’s zitten en bij kind #4 nog wat extra.

En het zotte is… na de geboortes van de kinderen kwam dat gewicht wel in de buurt van het gewicht van 9 maanden daarvoor. Na verloop van tijd tikten die kilo’s echter toch schoon aan.
Geen vermageringswonder hier tijdens de borstvoedingsperiodes.

Ik ben nooit een slanke pop geweest en dat zal nooit mijn doel zijn maar de gevechten met de kleerkastinhoud en de triestige ontmoetingen met mezelf in het pashokje ben ik ondertussen kotsbeu.

Mijn dikke billen en mijn dikke buik laten zich niet zomaar in een standaardmaatje gieten. De kleren voor de groteomvangmensen doen mij alleen nog dikker lijken dus die zijn écht geen optie. Er resten mij dus ruwweg enkel nog wat zwangerschapsrokskes en enkele Cora Kempermankleedjes die bovenaan smal tailleren en wijd uitgaan vanaf onder de borst die mij nog om het lijf passen.

Na kind #4 vond ik dat het tijd was om aan die kilo’s te werken. Er zouden toch geen kinderen meer volgen dus dat vond ik wel gerechtvaardigd.
4 maanden was dat jongste kind toen ik met bodystyling begon. 2 keer in de week gaan ‘turnen’, al wat ge eet netjes opschrijven,… Maar vooral: ’s avonds de kinderen op tijd in bed krijgen, zorgen dat het kindeke niet te lang zonder voeding zit (ah ja, afritsbare borsten heeft moeder natuur niet uitgevonden en kolven doe ik sinds Trijn haar couveusetijd niet meer), mezelf motiveren om na de avondrush niet in de zetel te ploffen maar de auto in te duiken naar Lier,…

Allee, het loonde wel hoor. Ik heb terug buikspieren en een diastase die tot een minimum herleid is. Maar het gevecht tegen de kilo’s was een zwaar gevecht. 10 wilde ik er kwijt. Ik ben tot -4 geraakt en aan het einde van de rit strandde ik op -2.
Een half jaar lang ging ik twee keer per week, een half jaar lang ging ik één keer per week.  En na een vol jaar ben ik ermee opgehouden.
12 maanden lang heb ik het gevoel gehad dat ik mijn kinderen in de steek liet. Het is immers niet tof om de kinderen vlak voor of tijdens het slapengaanritueel  alleen te laten.
Maar vooral 12 maanden lang dat ik mij naar huis haastte omdat er misschien een Mitteke was die borst moest drinken.
Ik had het dus dik gehad en heb na dat jaar de handdoek in de ring gegooid.

En toen was het winter… Winter met veel feestdagen, winter met kou, een winter met eten om “uw stoof te doen branden”.
Het escaleerde en mijn kleerkast en ik werden zo goed als vijanden. Lees: gevloek en gebleit bij het kijken in de kleerkast.

Aan het einde van de winter een dip om U tegen te zeggen. Het kaliber waarvoor ge naar de huisarts gaat, laat bloed trekken om te zien of ge aan een burnout zit of niet. Het uithuilen omdat ge het niet kunt vastpakken.

Tot een week later de zon zich toch wat laat zien, ge de moed uit uw schoenen schopt om ze terug in handen te nemen, het therapeutidee van de huisarts wat weglacht en ge dat telefoonnummer definitief verloren laat gaan.

Herboren aan het begin van de lente.
Begin mei was dan ook de tijd rijp om naar een diëtiste te stappen.
“Die 10 kilo’s dus.”

Er werd een BIA-meting gedaan. Aan de hand daarvan en van mijn dagelijks leven worden er hoeveelheden opgeschreven. Een menustructuurke als het ware.

Volgens de meetresultaten zou afvallen geen probleem mogen zijn. De verhoudingen in mijn dik lijf zijn okee.
Dat ik nooit mager zou worden omdat ik gewoon veel spiermassa heb, daar kan ik wel mee leven. Geen streefdoel, dat. Om u een idee te geven: 25% van de vrouwen heeft meer spieren dan ik. Loop dus nooit tegen mijn vuist hé. 😀

Als ik een hele dag in mijn zetel zit heb ik zo’n 1600 kcal nodig om het boeltje in leven te houden. ’t Is dus niet dat ik niet mag eten.
En toch vind ik het niet gemakkelijk. Ge moet niet vragen wat ik tot voor kort in mijn kas sloeg!

Enfin, de strijd is aangebonden. 1kg per 2 weken. Ik hoop dat het een trend wordt.

Wordt ongetwijfeld vervolgd. Al was het maar omdat falen in het openbaar nog minder tof is dan het klinkt.

 

shampoosurrogaat

Eind februari startten we 40 dagen zonder vlees. Die 40 dagen zijn ondertussen vrij succesvol gepasseerd. Maar eind februari gaf ik ook mijn persoonlijk shampoogebruik op en dat experiment was ongelimiteerd in tijd. Tijd dus voor een update daarover.

Sinds eind februari was ik mijn haren overwegend met natriumbicarbonaat. Overwegend… want het durft al eens gebeuren dat ik  de bus kindershampoo ter hand neem en daar algauw mijn haren mee was.

Het voordeel van natriumbicarbonaat is dat mijn haar er veel zachter van wordt.
Helaas lukt het me verder niet om mijn haren minder dan om de twee dagen te wassen. Het had schoon geweest maar helaas. Het macheert niet. Wat dat betreft is het niet beter dan shampoo. Na twee dagen móet dat haar gewoon terug gewassen worden.

En nee, ik ga echt niet langer dan drie dagen wachten om die vettigheid zichzelf te laten oplossen. Serieus, dan durf ik niet meer buitenkomen!

Zodus ben ik er niet helemaal uit of ik het in ’t vervolg bij de baksoda op mijn hoofd houd of toch nog maar eens een bus bioshampoo aanschaf. Zou de ecologische voetafdruk van dat eerste echt zoveel lager liggen dan van dat tweede?

Getest en besteld

Vorig jaar fietsten wij nog zo rond:

Na de zomer fietsten we niet meer samen. Ik verkocht de bakfiets.
Hij stond voor onze deur. Een rijhuis, weet wel…
Zijn tweede winter stond voor de deur. Ook letterlijk voor de deur.

Een winter langs een gewestweg met kilo’s strooizout en bakken regen, ik heb het hem bespaard. Onze stalen ros zag daar verschrikkelijk van af.
Niet de beste kwaliteit helaas en een tweede winter buiten zou nefast zijn voor de gezondheid van het fietsding.

Hij verhuisde naar het verre West-Vlaanderen.

Sindsdien kunnen we nergens meer met z’n allen per fiets naartoe.
In de winter valt dat mee, maar vanaf dat het wat beter weer wordt, slaagt dat al eens dik tegen.

Er werd dus nagedacht over een nieuwe fietsoplossing. Een extra fiets bijvoorbeeld, extra fietsstoeltjes, wat peper in het gat van mijn kinderen zodat die drie meisjes gauw zouden kunnen fietsen,…
Na veel denken en afwegen werd het geen van bovenstaande opties. Een nieuwe bakfiets zal het zijn. Een degelijke en geen waar je liever een trekpaard voor zou hangen.

Dat het duur ging zijn, dat wisten we. Kwaliteit betaal je nu eenmaal. Dus gooien we een auto buiten. Ineens een extra motivatie om consequent te fietsen.
Dat de auto zou buitenvliegen was min of meer beangstigend. Zal dat wel lukken met die vier kinderen? Ik kan “nooit” nog ráp eens langs de mémé of last minute naar de colruyt om maar iets te zeggen.

Maar het idee went. Met de bakfiets kan ik ook tot in Deurne rijden. Toch zeker als ’t goei weer is. En hoe deed ik dat toch weer voor ik zelf een auto onder mijn gat had zo’n 3 jaar geleden? Juist! Met de bus.
Ik moet nu zelfs geen voituren meer meesleuren. Vier kinderen op de bank en het kleinste stapperke in de draagdoek als we afstappen. Akkoord, ik moet geen hele inboedel beginnen meesleuren.

Meer nog! Het brengt eigenlijk ook wat rust. Ik ga wat meer moeten plannen, maar plannen is goed en duidelijk.
Een verplichte dagelijkse portie buitenlucht, fietsen door de velden, wijzen naar de pinksterbloemen die bloeien, de verse lammekes tellen langs onze weg,… Ik kijk daar ongelofelijk hard naar uit.
Enfin, we gaan dat allemaal niet te hard romantiseren want er volgt hier gegarandeerd nog een postje waarin ik alle heiligen uit de hemel vloek omdat het kraakt dat het vriest, omdat het al héél april en héél mei regent, enz.

De elektronische trapondersteuning zal mijn redder in nood zijn. Het “duwtje in de rug”.  Dát wat de stap naar een (moeder)auto wegdoen minder groot maakt.
Ik leef dus in hoop. In de hoop dat het er volgende maand weer zo kan uitzien (maar dan een jaartje ouder en in een andere bakfiets)

Ja, mijn kinderen mochten ook in pyjama meerijden.

Stien! Ik hoop dat we over twee jaar nog even content zijn als gij. 🙂

Tuinprogressie

Eind februari zeiden we vaarwel tegen de imposante berk in onze hof. Dat was de eerste stap van het nieuwe tuinplan. Vervolgens volgde de aanplant van verschillende oude fruitrassen.

Half maart was het groentenhoftijd en werd de daarvoor voorziene ruimte omgefreesd door -jawel-  mezelf.
Het was niet helemaal de beste zet ooit. Dat zevenblad in onze hof zag door de freessessie immers de kans om compleet uit de bol te gaan. Elk klein stukje wortelstok vindt het immers nodig om blad te ontwikkelen en zich dus op de meest absurde plaatsen te manifesteren.
Ze moeten er dus uit, die zevenbladjes. Mijn groenten verdienen ook een kans!

Eind maart maakte ik bedden en paadjes in de nieuwe moestuin. Niet symmetrisch… en dat was de bedoeling. Kwestie van het langesmalletuingevoel wat te doorbreken.

Begin april werden de rode ajuinen vakkundig de grond in geduwd door zoonlief. De gewone ajuinen en sjalotten nam ik voor mijn rekening.

Het bakske zaad werd bovengehaald en er werd een lijst opgesteld van wat er nog was en wat er besteld moest worden.
De nodige zaden werden besteld aan ’t einde van ’t dorp.  Omdat de bestelling niet van de eerste keer volledig was en ik er ongeveer 3 keer langsreed, haalde ik meer plantgoed in huis dan oorspronkelijk de bedoeling was. Ik moet er zelfs nóg eens langsgaan. Oh, wat vind ik dat erg! (not)

Een deel van de groenten geraakte toch al ingezaaid.
Dit jaar probeer ik trouwens alles ineens in volle grond te zaaien. Er moet wel wat langer gewacht worden met zaaien en er zal uitgedund moeten worden enal, maar dat neem ik er graag bij.

Om de groei van mijn groenten te bevorderen heb ik alvast een lijst samengesteld van welke planten elkaar helpen en best bij elkaar geteeld kunnen worden. Vorige jaren deed ik dat ook al, maar dit jaar heb ik het nog wat verder doorgedreven.
Ik vraag me nu al af of de sjalotten in het kolenbed groter zijn dan de sjalotten op een ander (verder nog leeg zijnde) bed omwille van die samenstand van sjalot en kool.

De gaten in de aardbeientoren werden gevuld en vandaag bedekte ik de bodem onder de plantjes met stro.
Er werden oorwormenpotjes omhooggehangen. Er werden frambozenstekken uitgestoken en verdeeld onder gegadigden.   Er werden -ondanks het freeswerk- zaailingen aangetroffen van twee plantjes die ik vorig jaar in de groentenhof zette. Mosterdblad en oesterblad. Dat is nu eens echt het plezier van tuinieren zie.

  

Rucola heb ik nog niet zien verschijnen tot hiertoe. Nochtans heeft dat plantje ook de neiging zichzelf elk jaar vanzelf opnieuw te laten zien.

Naast al die groenten blijft den hof natuurlijk ook kinderterrein. Klaas maaide met zijn aerobie al menig tulp af. Sinds de paasvakantie staat er hier dus standaard een vazeke met afge-aerobie-de tulpen.

Het kinderrijk (dat tot op heden nogal schraal was) werd uitgebreid met een keukentje in kosteloos tuin/bouwmateriaal.  Het is nog maar het begin van wat het moet worden maar ze hebben zich al rot geamuseerd in hun nieuw stukje territorium. Het idee is gepikt op Pinterest uiteraard. 😉

En weet ge wat er gebeurt als ge teveel in uwe hof zit en teveel foto’s trekt?
Dan zit ge met een wasoverschot. Ahum.

 

En als z’ons willen pesten, dan draaien we z’in de soep.

Zevenblad in onze hof. En ik besloot dat wij hier niet al te veel gras gingen afrijden toen we hier kwamen wonen.
Ik vrees dat ik dat dit jaar toch wat ga moeten herzien. Dat zevenblad breidt zijn territorium immers gestaag uit. Als ik het laat doen staat binnen de kortste keren gewoon half onze hof vol.


En ik ben nu tolerant maar er zijn grenzen. Wie buiten die grenzen treedt, vliegt in de soep!
Zo geschiedde vandaag.

Waren nodig:
– 2 ajuinen
– 2 tenen look
– een dikke bussel gespoeld zevenblad
– kruiden
– 1 dikke patat
– (ballekes want dagen zonder vlees zijn voorbij en af en toe mogen mijn kinderen ballekes in hun soep)

Terwijl mijn eten in de oven stond dacht ik nog wat te oefenen om de gemaakte soep op de gevoelige plaat te krijgen. Kei improvisoir want zo gaat dat hierthuis. En rap, dat ook.
Met een keukenhanddoek als ondergrond en een proper onderhemdeke van Trijn uit de wasmand als reflectiemateriaal.

 

Rap zei ik toch hé? Want als kindjes honger hebben, pikken ze gewoon uw onderwerp weg voor uwe neus!

 

De soep werd gesmaakt.
Volgende keer vliegt er echter nog een prei in. Dat kan die soep wel gebruiken.

Ik denk alvast na over waar we dat zevenblad nog gaan indraaien.

Knepen van het vak

Gisteren volgde ik een workshop foodfotografie die werd gegeven door Photo-Copy.
In Gent! en ik ging met de trein en de bus. Ge moogt dat namelijk wel weten dat ik er geen fan van ben om over de Antwerpse ring te rijden. Als het écht moet ja… maar liever toch niet.
Zodus vertrok ik een uurke vroeger en kwam ik 10 minuten te laat aan. Een kwartier later dan de planning van De Lijn. Trisjaars!

Allee, zet ik mij daar tussen een bende flink luisterende deelnemers en kreeg ik gelijk een hoop informatie, do’s en don’ts van Ann (over foodfotografie uiteraard, niet over de regels van die dag hé!)
Serieus… tijdens die uitleg dacht ik “ah ja, tuurlijk”,  “moh, wat een goeie tip” en “allee, keigoei idee” maar wat verder dacht ik ook “Katrien, wat komt ge hier in godsnaam doen, ge kent uw fototoestel ni genoeg om dat allemaal te doen.”

En dus dacht ik dat ik misschien nog rap kon gaan lopen mor ’t was te laat… We konden alvast aan onze eerste opdracht beginnen.
Een slaatje fotograferen.
Ik zag mensen zwoegen op de compositie óp hun bord. Ikzelf heb dat iets platvloerser aangepakt. Wat kleuren uitgezocht, véél gedacht dat wel en met een rommeltje begonnen.
Aangezien het geen kookworkshop was vond ik het zo zelf geen probleem om boertige talloren te fotograferen. Ook díe zijn immers moeilijk te trekken als ge alle nieuwe tips wilt toepassen.

Alhier mijn talloor boertigheid.

 

En de verfijndheid die ik van iemand anders fotografeerde.

 

Achter de schermen ging dat zo

 

…om iets gelijk dit te verkrijgen.

 

Soep fotograferen was opdracht 2. Dat ging niet gemakkelijk zijn en zowaar… ik heb gevloekt!

 

En omdat ik graag dingen fotografeer zoals ze zijn, kon ik het niet laten om buiten de foodlijntjes te kleuren.

   

Voila. Katrien krijgt vanaf nu virtuele kletsen van Ann bij het posten van slechte foodfoto’s.

Weet ge trouwens wat het extra toffe was van die dag? Het tof volk! Eens dat ijs zowat gebroken was, was dat daar een gezellige boel. Oh… en goei eten man!

En voorts van de rest was ik content dat ik met de trein ben gegaan. Heerlijk aan niks denken terwijl ze u naar huis brengen. Mijn hoofd zat nogal vol na een dag opletten en concentreren.

Klasfoto’s

Dit jaar trek ik de klasfoto’s in onze school. Dat kunt ge zo hebben met een school waar er een hoog ouderparticipatieniveau heerst. Ik ging dat wel kunnen dacht ik zo toen ze mij dat kwamen vragen.

Gisteren trok ik de kleuterklasjes, morgen doe ik de lagere school. Voor het middelbaar bestaat er nog geen planning.

Maar dus! Klasfoto’s. En ’t was nogal koud gisteren. Met een bende kinderen buiten gaan staan zonder jasjes om foto’s te trekken leek ons niet zo’n goed idee. Binnen dan maar.
Goed gelachen! Het licht in de kleuterklassen is niet om over naar huis te schrijven. Ik geef u een indruk.

Geen keigrote ramen tot op de grond dus. Gezellig licht, dat wel, maar minder gezellig om groepsfoto’s te trekken.

Ik botste als het ware op mijn gebrek aan specifieke technische  kennis. Diafragma-opening, sluitertijd en vooral het verband tussen de twee. Het was niet gemakkelijk!
Ge moet zo immers wel een kleine 20 snoetekes scherp op foto krijgen! En ze moeten allemaal zien, dat ook liefst.
Laten we stellen dat ik meer bedreven ben ik spontane foto’s trekken.

Nog over dat licht. Elza-D pleit voor (blog)foto’s zonder flits en ik kan ze niet meer dan gelijk geven. Wij trokken de voorbije winter al onze foto’s zonder flits. Bij gebrek aan… wegens defect. En ge leert daaruit, al is er ook Lightroom om foto’s wat bij te trekken natuurlijk.
Ik trok echter wél foto’s met flits gisteren. Niet allemaal (gelukkig!) maar ik heb het lichtspel toch nodig gehad.
En eigenlijk is foto’s trekken met een flits geen schande. Ge moet dat alleen tegoei doen. Niet dat ik dat dan goed kan, maar ik wéét dat dat wel tegoei zou kunnen als ge er verstand van hebt.
Enfin, ik deed mijn best en ik daag u uit om te zeggen welke van onderstaande foto’s met en welke zonder flits getrokken werden.

1.

2.

3.

Dju, het gaat te duidelijk zijn hé. 🙂 Maar ik kan niet veel andere foto’s tonen wegens teveel smoeltjes op.
En nee, ge moet ni in de exif-data op Flickr gaan snollen. Ik trok met cactussen en dat geeft precies niet de juiste metagegevens. 😉

Morgen deel twee van de klasfoto’s dus. En helaas, alweer geen schoon weer voorspeld! Dat wordt weer zweten op instellingen óf de kinderen van de lagere school toch naar buiten jagen zonder jas.

Elza, hoe zit dat met die workshop voor gevorderden jom!?